Maar een paar maanden geleden viel eindelijk het doek over het grootste havenschandaal dat Rotterdam teisterde.

Witte wijn op de Groenplaats

In zijn boek “Het havenschandaal” (uitgeverij De Geus, 2015, 287 bladzijden) ontleedt journalist Frank de Kruif de zaak minutieus. Het is een boek dat iedereen die te maken heeft met “de economische motor van Vlaanderen” moet lezen, want de gestelde problemen, de mechanismes en de juridische spitsvondigheden kunnen een les zijn voor Antwerpen. Welbeschouwd draait het boek, ondanks een paar “supporting actors”, rond Willem Scholten – de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam nv – en zakenman Joep van den Nieuwenhuijzen. Plaats van de misdaad: de Groenplaats waar de twee, die elkaar al een tijd kennen, witte wijn drinken. Van den Nieuwenhuijzen vindt zoals veel Nederlandse zakenlui het Antwerpse leuker (en anoniem). Hier wil ie wel een mooi appartement kopen. De baas van de Rotterdamse haven heeft ook een zwak voor de koekenstad. Hij is juist gescheiden en gunt zichzelf en zijn nieuwe vriendin graag veel verwenweekends; een liefdesnestje aan de Ernest van Dijckkaai lijkt hem ideaal. Wat begint als een “vriendendienst” dijt langzaam uit tot een grootse zaak van zware bedrijfsverliezen en corruptie.

“Slagvaardiger”, “Zakelijker”, “Commerciëler”

Scholten is 47 als hij in 1991 directeur van het Havenbedrijf Rotterdam wordt. Een topper: gewezen stuurman en later één van de grote bazen van het bekende bergingsbedrijf Smit Tak. Hij kent de haven van haver tot gort. Bij zijn aantreden is Scholten een voorstander van de oude structuur. De gemeenteraad beslist over de te volgen strategie en de havenwethouder kijkt toe of de directeur die gewetensvol implementeert. Zodra hij echter stevig in het zadel zit, spuit hij voortdurend woorden als “slagvaardiger”, “zakelijker”, “commerciëler” en wijst hij naar de Antwerpse concurrenten. Het Havenbedrijf moet volgens hem zelfstandig beslissen over huurprijzen en havengelden à la tête du client om nieuwe huurders aan te trekken; moet financiële participaties nemen; leningen verstrekken en zelfs deelnemen in andere havens. Kortom, het moet een staat in de staat worden en zelfs de bedrijven beconcurreren die feitelijk de havengelden opbrengen. Scholten rekt geleidelijk zijn bevoegdheden in die zin op en krijgt maar weinig weerwerk van de wethouders: zeven in vijftien jaar tijd. De politiek is maar in één ding geïnteresseerd: hoeveel bedraagt de miljoenenafdracht van het Havenbedrijf aan de gemeentelijke politici die daar leuke dingen mee doen voor de kiezers en voor hun eigen glorie. Die verzelfstandiging wordt een realiteit op 1 januari 2004. Acht maanden later is Scholten een gevallen engel. De wethouder krijgt een brief van de Duitse Commerzbank die tientallen miljoenen euro’s opeist omdat zakenman Van den Nieuwenhuijzen zijn leningen niet terugbetaalt. Die leningen worden – onwetend voor de politici – al jaren gegarandeerd door het Havenbedrijf. Eerst wordt Scholten op non-actief gezet, maar het duurt nog een jaar vooraleer hij een eerste keer als verdachte verhoord wordt.

Rotterdam is “onschuldig”

Auteur De Kruijf probeert niet onmiddellijk het kluwen uit de doeken te doen; hij pelt geleidelijk laag na laag af zoals het schandaal zich indertijd ontwikkelde. Het eindigt ermee dat het Havenbedrijf leningen toestond, een bedrijfsterrein aankocht en voor 100 miljoen euro garant stond voor de activiteiten van de dubieuze zakenman Van den Nieuwenhuijzen. Buiten het gebruik van dat Antwerpse appartement blijkt nog dat Scholten zo’n 1,2 miljoen euro ontvangt op een Zwitserse bankrekening; zogenaamd als tussenpersoon voor een zakenpartner. Natuurlijk ruiken dure advocaten dat er veel geld te verdienen is aan het hele schandaal en ze halen de krankzinnigste argumenten uit de kast om de daders vrij te pleiten. Maar de uitkomst verrast. Banken als de Commerzbank en Barclays proberen hun geld te recupereren bij de toenmalige bezitter van het havenbedrijf: de gemeente Rotterdam. Ze kunnen naar hun geld fluiten. De Nederlandse rechtbanken oordelen tot in hoger beroep toe dat Scholten zijn boekje te buiten ging toen hij die bankgaranties ondertekende en de banken moesten dat maar weten zodat Rotterdam op geen enkele wijze verantwoordelijk wordt geacht. Dat lijkt me een mooie waarschuwing voor iedereen die grote zaken met Nederlanders doet en toestaat dat Nederlandse rechtbanken bevoegd zijn. Alles eindigt begin juli 2015, met de veroordeling van Scholten en Van den Nieuwenhuijzen tot haast symbolische straffen voor corruptie.

Willem de Prater