In de kerstvakantie kon je er niet aan ontkomen: de Disneyproducties op televisie, en kleinzonen die zelfs op hun zestiende nog geboeid naar de onnozele soaps op Disney Channel kijken. Tijd om iets meer te lezen over de man die het enige wereldrijk stichtte dat over alle kinderen heerst.

Harde lessen

Walter Elias Disney werd in 1901 geboren in een hard werkend, groot maar liefdeloos gezin. Twee van zijn drie oudere broers liepen weg van huis omdat ze meer slaag dan eten kregen van hun vader. Disney was op zakenreis in Zuid-Amerika toen zijn vader stierf en hij dacht er niet aan zijn reis te onderbreken. De jonge Walt viel in de klas geregeld in slaap omdat hij voor en na school urenlang 700 kranten bezorgde. Hij hield daar zijn hele leven een intense werkethiek aan over, die niet ieder van zijn medewerkers wou opbrengen. De Eerste Wereldoorlog bood een mogelijkheid om thuis te ontsnappen. Hij bood zich aan om te vechten, maar was te jong en hij werd dan maar Rode Kruischauffeur. Hij arriveerde in Frankrijk toen de oorlog juist afgelopen was. Bij zijn terugkeer in de VS ging hij de reclame in, omdat hij een goede zij het geen bijzonder begaafde tekenaar was. Maar een ideeënman was hij des te meer. Hij opende een tekenfilmstudio, engageerde tekenaars, bedacht verhalen naar Europese thema’s, betaalde zijn personeel goed en ging prompt failliet. Business was zijn sterkste zijde niet. Hij vroeg zijn oudere broer Roy – die in een bank werkte – om de zakelijke kant af te handelen. De broers vertrokken naar Hollywood, richtten een nieuw bedrijf op en produceerden filmpjes met tekenfiguren als coacteurs in één beeld met een echt meisje. Disney ontdekte vlug dat de tekenfiguren populairder waren dan de kleine actrice. Dus creëerde hij uitsluitend tekenfilmpjes met een konijn in de hoofdrol. Op korte tijd veroverde hij de hele VS. Disney leerde weer een belangrijke les: hij had geen sluitende contracten met zijn personeel getekend, noch met de distributeur, en die ging er met het konijn en bijna alle tekenaars vandoor.

Mickey

Disney begon opnieuw van nul en besloot een muis de heldenrol te geven. De enige tekenaar die bij hem gebleven was, fatsoeneerde de matige schets van Disney en Disney’s jonge vrouw (een inktster) doopte hem Mickey. Terzijde, Disney speelde niet alleen de familieman, hij was het ook; zijn latere vrouwelijke assistenten zeiden dat ie een gentleman was die de handjes thuishield. Mickey Mouse werd nog populairder dan dat konijn omdat de muis dankzij een synchronisatieprocédé al sprak voor de echte “talkies” gemeengoed waren. De stem van Mickey was twintig jaar lang die van Disney zelf. Disney liet een hele familie rond zijn muis creëren en de populairste van het stel was zeer vlug de hysterische eend Donald Duck, die in 1934 verscheen. Disney hield van humor, maar wel van de brave soort. Voor een feestje knutselden een paar tekenaars een kort filmpje in elkaar waarin Mickey en Minnie niet mis te verstane handelingen verrichtten. Iedereen lachte hartelijk, Disney inbegrepen, en ’s avonds zette hij de tekenaars aan de deur. Technologie fascineerde Disney en hij was de eerste die tekenfilmpjes in kleuren liet maken. Op slag wilde niemand nog zwart-witcartoons. De avonturen van de drie kleine biggetjes (mohammedanen waren er nog niet in de VS of Europa, of ze hielden hun arrogante smoel) introduceerden weer een nieuwigheid. Gedaan met het klassieke gooi- en smijtwerk. Disney stond erop dat die biggetjesavonturen een heus verhaal vertelden en hij creëerde een scenaristen- en vertelafdeling naast de tekensectie. Inmiddels zweette broer Roy peentjes. De projecten werden groter, en de vraag steeg, dus engageerde Disney meer tekenaars, verhalenschrijvers, inktsters, kleursters, enzovoort. Roy moest iedere keer het geld voor een nieuw project ophalen bij de banken, en dan maar hopen dat de Amerikanen naar de bioscoop stormden. Gelukkig deden ze het. In 1934 zette Disney zijn hele bedrijf op het spel voor de eerste tekenlangspeelfilm: Sneeuwwitje.

