Het was precies 31 jaar geleden dat Union Saint-Gilloise en RWDM voor het laatst een derby speelden. Te lang geleden, vonden velen, dus werd een vriendschappelijke wedstrijd op touw gezet. Voor de supporters werd het een heuse tijdsreis; een sprong naar het geïdealiseerde verleden van weleer.

Het theaterstuk Bossemans en Coppenolle is een apart lemma in het Brusselse culturele patrimonium. De klucht verhaalt over twee bevriende en welgestelde middenstanders wiens kinderen op het punt staan in het huwelijksbootje te stappen, maar dan beginnen de intriges. Een zekere Madame Violette maakt Bossemans lid van de supportersclub van Union Saint-Gilloise, wat de Coppenolles (zeker mevrouw dan) niet zint, aangezien de gezinsleden fervente aanhangers zijn van Daring Molenbeek. Dit maar om te zeggen dat de wedstrijd die RWDM en den Union een tweetal weken geleden tegenover mekaar plaatste een wel erg symbolische betekenis had.

Men kan het zich haast niet voorstellen, maar ooit stond Union aan de nationale top. Voor de Tweede Wereldoorlog wist de club zelfs elf landstitels te veroveren. Nog steeds, na al die jaren, staat de club in de top 3 aller tijden en moet enkel Anderlecht en Club Brugge laten voorgaan. ‘t Kan verkeren, want Union speelt sinds dit seizoen terug in tweede klasse. Waar Union als vergane glorie bestempeld kan worden, ook al blijft volgens bevriende kenners bij de achterban nog steeds heel wat over van de gezapige sfeer van weleer, wordt de historiek van RWDM nog eens met een saus van complexiteit overgoten. Fuseren zit in het DNA van de club die ooit als den Daring begon. De stichting begon in een kroeg, gelegen in de schaduw van de basiliek hadden we er haast aan toegevoegd. We schrijven 1895, wat wil zeggen dat van dit reusachtig gedrocht nog geen sprake was. Soit, de naam werd ontleend aan een bestaande Nederlandse club; een idee simpelweg ontstaan toen één van de stichters een Nederlandse krant aan het doorbladeren was. Ze begonnen in tweede klasse, samen met, jawel, den Union. Heden speelt RWDM in vierde klasse.

Enkele fusies waren noodzakelijk om praktische redenen (o.a. de beschikbaarheid van een veld). Uiteindelijk mondde dat uit in de club die decennialang bestond als RWDM. De sjotters van Sint-Gilles en die van Molenbeek waren aartsrivalen, maar er was een nog grotere vijand: Anderlecht. En dat was tijdens die recentste derby goed te merken. Voor alle duidelijkheid, het betrof een vriendschappelijke kamp; een wat geforceerd aansluiten bij die stilaan verloren gegane derbytraditie. Zomaar even 31 jaar geleden werd de vorige derby gespeeld. En zie, het resultaat was precies hetzelfde als die editie, 0-1 voor het bezoekende Molenbeek.

Wie erbij was, werd haast naar het verleden geschoten. Een vol stadion met 5.500 toeschouwers mag dan een mooi resultaat zijn, tijdens het interbellum werd een derby door soms wel 20.000 mensen bijgewoond. Toch was het een hele tijd niet evident dit evenement te organiseren. Een zakelijke twist zorgde ervoor dat die clubs op gespannen voet leefden. Union kocht het stamnummer van Waterloo over, waardoor een deal van datzelfde Waterloo met RWDM in het water viel. Hierdoor werd de herstart van Molenbeek op losse schroeven gezet. Maar goed, de zaak werd uitgepraat. Naar verluidt kwamen de twee voorzitters mekaar op restaurant tegen, er werd gekletst en dat gesprek kreeg een staartje, begrijp: een volgend diner. Ondertussen wordt zelfs geopperd dat een andere derby kan georganiseerd worden: RWDM versus… Anderlecht. Bij een deel van de achterban leeft die gedachte. Of dat zal volstaan, moet de toekomst uitwijzen.

KNIN.