STRIPMUSEUM BRUSSEL – Momenteel plaatst het Brusselse Stripmuseum het ganse oeuvre van tekenaar Jean Paul van den Broeck (°Leuven, 1943), alias Jean-Pol, in zijn schouwvenster. Als jonge knaap groeide Jean-Pol op met het prachtwerk van de iconen uit de jaren vijftig. Later draaide hij zelf mee tussen het kruim van de stripwereld. Dat bewijst de overvloedig geïllustreerde tentoonstelling “Jean-Pol. Plezier in beweging”.

Jean-Pol is een echte Vlaming, en dus een harde werker. Het etiket “tekenende duivel-doet-al” kan hem met recht en reden opgekleefd worden. Zoals de meeste begenadigde tekenaars werkte hij zich na de academie omhoog in de reclame- en illustratiewereld en vooral, die van de stripweekbladen. Bij het vooraanstaande blad ‘Kuifje’ doorstaat Jean-Pol met glans de vuurproef van het langere stripverhaal. De droom om zijn jeugdidolen Sleen (Nero), Franquin (Robbedoes) en Tillieux (Guus Slim) op te volgen, nam vanaf midden jaren zestig concretere vormen aan, toen de jonge tekenaar zich in de gunst werkte van laatstgenoemde. Maurice Tillieux bracht het werk van zijn volgeling onder bij het agentschap Real Press, wat meteen voor weerklank zorgde. Voor een ander agentschap ontwierp Jean-Pol het alom bekende Michelinmannetje. Dat gebeurde allemaal onder het goedkeurend oog van Marc Sleen, de “oom” aan wie Van den Broeck reeds sinds zijn dertiende geregeld tekeningen ter goedkeuring voorlegde.

Jeugdig en christelijk

Met al die adelbrieven op zak schiep Jean-Pol in 1970 zijn eerste eigen strip: ‘Kramikske’. De avonturen van de olijke bakkersknecht verschenen in het blad van de christelijke arbeidersbeweging en vielen onmiddellijk in de smaak. De cijfers van het tevens door Het Volk uitgegeven ‘Jommeke’ zou de reeks echter nooit evenaren. De tekenaar zag daarin een bewuste keuze van de uitgeverij. Of hoe promotie vaak van doorslaggevend belang kan zijn. Pas in 1976 werden de eerste albums van ‘Kramikske’ gedrukt. Vergeleken met ‘Jommeke’ was de strip van Jean-Pol vranker en stouter. De Leuvenaar mikte duidelijk op een iets volwassener publiek.

Intussen tekende Jean-Pol aan nog een andere brave gezinsstrip, waarmee hij dan weer het allerjongste lezerspubliek wilde aanspreken. De naam van die reeks, ‘Annie en Peter’, doet reeds vermoeden dat er niet op het brave Vlaamse communiezieltje zou worden getrapt. Het medium was immers Zonneland, het kinderblad van Averbode. Hoewel, het feit dat Annie de broek draagt en dat het sterke geslacht, vertolkt door Peter, steeds achter de feiten lijkt aan te hollen, is best revolutionair voor de jaren zeventig. In die context werkt Jean-Pol onder meer samen met Eric de Rop, die het blad dat u nu in handen houdt mee van cartoons voorziet.

Uit de bescheidenheid

Begin jaren negentig brak voor Van den Broek een nieuw tijdperk aan. Na overleg met Danny Verbiest en Gert Verhulst liet hij de populaire jeugdhelden Samson en Gert in stripvorm verschijnen. Na de oprichting van Studio 100 kwam daar nog Kabouter Plop bij. Interessanter dan dit commerciëel goed berekende initiatief was de overname van de reeks ‘Sammy’ in 1994 . De verhalen over twee lijfwachten in het Chicago van de drooglegging stralen opnieuw originaliteit uit. Jean-Pol kreeg de reeks van zijn stadsgenoot en goede vriend Berck (Arthur Berckmans) in de schoot geworpen. Het was duidelijk opnieuw een uitdaging waar de artiest zijn ganse ziel in kwijt kon.

Deze expo laat Jean-Pol verrijzen uit de bescheidenheid waarin hij decennialang vertoefde. Men toont hem als een professionele en toegewijde striptekenaar met wiens hoogstandjes eveneens generaties Vlamingen opgroeiden, zonder dat ze het misschien zelf merkten. Jean-Pol is geen naam zoals Sleen, Nys of Hergé, ofschoon zijn albums menig kind zeker evenveel plezier hebben bezorgd.

“Jean-Pol. Plezier in beweging” is te bewonderen tot 29 mei 2016 in het Stripmuseum te Brussel, Zandstraat 20 (di-vr van 10 tot 18 uur).

Tom