Oscars

Vier jaar lang werkten honderden mensen aan het scenario, de muziek en de animatie. Disney bekeek alle 120.000 tekeningen persoonlijk. Hollywood noemde het project “Disney’s waanzin” en ten slotte deelden de banken hem mee dat ze de geldkraan dichtdraaiden, waarop hij tegen heug en meug de geldschieters een ruwe avant-première liet zien. Ze betaalden verder en in februari 1938 verscheen de film in de zalen. Het werd een ongeziene commerciële triomf en toch was Disney ongelukkig. Sneeuwwitje was in zijn ogen even grote kunst als iedere andere speelfilm. Disney had aan één grote kast niet genoeg om er al zijn Oscars in te zetten, maar dé Oscar, die voor de beste film, kreeg hij nooit. Na Sneeuwwitje kondigde hij aan dat zijn studio’s iedere zes maand een nieuwe tekenlangspeelfilm zouden produceren, maar de banken, die hij nog altijd nodig had, remden af. Pinocchio volgde twee jaar later. Fantasia, balletten met tekenfilmfiguren op klassieke muziek, was een flop. Ook het al jaren voorbereide Bambi scoorde minder goed, in 1942. Kinderzieltjes waren in die tijd nog niet van gaas en moesten niet aan de rilatine omdat er keiharde scènes te zien of gesuggereerd werden, zoals de heksenscènes in Sneeuwwitje of de dood van Bambi’s moeder. Disney eiste wel – een erfenis tot de dag van vandaag – dat al zijn producten een happy end kregen.

De grote staking

Het mindere succes van Disney had veel te maken met de oorlog. De grote Europese markt was niet langer bereikbaar en Disney had juist veel geld geïnvesteerd in nieuwe studio’s en kantoren voor de uitbreiding van het personeel: dan al 1.200 mensen. Een ongewenst gevolg was de intrede van de managersmentaliteit. Gedaan de joligebendecultuur, waar iedereen iedereen kende, aansprak en ideeën uitwisselde. Er was voortaan een bedrijfsrestaurant voor de top en eentje voor de rest. De salarisvork werd ook zeer groot, want de beste tekenaars verdienden tientallen keren meer dan hun collega’s. Vooral de vrouwelijke inktsters en inkleursters gingen met een schijntje naar huis. In 1941 kwam het tot een uitbarsting. Een groot deel van het personeel legde het werk neer en begon op Amerikaanse wijze met bordjes rond te stappen. Disney was volledig verrast. Hij had zich zozeer in zijn cocon opgesloten dat hij maar één oorzaak voor de staking kon bedenken: hier waren communistische agitators aan het werk die zijn bedrijf wilden kapotmaken. Hij weigerde zelfs met de stakers te praten, maar ten slotte won de rede het en hij delegeerde de onderhandelingen aan broer Roy. Die hield er zijn verstand bij en willigde een groot deel van de gewettigde eisen in. Disney zette wel de stakingsleiders aan de deur die, naar later bleek, inderdaad sympathiseerden met de communisten. De oorlog maakte een einde aan de creatieve ideeën van Disney. Het Amerikaanse leger bepaalde voortaan het marsritme van de natie en de studio’s produceerden vooral instructie- en propagandafilms voor het leger en de bevolking. Goed betaald, maar geen commerciële hits die Disney het kapitaal konden voorschieten voor nieuwe projecten zodat hij eindelijk zonder de garanties van de banken kon. Erger, de Amerikanen waren een beetje uitgekeken op Mickey en co, die in populariteit werden voorbijgestoken toen een concurrerend bedrijfje Bugs Bunny lanceerde. Op het einde van de oorlog leek het erop dat de grote jaren van Walt Disney voorbij waren. Maar dan kende men hem nog niet goed.

Jan Neckers

Vervolg en slot komende week