De federale regeringsmaatregelen doen de Waalse gemeenten pijn. Volgens André Antoine (cdH), voorzitter van het Waals Parlement, kost de taxshift en aanverwanten de Waalse steden en gemeenten 268,5 miljoen euro tegen 2021. Vooral de rode bastions Luik en Charleroi bloeden.

Door de lagere personenbelasting die de federale regering heeft doorgevoerd – het marginaal belastingtarief van 30 procent verdwijnt op termijn – lopen de gemeenten inkomsten mis. Ze heffen immers opcentiemen op de personenbelasting. Maar bij een belastingverlaging door de federale overheid daalt de basis waarop de gemeenten opcentiemen heffen. Dat kost de Waalse gemeenten miljoenen euro’s, fulmineert Waals parlementsvoorzitter André Antoine. Hij wijst er verder op dat de belasting op de intercommunales – in Wallonië sterk gelieerd aan de gemeentebesturen – eveneens pijn zullen doen. Ook vreest hij voor extra kosten voor de OCMW’s. De inschakelingsuitkeringen (de vroegere wachtuitkering voor schoolverlaters) worden in de tijd beperkt. Wie er straks niet meer over kan beschikken, komt vaak in de sociale bijstand terecht. Een grote groep van de vroegere genieters van zo’n uitkering woont in Wallonië. De meesten zijn trouwens ouder dan 30 jaar, dus geen schoolverlaters maar mensen die eigenlijk amper of nog nooit hebben gewerkt. Die groep klopt nu aan bij de Waalse OCMW’s. De voorzitter van het Waals Parlement is daar woedend over. Nochtans is de beperking in de tijd van de inschakelingsuitkering een beslissing van de vorige federale regering, onder leiding van Elio di Rupo van de PS, een Waalse coalitiegenoot van de cdH. Antoine raasde vorige week in een aantal kranteninterviews maar door: de Waalse steden en gemeenten krijgen door het federale beleid minder geld, maar moeten tegelijk zelf meer en meer diensten financieren, zoals de politie.

Volgens Antoine kosten de federale regeringsmaatregelen de Waalse gemeenten tegen 2021 zo’n 268,5 miljoen euro. De steden die het meest getroffen worden zijn Luik (13 miljoen euro), Charleroi (11 miljoen), Namen (7 miljoen), Bergen (7 miljoen), Doornik (5,7 miljoen) en  La Louvière (5 miljoen). Afgezien van  Namen allemaal steden waar de PS aan de macht is. Vanuit de Waalse PS-cdH-regering rijst het vermoeden dat de federale regering hiermee vooral de grootste partij van Wallonië wil raken.

Als de stadsbesturen de belastingen omwille van de minderinkomsten moeten verhogen, kan dat de MR wel eens goed uitkomen. Het is weinig bekend, maar de partij van eerste minister Charles Michel telt al meer Waalse burgemeesters dan de Parti Socialiste. De MR wil dat zo houden, ook in 2018. Binnen de MR is men namelijk bang dat PS en cdH op lokaal vlak al tal van voorakkoorden aan het smeden zijn. Enkel een belangrijke MR-overwinning kan daar verandering in brengen.

De Waalse regeringspartijen zijn om nog een andere reden woedend op de federale ploeg. In principe moet de Waalse regering de lokale overheden te hulp komen wanneer ze zich in financiële moeilijkheden bevinden. Hier zien PS en cdH opnieuw een federaal complot, niet enkel van de MR maar ook van de Vlaamse partijen en vooral de N-VA. Want de Waalse steden en gemeenten helpen, is voor de regering in Namen niet evident. Door de taxshift zou de Waalse regering 10 procent van de regionale inkomsten uit de personenbelasting verliezen. 300 miljoen euro om precies te zijn. Want aangezien ook de Waalse regering opcentiemen heft op de personenbelasting wordt zij eveneens geraakt door het federale beleid.

De Waalse regering hoopt van de federale overheid financiële ademruimte te krijgen door bijvoorbeeld het btw-tarief van 6 procent voor scholenbouw uit te breiden tot andere vormen van lokale vastgoedinvesteringen. Ook willen Waals minister-president Paul Magnette (PS) en co dat de verlaging van de sociale bijdragen wordt uitgebreid tot het contractueel personeel van de lokale besturen. De kans dat de regering-Michel op die vraag ingaat, is zo goed als onbestaande.

Picard