Huismiddeltjes

Huismiddeltjes

“Zou je met deze koude wel naar het Noorderterras gaan?”, vroeg mijn vrouw, toen ik mijn jas aantrok.

“De plicht roept en ik ga”, zei ik. “Zie je ’t Pallieterke al verschijnen met op de achterbladzij een grote witte vlek?”

“Het is al goed”, zuchtte ze, waarna ik vertrok.

Onderweg voelde ik dat ik niet lang zou wegblijven. Nu op de bank zitten? Ik overwoog om voor de wintermaanden de naam van mijn wekelijkse bijdrage aan te passen.

Wat zou het worden? ‘In de warme kroeg’, ‘In de knusse bodega’ of ‘In de Scheldebocht’? Ik had daar bij stevige regenbuien al verschillende keren mijn toevlucht moeten zoeken. Soms was dat meegevallen en had ik er stof voor kopij gevonden.

Maar het Noorderterras is toch wat anders. Heel ander volk dat daar passeert. Daarom stapte ik vinnig door naar mijn wekelijks plekje.

Goed en wel zat ik op mijn bank, of ik moest niezen. Niets aan de hand. Thuis nies ik ook. Het begon te kriebelen in mijn keel. Daarvoor had ik een eucalyptussnoepje bij. Langzaam zoog ik dat op.

Ik kreeg als bankgenoot een oud dametje. Zij knikte naar me en ik knikte beleefd terug. Tegelijk kreeg ik een hoestbui.

Ze keek me aan met een bezorgde blik en vroeg: “Heb jij die hoest al lang?”

“Vandaag voor het eerst, mevrouw”, antwoordde ik.

Ik trok mijn sjaal strakker rond de hals met de woorden: “Ik denk dat ik hier niet lang zal zitten. Thuis in het apotheekkastje liggen er medicijnen die misschien geschikt zijn.”

“Heel dikwijls helpen huismiddeltje stukken beter”, zei ze. “Ben je verkouden, dan moet je regelmatig je handen wassen. En veel water drinken maakt de slijmen vloeibaar. Maar geen alcohol.”

Ik zweeg maar over het slaapmutsje dat ik iedere avond drink.

Bij een nieuwe hoestbui greep ik in mijn jaszak naar het pakje met papieren zakdoekjes dat ik altijd bij me heb.

“Heel goed”, zei ze. “Wegwerpzakdoekjes gebruiken is beter dan steeds weer je neus in een gebruikte stoffen zakdoek steken.”

“Hebt u misschien studies medicijnen gevolgd?”, vroeg ik.

“Ik ging amper naar school, meneer… Maar oude volksmiddeltjes zijn dikwijls veel beter.”

“Waren er dan vroeger geen dokters?”, vroeg ik.

“Natuurlijk wel, meneer. Maar de mensen leerden uit de praktijk en uit wat zij op hun beurt weer van hun ouders hadden geleerd. Heb jij veel keelpijn?”

“Daar heb ik regelmatig enige last van”, zei ik. “Eens kreeg ik van de dokter een voorschrift voor een medicijn tegen keelpijn. Dat hielp wel een beetje, maar uiteindelijk ben ik overgeschakeld naar nu en dan een eucalyptusbolletje.”

Zij lachte. “Mijn grootvader had ook bijzonder veel last van keelpijn”, zei ze. “Hij zag er echt van af. Weet je hoe hij eraan verhielp?”

Ik knikte ontkennend.

“Hij nam een zakje van linnen, stopte er levende pieren in en legde dat rond zijn keel.”

Gruwend vroeg ik: “Hoelang moest dat?”

“Tot de pijn weg was, of de pieren dood waren.”

“En hielp dat?”

“Dat zei hij toch. En hij was niet de enige die dat deed. Trouwens, voor een hoop ongemakken kenden de mensen zelf oplossingen. Wie vandaag wratten heeft, gaat naar een dermatoloog. In sommige gevallen snijdt die ze weg, om huidkanker te voorkomen. Weet je wat men vroeger deed?”

Het volstond dat ik haar vragend aankeek.

“Mijn vader had wratten op beide handen. Hij begroef een paar strootjes in de grond en naarmate die rotten, stierven de wratten af. Mijn oom, die aan jicht leed, raakte ervan verlost door in iedere broekzak een paardenkastanje te steken. En wist je dat luizen eten een formidabel middel is tegen de geelziekte?”

“Met jou in de buurt zou ik nooit ziek worden”, zei ik.

Ik kwam ziek thuis. Ik niesde en snotterde. Mijn vrouw belde toch maar de huisdokter.

TdW


Tags assigned to this article:
2016-04Op het Noorderterras

Related Articles

Geschoten bok

Acht jaar was het geleden dat met Tia Hellebaut een landgenoot goud won op Olympische Spelen. Een ontketende Greg van

Film

Spielberg ontmoet Roald Dahl The BFG Voor tegendraadse verhalen voor kinderen moet je bij Roald Dahl zijn. Voor meer sentimentele