Ondanks de oplopende spanningen tussen Saoedi-Arabië en Iran zal de olieprijs ook in 2016 opvallend laag blijven. Reden: het overaanbod en de producent Saoedi-Arabië die er alles wil aan doen om geen marktaandeel te verliezen.

Een woedende menigte die de Saoedische ambassade in de Iraanse hoofdstad Teheran in de fik stak als protest tegen de executie van een sjiitische geestelijke door de Saoedi’s. Riyad dat op zijn beurt de ambassade in Teheran sluit. De oorlog die de twee landen de voorbije jaren met elkaar uitvochten op andere terreinen – in Syrië, Jemen, Irak,… – dreigt te escaleren. Misschien tot een rechtstreeks conflict.

Spanningen in het Midden-Oosten leidden in het verleden steevast tot een opstoot van de olieprijs. Deze keer lijkt die niet het geval te zijn. De aanhoudende oorlogen in de regio hebben niet belet dat een vat olie amper 35 dollar kost. Dat is het laagste niveau in elf jaar. Nu kan het best zijn dat de prijs straks opnieuw naar 40 dollar stijgt. Saoedi-Arabië en Iran zijn goed voor 15 procent van de wereldproductie, of 13 miljoen vaten per dag. Maar die opstoot zal dan tijdelijk zijn. Experts sluiten niet uit dat de olieprijs in 2016 daalt tot 20 dollar per vat.

Hoe dat komt? Er is meer dan één oorzaak. Om te beginnen speelt de internationale trend van dalende grondstoffenprijzen een rol. De wereldeconomie groeit minder snel dan de voorbije jaren, dus is er minder vraag naar grondstoffen. Wat de prijs doet dalen. Zo is de prijs van ijzererts en nikkel het voorbije jaar met 43 procent gekrompen. Een vat olie met 35 procent, en aardgas met 30 procent.

Oorzaak twee is structureel: het oliekartel OPEC ligt op apegapen. De voorbije decennia besloten de landen van het kartel (waaronder Saoedi-Arabië en Iran) om bij een dalende prijs de productie te beperken om zo opnieuw voor een prijsstijging te zorgen. Maar sinds enige tijd is het binnen de OPEC ieder voor zich. Dus zijn er geen productiebeperkingen meer. Reden is dat Saoedi-Arabië ervoor gekozen heeft alles in het werk te stellen om het marktaandeel te behouden. Voor de Saoedi’s is het spotgoedkoop om olie op te pompen, maar als de prijs blijft dalen is dat echter niet langer rendabel voor grote concurrenten als Rusland en de VS. Dat overaanbod komt Riyad goed uit. Rusland – bondgenoot van de vijanden Iran en Syrië – moet rekenen op 40 dollar per vat om olie aan een winstgevend tarief te kunnen oppompen. De Russen komen dus in de problemen. Verder baart de ontginning van schalieolie in de VS de Saoedi’s zorgen. Schalieolie is een stuk duurder, maar maakt wel dat de Amerikanen niet langer afhankelijk zijn van import uit Saoedi-Arabië voor hun energievoorziening. De VS worden zelfs olie-exporteurss. De lage prijs heeft een aantal Amerikaanse schaliebedrijven in de problemen gebracht maar de sector wordt economisch niet ontwricht.

Maar de focus van de Saoedi’s ligt nu niet op de VS, wel op aartsvijand Iran. De sjiitische staat werd door de economische sancties jarenlang uitgesloten van de wereldeconomie. Gevolg was dat het bbp van het land de voorbije jaren met een derde is gedaald. Dat is straks voorbij. Iran kan opnieuw investeerders aantrekken en de eigen producten – zoals gas en olie – wereldwijd verkopen via de normale kanalen. Dat zal tot een toename van het bbp leiden maar ook massaal deviezen naar het land lokken. Waarmee Iran in de regio een economische, politieke en zelfs militaire grootmacht kan worden. Saoedi-Arabië probeert dat tegen te gaan door de olieprijs laag te houden. Want op die manier wordt het voor Iran moeilijk om de verouderde olie-installaties te moderniseren (wegens te duur) en de olie-export substantieel op te voeren. De Saoedi’s zullen de oliekraan dus verder opendraaien indien de prijzen op de internationale markten stijgen.

Dit oliebeleid heeft wel een risico. Veel olieproducerende landen zijn budgettair afhankelijk van een hoge olieprijs. De Saoedi’s gaan voor het eerst lenen op de internationale markten nu hun begrotingsdeficit bijna 20 procent van het bbp bedraagt. Landen als Qatar, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten kunnen nog tegen een stootje. Rusland heeft daarentegen wel een probleem. Voor een begroting in evenwicht moet een vat olie 110 dollar kosten. Voor Venezuela zelfs 150 dollar; dat Latijns-Amerikaanse land is dan ook virtueel failliet.

Angélique Vanderstraeten