Ongeloofwaardiger dan ooit

Madame la sorcière,

Na een hegemonie van decennia werd uw partij, in 2014, eindelijk door een grote Vlaamse partij naar de oppositiebanken verwezen. Er brak een periode aan van afscheid nemen van veel macht, brute macht zelfs, en invloed. Vlaanderen haalde opgelucht adem toen het van de dictatoriale machtsgrepen en de denigrerende en betuttelende oekazes vanuit Wallonië af was. Dat in uw kielzog de Vlaamse sossen mee moesten afdruipen, was leuk meegenomen, ook al stelden zij niet al te veel meer voor op het politieke forum, zeker toen bleek dat de caesaropapist uit Oostende, de heilige ‘Jogan’ Vandela I, uit het Belgische machtscentrum aan het verdwijnen was. In Vlaanderen had dat overigens het aangename nevenaffect dat zij ook daar aan de overkant van de macht mochten gaan zetelen. Maar dat geheel terzijde.

Gijzelf hebt jaren de regering ‘geleid’ – of beter: gedirigeerd – , ook al waren er eerste ministers die dat officieel moesten doen. Dehaene, Verhofstadt, Leterme, Van Rompuy, Di Rupo… ze hadden allemaal veel rekening met u te houden omdat gij de ‘Umkhonto we Sizwe’, de speer van de (Waalse) natie – naar analogie van het communistische ANC in Zuid-Afrika -, waart in hun regeringen. Zeker in uw periode als minister van Justitie waart gij een gruwel en een gesel, niet alleen voor uw collega’s, maar voor heel het land. Met een nooit geziene brutaliteit en een ongeëvenaarde arrogantie kondt gij alles naar uw hand zetten. En als dat al niet meteen lukte, was het voldoende om uw huiveringwekkende toorn, inclusief scheldtirades en hoge, bijna de geluidsmuur doorbrekende decibels.

En dan waren daar plotsklaps de oppositiebanken van waarop gij meende in dezelfde stijl en met dezelfde arrogantie te moeten ageren. Bij het begin van de nieuwe regering trokt gij furieus ten strijde tegen ministers en staatssecretarissen uit het Vlaams-nationalisme, dat gij ongenuanceerd op één hoop gooide met de collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toen wat later bleek dat uw eigen grootvader in die tijd toch ook wel zijn pollen had verbrand, plooide gij u wijselijk terug op de dingen van de dag. Maar ook daar braadde uw haring niet meer. Uw heftig molenwieken en uw stemverheffingen in de praatbarak, dat mocht allemaal niet meer baten. Gij werdt van dag op dag de karikatuur van uzelf en de verpersoonlijking van de geïncarneerde ongeloofwaardigheid en de rancune. Iedereen die u vandaag het spreekgestoelte ziet beklimmen, staakt al zijn gesprekken en plooit de laptop dicht om zich klaar te zetten voor een voorstelling van ‘echt Waals volkstheater’, teneinde nadien eens smakelijk te kunnen lachen. Uw kluchtige en overmoedige voorstellingen pakken gewoonweg geen verf meer. Meer zelfs, ook in uw eigen PS-rangen beginnen sommigen zich de vraag te stellen of het zo wel verder moet.

En ja, natuurlijk, de huidige machthebbers spreken van het ruimen van het socialistische puin, niet enkel op het federale, maar ook op het lokale niveau. Denk maar aan de buitenproportioneel grote mestvaalt die uw geestesgenoten van Molenbeek hebben gemaakt of hebben laten maken. In meerdere Waalse en Brusselse gemeenten hebben terroristen en ander tuig zich kunnen nestelen en ze hebben er uitvalsbasissen voor hun (gewapend) verzet tegen onze democratische samenleving van gemaakt.

Uw rijk is ten einde. Uw gif is uitgewerkt. Neem uw bezem, stap erop en vertrek naar de einder, met in uw zog uw krijsende raven en kraaien. En laat u hier niet meer zien, tenzij om nu en dan eens op onze lachspieren te komen werken. Want een mens mag toch ook wel eens iets ter ontspanning hebben, nietwaar?!

‘t Pallieterke