In ’t land dat volgens Eyskens er een van apen is,
was dankzij Stevaert ’t rijden met De Lijn nog gratis
en vogels vlogen ons gebraden als het ware in de mond
en Freya strooide met subsidies gul panelen in het rond.

Het leek wel of besparen toen nog niet in de Van Dale stond
of was ’t omdat De Wever er geen woord in het Latijn voor vond?
Intussen vond hij’t en gebood: “Zet àf die plaat!
Wij gaan besparen voor de redding van de staat.”

Philippe van Saksen-Coburg kwam en zag en grijnsde in zijn baard:
“Geen belgië barst! De Wever trekt voluit de vaderlandse kaart.
Al wordt er voor intern gebruik wat wind gemaakt,
aan mijn royale status wordt er niet geraakt!”

Geen socialist die, dankzij Bart, de federale plak nog zwaait.
Er wordt vandaag geducht gespaard in plaats van in de kas gegraaid.
Intussen gutst de geldstroom naar het zuiden voort.
“Hoelang nog?”, luidt de vranke vraag die wel eens wordt gehoord.
Geduld, meneer, De Wever zoekt nog naar ’t Latijnse woord…

Hector van Oevelen