Wat blijft de kloof tussen Oost- en West-Europa toch diep. Neem nu weer de aanpak door de heren Juncker en Timmermans van de Europese Commissie van hun conflict met Polen, en de manier waarop de pers dit verslaat. Voor het eerst in haar bestaan hoopt de Commissie een soort straf op te leggen aan een lidstaat, Polen dus. Eigenlijk is dat alles wat wij hierover vernemen. Zo spreekt Le Monde (5 januari) van het “onder toezicht” (sous surveillance) plaatsen van Polen, wat niet klopt, en Le Monde schrijft een andere keer (12 januari) in een hoofdartikel dat “Europa” zich niet kan permitteren een lid te hebben (weer: Polen) dat de democratie aan haar laars veegt. Het blad roept de Europese Commissie op tot vastberadenheid.

Brussel = Moskou

Van de andere kant: wat zegt men in Polen? Welnu, daar legt men het accent op het zelfbeschikkingsrecht, waar men reeds van uitging toen de baas in Moskou verbleef. In Polen wordt steeds deze vergelijking gemaakt: Brussel = Moskou, verwijzende naar de vele jaren dat Polen de bevelen uit Moskou had te volgen, met de kreet: “Teraz karwa My”, wat volgens De Groene (14 januari), waaraan ik dit ontleen, vrij vertaald betekent “Nu is het aan ons gvd!”.

Wat wij maar niet schijnen te willen begrijpen, is dat mensen als de Polen, die geleden en gestreden hebben voor hun vrijheid en onafhankelijkheid, al hun heersers of wie hen de les willen lezen vereenzelvigen met hun vroegere heersers, die gehaat werden.

En dan is er nieuws waar in West-Europa aan is voorbij gegaan. Polen en Hongarije hebben een dag samen vergaderd – een dag lang, de voornaamste ministers en leiders van de regeringspartijen – om te zien hoe zij zich gezamenlijk te weer zullen stellen tegen “Brussel”. Dat laatste is het nieuwste scheldwoord in de Poolse en Hongaarse politiek. Dat is toch van groot Europees belang, als twee landen van de Europese Unie gaan samenzitten om te overwegen hoe zij zich gezamenlijk kunnen opstellen tegen ”Europa”. Maar wist u ervan? Ja, hier en daar stond er ergens iets over, verspreid tussen ander nieuws, alsof het geen belang had.

Is dat Europa?

Zo komen we er niet. Als dat “Europa” is (geworden), dan betekent dit dat er iets heel erg mis is gegaan in de aanpak van de “Europeanen”. Dan zijn we radicaal de verkeerde weg ingeslagen, en dan past het te onderzoeken waar de Europese ontsporing heeft plaatsgevonden.

In oktober van vorig jaar werden er in Polen parlementsverkiezingen gehouden die leidden tot een aardverschuiving van de PO naar de oppositiepartij PiS. PiS versus PO dus. Sorry, als dit in het Nederlands een beetje “kolderiek” klinkt, zoals De Groene (14 januari) fijnzinnig opmerkt. De twee partijen komen voort uit het ons allen nog welbekende Solidarnosc (solidariteit), de beweging van de revolutionaire vakbondsleider Lech Walesa, en worden geleid door voormalige medestanders van Walesa.

Ideologisch is er weinig verschil tussen beide partijen, maar toch. PiS wil de sociale zekerheid versterken (méér pensioenen), terwijl PO daarin wil bezuinigen. PiS wil de ouderenzorg volledig gratis maken, PO is tegen alles wat gratis is. In veel opzichten staat PiS links van onze sp.a, PO komt in de buurt van de N-VA. “PiS haalt qua economisch beleid alle sociaal-democratische partijen in Europa links in, inclusief Corbyns Labour in Groot-Brittannië of Die Linke in Duitsland.” (De Groene, 14 januari). Nog dit: in het Europees parlement zetelen de verkozenen van PO bij de CD&V, terwijl PiS aansluit bij de Britse Conservatieven, waartoe ook de verkozenen van de N-VA behoren.

Tot de verkiezingen van vorig jaar was PO acht jaar lang aan de macht geweest, onder eerste ministerschap van Donald Tusk, die eind 2014 de opvolger werd van Herman van Rompuy als hoofd van de Europese Raad van Regeringshoofden. In Brussel is men niet erg opgetogen over Tusk. Volgens ondermeer een analyse in Le Monde (12 januari) kan hij zijn job niet aan. Zijn politieke ervaring blijft beperkt tot Polen, met de wereld van de internationale en Brusselse politiek heeft hij geen verwantschap. Zijn gebrek aan talenkennis vormt een handicap. Het enige Frans dat hij kent, bestaat uit de woorden die nodig zijn om een biertje te bestellen in een Frans café. Zoals voor alle Polen van zijn generatie is zijn tweede taal het Russisch, dat spreekt hij met ondermeer Angela Merkel, die ook op school Russisch geleerd heeft.

Strijd om de macht

Bij de jongste verkiezingen werd de partij van Tusk praktisch van de kaart geveegd. PiS kwam aan de macht, en begon met de partijdige benoemingen van de vorige regering ter discussie te stellen en eigen mensen in hun plaats te benoemen. Ondermeer in het Grondwettelijk Hof, waar de vorige regering (volgens Elsevier, 9 januari, dat zijn bron vermeldt) liefst veertien van de vijftien rechters had benoemd uit partijkringen. Ook in het bestuur van de openbare radio en televisie werden creaturen van PO vervangen door creaturen van PiS.

De oppositie ging uithuilen bij Tusk in Brussel en kreeg de Europese Commissie mee om een procedure in gang te zetten tegen Polen wegens schending van de “Europese waarden”. Le Monde (13 januari) stipte daarbij aan dat in drie Europese landen met openbare omroep de directie ervan eveneens vervangen wordt na een verkiezingsoverwinning van de oppositie: Groot-Brittannië, Nederland en Letland. Wat scheelt er dan met Polen dat het dit niet mag? Alleen maar dat “Europa”, onder druk van Tusk, die de nederlaag van zijn partij niet kan verkroppen, de “Europese” machine tegen Polen in gang heeft gezet. Dat weten we nu. Maar we weten nog niet tot waar ons dit leidt als “Europa” overal in binnenlandse partijpolitiek wil tussenkomen. Dat zet Polen, land en volk, tegen “Europa” op, en bij uitbreiding heel Oost-Europa, of wil men juist over een precedent beschikken als er elders in Europa een regering aan de macht komt die het Europese establishment niet aanvaardt? Voelend dat zijn positie onhoudbaar werd, heeft Tusk inmiddels afstand genomen van de politiek van de Europese Commissie tegenover Polen.

MARK GRAMMENS