In de eerste week van 2016 kleurden de beurskoersen rood. Reden is de bezorgdheid om de Chinese economie, die in volle transformatie is. Sommigen voorspellen dat de onzekerheid over de economische toekomst van het ‘land van de Draak’ tot een nieuwe wereldwijde financiële crisis zal leiden, zoals in 2008. Maar dat is overdreven.

2016 is niet goed begonnen voor de beursfanaten. De verschillende beursindexen gingen in de eerste week van het jaar met 1 tot 10 procent omlaag. Het vuur werd aan de lont gestoken door de onzekerheid in China. De economie zou er dit jaar met minder dan 7 procent groeien. Minder groei betekent minder inkomsten en winsten voor tal van beursgenoteerde bedrijven. Want China is echt verstrengeld met de wereldeconomie. De tragere groeivoorspelling in China heeft alles te maken met de transformatie die deze economie doormaakt. Dat heeft gevolgen voor de wereldeconomie en baart de beurzen dus zorgen.

Wat is er aan de hand? China was de voorbije twintig jaar de fabriek van de wereld. Allerlei producten rolden er goedkoop van de band en werden wereldwijd verkocht. Het drukt de inflatie en zorgde voor een toename van de welvaart overal ter wereld. In exportland China zelf raakten honderden miljoenen mensen uit de armoede. Maar nu wil het land een andere weg inslaan. In China is een middenklasse ontstaan die meer en beter wil consumeren. De Communistische Partij legt dan ook de focus op het versterken van de binnenlandse vraag. China moet van wereldexporteur wereldconsument worden. Maar deze overgang voedt de onzekerheid in andere landen.

Immers, aangezien China minder zal produceren, daalt de vraag naar allerlei grondstoffen. Trouwens, dat is één van de verklaringen voor de blijvend lage olieprijs. Landen als Rusland, Brazilië, Australië, Vietnam en Indonesië zien hun export van grondstoffen naar China afnemen. Vooral voor groeilanden als Brazilië en voor Aziatische landen is dat een probleem. Zij zijn voor hun economisch overleven afhankelijk van China. Bovendien hebben die landen eind vorig jaar slecht nieuws gekregen uit de Verenigde Staten. De Amerikaanse Centrale Bank, de Federal Reserve, heeft de rente verhoogd omdat de economie er weer op volle toeren draait. Maar de groeilanden hebben de voorbije jaren massaal dollars geleend. Dat betekent dat hun schulden in dollars veel duurder worden in verhouding tot hun eigen munt. Sommige economen vrezen dat die groeilanden een zware crisis tegemoet gaan zoals in 1998. Meer nog, beursgoeroe George Soros maakte zelfs de vergelijking met de Grote Recessie van 2008. Hij ziet in de ongerustheid van de beurzen het bewijs dat de financiële markten echt wel rekening houden met een crisis.

Toch is Soros te pessimistisch. Ja, de veranderingen in China zorgen voor turbulentie, maar de wereldeconomie stevent niet op een drama af. Twee elementen wijzen daarop. Ten eerste gaan de voorspellingen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) over de wereldeconomie crescendo. 2015 was een zwak jaar met een mondiale groei van 3,1 procent, het laagste sinds 2008, maar dit jaar zullen we met 3,6 procent groei al opnieuw op het niveau boven dat van 2014 zitten. Voor 2017 verwacht het IMF 3,8 procent wereldgroei en een jaar later net geen 4 procent. Een nieuwe Grote Recessie is niet in zicht.

Ten tweede, de westerse landen doen het relatief goed. De Amerikaanse economie heeft nog nooit zo’n lange periode gekend zonder recessie. En de Europese economie zal in 2016 sterker groeien dan eerder gedacht. Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s rekent erop dat het Europese bruto binnenlands product in 2015 met 1,6 procent zal zijn gegroeid. Volgend jaar zou die stijging 1,9 procent zijn. Bij een eerdere voorspelling bedroeg de verwachte stijging van het Europese bbp nog 1,5 procent voor 2015 en 1,7 procent voor komend jaar. De verbetering is te danken aan een sterkere consumentenvraag en het positieve beeld dat de markten hebben over het opkoopprogramma van de Europese Centrale Bank (ECB). Maar, uiteraard kan de groei in Europa een scherpe knauw krijgen bij nieuwe terroristische aanslagen, of bij een verdere ontsporing van het migratiebeleid en de gevolgen daarvan in Europa.

Angélique Vanderstraeten