Eind vorig jaar riep François Hollande de economische noodtoestand uit. Terwijl de werkloosheid in de rest van de Europese Unie daalt, blijft ze in Frankrijk toenemen. De Franse werkloosheid ligt met zo’n 10,1 procent boven het Europese gemiddelde van 9 procent. Frankrijk telt nu zo’n 3,5 miljoen werklozen. Dat zijn er bijna 700.000 meer dan aan het begin van het presidentschap van François Hollande in 2012.

Hollande heeft ooit verklaard dat indien de werkloosheid niet substantieel daalt, hij zich in 2017 niet herkiesbaar zal stellen. Zal zij zich aan die belofte houden? Wellicht niet, want politieke beloftes zijn er om niet nageleefd te worden. De president hoopt in elk geval tijdens het laatste jaar van zijn mandaat het tij te doen keren. Hij hoopt de stijgende werkloosheid in zijn land tegen te gaan met een economisch noodplan van 2 miljard euro. 500.000 werklozen zullen worden opgeleid. Hollande vindt dat een noodzakelijke maatregel omdat 80 procent van de Franse werklozen niet eens het middelbaar onderwijs hebben afgerond. De helft van het budget gaat naar opleiding.

Andere maatregel: bedrijven met minder dan 250 werknemers krijgen een subsidie van 2.000 euro als ze iemand aanwerven. En in die bedrijven worden de werkuren flexibeler gemaakt. Verder worden de ontslagvergoedingen geplafonneerd.

Zal Hollande zijn slag thuishalen? Het lijkt eerder een wanhoopspoging. Er zijn amper economen die geloven dat de recepten succes zullen hebben. ‘Rustinekes’ voor de arbeidsmarkt worden ze genoemd. De werkgevers vinden het veel te weinig. Ook de oppositie was messcherp voor Hollande. Men verdenkt hem al van een truc: die 500.000 werklozen die een opleiding zullen volgen, dat is om hen uit de statistieken te verwijderen. Waarmee Hollande dan kan aantonen dat de werkloosheid gedaald is.

Te veel overheidsbanen

Een perfide aanpak. Daarmee zijn de problemen op de Franse arbeidsmarkt nog altijd niet opgelost. Meer nog, met zijn noodplan pakt de president de grote problemen van de Franse economie niet aan: de 35 urenweek, de hoge loonkost en het te grote aantal overheidsbanen. De 35 urenweek prijst de Franse bedrijven uit de markt, al zijn er in sectoren en bedrijven allerlei uitzonderingen op de regel. Minister van Economie Emmanuel Macron probeert de wetgeving hierrond al een hele tijd te moderniseren, maar botst op een “neen” uit de eigen Parti Socialiste.

De loonkosten worden maar gestaag afgebouwd. De lastenverlagingen van 20 miljard euro die in 2012 werden afgekondigd, worden maar stapsgewijs ingevoerd, en zullen pas in 2017 op kruissnelheid zijn. Bovendien ligt bij die lastenverlagingen de focus te weinig op de laagste lonen, zeggen Franse economen.

Het grootste probleem blijft het te hoge aantal overheidsbanen. Frankrijk is het land waar een job als ambtenaar nog altijd interessanter is dan een job in de privésector. Sinds 2013 zijn er in Frankrijk amper 57.000 banen in de privésector bijgekomen. Dat is bedroevend laag. In Italië waren dat er 288.000. In Spanje 651.000, maar dat land komt uit een diepe crisis. Duitsland zag zijn privébanen in die periode met 482.000 toenemen. De Franse overheidstewerkstelling is in dezelfde periode met 233.000 banen toegenomen. Dat is meer dan in andere landen. Frankrijk komt op die manier in een vicieuze cirkel terecht. Om de tewerkstelling van overheidspersoneel te kunnen blijven financieren, zijn er veel overheidsuitgaven nodig, die dan met hoge belastingen worden gefinancierd. Dat fnuikt de economische groei en de tewerkstelling in de privésector. François Hollande zweeg erover; hij wil dit heilige huisje – en andere – van de Franse economie duidelijk niet slopen.

Kritiek in eigen rangen

Het was opvallend dat uit de eigen PS-rangen weinig steun kwam voor de president. Zijn de socialisten niet tevreden over het economische noodplan omdat het niet ver genoeg gaat? Of misschien omdat het wel te ver gaat? Neen, het probleem zit hem elders. Het gaat om het afnemen van de Franse nationaliteit voor wie zich schuldig maakt aan terrorisme. Het is een idee van eerste minister Manuel Valls, en het krijgt de steun van de president.

Maar een aantal PS-kopstukken, onder hen oud-premier Jean-Marc Ayrault en oud-partijvoorzitster Martine Aubry, waren op de sociale media zeer kritisch over de plannen. Zij vinden dat niet kunnen en beroepen zich daarbij op de zogenaamde republikeinse waarden, waarbij iedereen die in Frankrijk geboren is gelijk is voor de wet. Het leidde zelfs tot spanningen in de regering, want minister van Justitie Christine Taubira is tegen.

Hollande zit met de zaak verveeld, want het is zijn bedoeling in 2017 zowat de enige geloofwaardige kandidaat op links te zijn. Hij weet dat hij enkel een kans maakt om de tweede ronde te halen als hij zowat alle linkse stemmen rond zich verzamelt. Hij moet hopen dat de kritiek op zijn beleid in de eigen partij beperkt blijft. In het andere geval zou het wel eens kunnen dat enkele PS’ers beslissen om aan de presidentsverkiezingen deel te nemen. Dan is Hollande een vogel voor de kat.

Salan