Verleden zaterdag noemde Koen Meulenaere in de meest gelezen rubriek van De Tijd (21 januari) De Standaard “het islamitische dagblad van Vlaanderen”. Aangezien dit precies tot uitdrukking brengt wat de lezer van De Standaard ook al lang denkt maar niet luidop mag of durft te zeggen, bestaat er een goede kans dat dit scheldwoord blijft beklijven, en dat men zal mompelen, telkens als men iemand De Standaard ziet kopen, of gauw uit schrik met het blad gezien te worden, het onder zijn jas verbergt … “ah, weer een Vlaamse bekeerling tot de islam …”. Het zal zijn alsof men aan het einde van de oorlog, een collaboratiekrant kocht. Men werd er een beetje om uitgelachen, niet echt vijandig, maar medelijdend, zo in de zin van: hoe kan die zo onnozel zijn…

Dat is het lot van De Standaard en zijn lezers. Ze hebben al die jaren geduld dat een Abou Jahjah het blad teisterde met zijn arrogante predicaties van de overwinnaar of beter nog, van een die het volk leert dat het dom is en tot de brandstapel veroordeeld dient te worden, maar dat het ook kan proberen zich te bekeren. Want, en dat is de voornaamste leerstelling, Vlamingen zijn van geboorte slechte mensen, racisten en verdoemd, tenzij ze naar de profeet luisteren, die nu tot de leiding van hun blad is doorgedrongen. Nooit is er ook maar één opiniestuk of lezersbrief verschenen waarin het evangelie volgens Dyab Abou Jahjah werd betwist.

De noodkreet van Rutte

Als dan de Nederlandse premier Rutte, in zijn hoedanigheid van afwisselend voorzitter van het virtuele land Europese Unie genaamd, een toespraak houdt voor het Europees parlement, en daar een noodkreet slaakt: “Stop met het toelaten van vluchtelingen,” staat dat in het volkse Laatste Nieuws (21 januari) over de helft van de voorpagina geblokletterd. De lezer kan er niet naast zien: Rutte= STOP VLUCHTELINGEN, maar dan is dat bij De Standaard weggemoffeld naar een onzichtbare plek, en gaat de voorpagina voor de zoveelste keer om een vraagstuk uit de hogere wijsbegeerte. Spreekt heel het land over de poging tot aanranding in het zwembad van Koksijde, dan bloklettert De Standaard dat er te weinig opvanghuizen zijn voor de ouderlingen.

Veertien dagen geleden had ik het hier over het cijfer dat tijdens mijn ziekte door de Europese Commissie was verspreid en dat om duizelig van te worden was: in de komende jaren (tot 2060) zouden er elk jaar een miljoen vluchtelingen toestromen naar Europa.

Uit niets blijkt dat men met dat cijfer ook maar iets heeft gedaan in Europa. Hoewel het overal wintert, trekken de kolonnen door Europa, hun boodschap van ellende uitdragend. In de ghetto’s van Noord-Frankrijk, waar de duizenden wachten die naar Engeland willen oversteken, begint de malaria toe te slaan. Men zwijgt er zoveel mogelijk over.

Zodra het gaat zomeren, beginnen de kolonnen vluchtelingen weer in grote getale op te rukken. Inmiddels sneuvelt met rasse schreden het verdrag van Schengen, dat vrij verkeer veronderstelt binnen Europa. Er is niets in huis gekomen van een Europees ontwerp om toch een groep van 160.000 vluchtelingen ordentelijk en logisch te verdelen over alle Europese lidstaten. Het gebeurt niet. Niemand voert Europese bevelen uit.

Uitkijken naar Nederland

Naar aanleiding van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie schrijft The Economist (14 januari) dat veel van Nederland wordt verwacht, omdat dit land al vroeg als eurosceptisch te boek stond, en in 2005 iedereen verraste door in een referendum massaal de “Europese Grondwet” te verwerpen die ondermeer Dehaene door de Europeanen hun strot had willen duwen, zonder discussie als het even kon. Tijdens zijn zesmaandelijks voorzitterschap wordt trouwens ook nu een referendum over Europa voorzien, waar de top van de Europese Commissie, toen ze in Nederland op bezoek was, reeds haar grote “bezorgdheid” over uitsprak. De voorzitter van de Europese Commissie, Juncker, beweerde dat Nederland het lot van Europa in handen had, maar dat mist zijn effect zodra hij hetzelfde dagelijks tenminste drie landen voorhoudt te geloven.

“Jarenlang hebben we onze ogen gesloten voor het vluchtelingenprobleem. Daar betalen we nu de tol voor”, aldus het hoofdartikel van Knack (13 januari). Zeker, en daar komt nu nog het verschijnsel “Keulen” bij, dat bij ons misschien de benaming Koksijde krijgt. Het mooiste commentaar hierbij stond in Elsevier (23 januari, hoofdartikel) omdat het oude herinneringen oproept.

De krant vertelt dat in het jaar 1975 de volkszanger Vader Abraham een liedje uitbracht, dat begon als volgt: “Wat doen we met die Arabieren hier?/Want ze zijn niet te vertrouwen/met onze vrouwen”. Er ontstond toen groot kabaal in Nederland. Vader Abraham, die volgens hedendaags inzicht, alleen maar op zijn tijd vooruit was, werd voor rot gescholden, voor een onverbeterlijke, smerige racist gehouden, en waar hij kwam werd hij als een schoft behandeld, ergens daagde men hem met knuppels uit om nog eens te zingen van “onze vrouwen”, hij zou wat beleven. Zijn carrière was uit.

Terug naar De Standaard

Tot slot nog een verhaal dat echt gebeurd is en verwijst naar het begin van dit stuk, over De Standaard.

Een groot aantal jaren geleden zat ik eens aan bij een banket dat het Davidsfonds had georganiseerd voor zijn auteurs van dat jaar. Er bleef nog een stoel onbezet, dat was naast mij. Halverwege de maaltijd stoof Herman van Rompuy binnen, en kwam naast mij zitten. Van Rompuy was toen ofwel voorzitter van de CVP ofwel vice-premier onder Dehaene, dat herinner ik mij niet meer. In ieder geval gaf hij de tafel een boeiend verslag van de week vakantie in Portugal, waar hij juist van terugkeerde en die hem zeer was bevallen, op één punt na. Hij had de fout begaan, vertelde hij, om aan zijn kabinet te vragen geen andere Belgische kranten na te sturen naar Portugal, dan De Standaard. “Heb ik mij dat beklaagd!”, zo riep hij uit, luid genoeg zodat iedereen het gesprek kon volgen. “Niks van het Belgisch nieuws heb ik gekregen. Die Standaard wordt gemaakt door mensen die alleen schrijven voor zichzelf, over wat hen interesseert, en niet denken aan de lezer. Ik kreeg allerlei nieuws dat mij niet interesseerde, en moest bij mijn terugkomst wachten om te lezen in de andere kranten wat ik wilde weten.”

MARK GRAMMENS