2016-04_02_Zuur & Zoet (Medium)Voorbeeldige Steven Vandeput

Voor zijn nummer van 22 januari onderzocht het Franstalige Le Vif of de federale ministers schriftelijke vragen uit het parlement wel binnen de voorziene deadline van twintig dagen beantwoorden. Het antwoord is duidelijk: zelden. Johan van Overtveldt (202), Koen Geens (190) en Marie-Christine Marghem (132) spannen de kroon wat betreft onbeantwoorde of te laat beantwoorde vragen.

Steven Vandeput (N-VA), minister van Defensie en Ambtenarenzaken, blijkt het meeste respect op te brengen voor de controlerende opdracht van de Kamer. Alle 509 vragen aan zijn adres werden tijdig beantwoord. Staatssecretaris voor Buitenlandse Handel Pieter de Crem (CD&V) doet even goed, maar diende amper 48 vragen te beantwoorden.

In een reactie aan onze redactie stelt het kabinet van Vandeput dat er drie redenen zijn waardoor de minister dit voorbeeldige resultaat kan voorleggen. “Oprecht respect voor de controlerende rol van het parlement is de eerste. Verder werden op het kabinet mensen uit de administratie aangeworven die veel ervaring en kennis meebrachten.” Tot slot, en dat lijkt ons misschien wel de belangrijkste reden, “slaagde men er op het kabinet-Vandeput in om de elektronische uitwisseling (via Sharepoint) van informatie tussen kabinet en administratie te optimaliseren, zodat een nauwgezette opvolging van de vragen en een performante ondersteuning mogelijk wordt gemaakt.” Zoals bekend, vormt de informatisering van de overheid in het algemeen al erg lang een duur en groot probleem. Hopelijk kan dit voorbeeld alvast andere kabinetten inspireren.

Gemiddeld 450.000 euro rijk

Volgens een studie van ING heeft een gemiddeld Belgisch gezin een vermogen van 450.000 euro. Ook wij keken even op, maar bij nader toezien dient één en ander genuanceerd. Julien Manceaux, senior economist bij ING, wees erop dat veel mensen niet beseffen dat ze eigenlijk veel meer bezitten dan ze denken. Om dat vermogen correct in te schatten, moeten we ook rekening houden met bezit van onroerend goed, maar ook van beleggingen na aftrek van schulden en leningen, pensioensparen, groepsverzekeringen en levensverzekeringen. Maar mensen vergeten die sommen vaak mee te tellen, omdat die niet altijd op hun bankrekening staan.

Exodus

Het is een fenomeen dat stilaan bekend begint te worden: het feit dat Joden in groten getale Frankrijk verlaten. La France is voor hen immers al lang niet meer zo douce, maar een plaats waar een leven zonder constante bedreiging, beschimping en daadwerkelijke aanvallen niet meer mogelijk is. De meeste Franse Joden trekken naar Israël. Waren dat er in 2011 nog geen tweeduizend, dan is hun aantal al twee jaar op rij verviervoudigd. De oorzaak van die regelrechte exodus is niet zoals politiek-correcte stemmen veralgemenend en verbloemend stellen ‘het groeiend antisemitisme’, maar wel de oprukkende islam, waarvan een onbetamelijk groot deel volgelingen de Joden het liefst van de aardbodem ziet verdwijnen, en na hen alle andere niet-islamitische gezindten. Mene tekel!

Sverigedemokraterna op 28,8 procent

In het vorige nummer brachten we al het verhaal dat Zweden het verleden jaar niet «schaffte», en in de rubriek Medialand hadden we het over de manier waarop de Zweedse politie en media deze zomer aanrandingen op een concert in de doofpot probeerden te stoppen. Rode draad in beide verhalen was de angst van zowel de politiek, de politie als de media om de verfoeilijke want extreemrechtse Sverigedemokraterna in de kaart te spelen.

Als we de meest recente peilingen uit Zweden mogen geloven, lijkt die tactiek niet bepaald goed te lukken. Verleden week werd er door YouGov een peiling gepubliceerd waarin de Sverigedemokraterna maar liefst 28,8 procent van de stemmen kregen. Daarmee is de partij met een voorsprong van meer dan zeven procent op zowel de Socialdemokraterna als de conservatieve Moderaterna niet alleen een kop groter dan de grootste partij van zowel het linkse als het rechtse blok, maar kan ze zich stilaan gaan meten met zowel het linkse als het rechtse blok zonder meer. Voeg daarbij de kiesdrempel van vier procent, waarmee almaar meer partijtjes in het linkse en het rechtse blok af te rekenen krijgen, en het belooft spannend te worden bij de volgende Zweedse verkiezingen.

Het is nog lang wachten tot de volgende verkiezingen in Zweden, namelijk tot 9 september 2018. Maar als we de Zweedse eerste minister Stefan Löfven een tip mogen geven: zet de sluizen in 2016 en 2017 liever nog wat wijder open, en geef elke potentiële asielzoeker meteen maar stemrecht voor de Rijksdag. Anders is het na de volgende stembusslag misschien wel over en uit voor zijn Socialdemokraterna. Of zal misschien zelfs dat niet meer helpen?