Vallende sterren

Of de Ethische Commissie van de Wereldvoetbalbond Michel Platini en Sepp Blatter begin deze week al dan niet schuldig acht aan corruptie, verandert niets aan het feit dat de reputatie van beide heren definitief om zeep is. In de ogen van het volk zijn het allang vallende “sterren”. We gaan ervan uit dat de aanhalingstekens rond “sterren” niet nader dient verklaard.

Dat Platini toch het lef heeft om zich te profileren als kandidaat-opvolger van zijn maatje Blatter dient gezocht in de onuitputtelijke voorraad schaamteloosheid, eigen aan zulke figuren. Ze zien die als de belangrijkste bron voor succes. Hoe hoog moet men de zin voor ethiek inschatten van bladen als het Zwitserse “Weltwoche”, dat het bestond Sepp Blatter tot Zwitser van het jaar uit te roepen? Nog een vraag rijst. Is de Russische president Vladimir Poetin geloofwaardig als die voor de verzamelde wereldpers doodleuk komt vertellen dat de ex-FIFA-baas de Nobelprijs voor de Vrede verdient? Voor hetzelfde geld toetert kameraad Vladimir dat de tsaren de democratie uitvonden en dat het dictatoriale communisme er de beste toepassing van was. Nog een paar stoten op dat “niveau” en elk woord van Poetin helpt hem weer wat meer op weg als “vallende ster”.

Mourinho

Over naar een minder aanstootgevend persoon, José Mourinho, blijkbaar onderweg naar een minder aantrekkelijk statuut dan dat van “special one”. Een onwrikbare regel in het professionele voetbal wil dat, wanneer de “chemie” tussen de coach en de spelersgroep zoek is, de coach er goed aan doet op te stappen. Kwestie van zijn imago te redden. Als succestrainer Pep Guardiola eind dit seizoen Bayern München inruilt voor – waarschijnlijk – Manchester City, doet hij dat, zeker wetend dat geen vuiltje de “chemie” tussen hem en zijn nieuwe spelersgroep zal storen. Ook Mourinho bleef in het verleden trouw aan die ongeschreven wet. Bij zijn nieuwe passage bij Chelsea niet, dacht zich allicht onaantastbaar, én op grond van titelwinst vorig seizoen, én een huizenhoge ontslagvergoeding, én, in zijn ogen, een onwrikbare band met Chelsea-apparatsjik Roman Abramovic. José vergiste zich, dacht dat zijn door sterke professionaliteit, maar ook door narcisme gevoede reputatie onaantastbaar was en overeind zou blijven. Het zal voor Mourinho, na een voor iedereen voorspelbaar ontslag, behalve voor hem, nooit meer hetzelfde zijn, eender waar hij vaste grond onder de voeten geschoven krijgt.

Hoe dan ook, hij dankt zijn intrede bij de club “vallende sterren” vooral aan een inschattingsfout. Het is niet zijn eerste. Die maakte hij als coach van Real Madrid door clubicoon en doelman Iker Casillas maandenlang op de invallersbank te zetten. Dat Cassilas nog altijd Spaans international is, is ondanks Mourinho. En, maar dan dankzij hem, de onbetwistbare titularis onder de lat bij Porto. Het weren van Casillas bij Real betekende het begin van het einde van Mourinho’s reputatie als quasi onfeilbare en zeer gewaardeerde (h)erkenner van toptalent. De entourage van Romelu Lukaku en Kevin de Bruyne zal ons alvast niet tegenspreken. Te “licht” bevonden voor het Chelsea van Mourinho, scoort Lukaku nu aan de lopende band bij Everton. De Bruyne werkte zich bij Manchester City binnen de kortste keren op tot dé draaischijf van het elftal. Het moet voor Mourinho pijnlijk zijn vast te stellen dat ook die twee vergissingen bijdragen tot zijn statuutwissel.