Voorbije zondag was dat op allerlei nieuwssites de titel van menig “breaking news”. HLN.be was er als eerste bij. Daarna volgden Het Nieuwsblad, De Morgen en De Standaard. Ook in het avondnieuws van zowel VRT als VTM was het tragische bericht over de pinguïns aan de orde. Oorspronkelijk verscheen het artikel in twee linkse Britse kranten, The Guardian en The Independent, zonder veel controle door onze media overgenomen.

Zulke berichten laten geen mens onberoerd, en dat is ook de bedoeling van alle nieuwsmakers. Maar berichten over klimaatveranderingen, en de gevolgen ervan op de dierenwereld, roepen bij mij achterdocht op.  150.000 pinguïns die de dood vinden door één ijsberg? Geef toe, dat is niet normaal.

Zeker niet als we op HLN.be het volgende lezen: “Sinds 2011 is de kolonie van 160.000 dieren geslonken tot nog maar 10.000 dieren. De wetenschappers verwachten dat de volledige kolonie over twintig jaar helemaal verdwenen zal zijn.”

Kijk, men moet geen hogere wiskunde kennen, om bij voorgaande bewering een wenkbrauw te fronsen: als op vijf jaar tijd een kolonie uitsterft, van 160.000 stuks naar 10.000 stuks, waarom gaat het dan nog twintig jaar duren vooraleer ook die 10.000 pinguïns verdwenen zijn? Hier klopt iets niet.

Alle pinguïns dood

Op de digitale nieuwssite Newsmonkey gaan ze nog een stapje verder: “Pinguïns op Antarctica zijn in groot gevaar. In 2011 waren er nog 160.000 op de Zuidpool. Nu zijn het er nog maar 10.000. Jup, er zijn dus in totaal 150.000 pinguïns gestorven in slechts vijf jaar tijd. De adéliepinguïns, zoals de beesten officieel heten, worden nu met uitsterven bedreigd. De boosdoener: een ijsberg zo groot als de stad Rome die is gestrand in de baai waar de dieren leven, waardoor ze nu meer dan 110 kilometer moeten afleggen om bij de zee te geraken voor voedsel.”

Ik ben geen bioloog. Mijn algemene kennis van de pinguïn is beperkt. Het is een vogelsoort waarvan de meeste op de Zuidpool leven, meestal in barre omstandigheden, dat zal u ook wel weten.

Er zijn verschillende soorten, en de adéliepinguïn is één van die soorten: er werden van die pinguïnsoort in 2014 nog 3,8 miljoen broedende koppeltjes geteld, verspreid over ongeveer 250 kolonies, op verschillende plekken langs de kustlijn van Antarctica. Er zijn dus op zijn minst 7,6 miljoen broedende adéliepinguïns, en dan zijn er nog duizenden “singles” en duizenden “kuikens”. De soort is niet meteen alarmerend aan het uitsterven.

150.000 dode dieren

Eén kolonie (van de 250) adéliepinguïns nestelt al jaren op Cape Denison, en de beestjes konden in de baai, de Commonwealth Bay, naar hartenlust op zoek naar voedsel. Maar, o ramp, in 2010 blokkeert een reusachtige ijsberg die baai, waardoor die baai ook nog eens vol met pakijs gevuld raakte. Gevolg: de arme pinguïns van die kolonie moeten 60 km stappen, of beter waggelen, vooraleer aan open water te geraken, en eens het buikje gevuld, nog eens 60 km stappen om terug bij het nest te geraken.

U leest het goed: die ijsberg ligt er al sinds februari 2010, dat is exact zes jaar. Waarom wordt dan nu pas met het nieuws uitgepakt?

In december 2013 hebben Australische wetenschappers ter plaatse een telling uitgevoerd. Zij stelden vast dat er nog maar 5.520 broedende koppeltjes waren. Noteer, deze informatie was dus in 2014 en 2015 al bekend, maar wordt pas deze week publiek gemaakt.

Goed, 5.520 koppeltjes, dat zijn dus 11.000 pinguïns. Maar, hoe weten de wetenschappers dan dat er 150.000 pinguïns gestorven zijn? En waaraan zijn die pinguïns, 150.000 sinds 2010, dan gestorven?

Omdat ze zover moeten stappen? Dat is maar de vraag, want adéliepinguïns zijn het gewoon om ettelijke kilometers te waggelen. En het is niet zo dat ze dat elke dag moeten doen. Eens de eieren gelegd zijn, blijft het mannetje broeden en op zijn reserves teren, terwijl het vrouwtje naar zee trekt om er wekenlang naar voedsel te zoeken.

Rommelen met oppervlaktes

We zoeken op internet naar het officiële rapport van de Australische wetenschappers: op internet is alles te vinden. Na enkele klikken vinden we het rapport, dat al in juli 2015 werd opgesteld op basis van waarnemingen eind 2013 en begin 2014.

We leren dat de ijsberg, die een naam heeft, B09B, in 1987 is losgekomen van de Zuidpool en sindsdien in de buurt bleef ronddrijven. Jarenlang drijft B09B op open zee, om pas in 2010 te stranden in de Commonwealth Bay. Straf toch, dat die ijsberg drieëntwintig jaar ronddobberde zonder te smelten, ondanks de opwarming van de aarde. Hallo, Jill Peeters?

Het eerste feit in het officiële rapport dat opvalt: de ijsberg is 100 vierkante kilometer groot. Maar dan lezen we in Het Laatste Nieuws: de ijsberg heeft een oppervlakte van 2.900 km2. Dat is wel een heel groot verschil, vinden we. De Standaard goochelt ook met cijfers: daar schrijven ze dat de ijsberg zo groot is als de stad Rome en een omtrek heeft van 97 km. Satellietfoto’s van de ijsberg – drie keer klikken en je hebt er – leren ons dat de boosdoener een rechthoekige vorm heeft. Stel een lange zijde van 40 km en een korte zijde van 10 km, dan hebben we een omtrek van 100 km. Dat geeft dan weer een oppervlakte van 400 vierkante kilometer. Maar De Standaard schrijft dat de ijsberg zo groot is als de stad Rome. Even googelen, en we noteren dat Rome een oppervlakte heeft van 1.285 vierkante kilometer.

Hoe groot is nu die ijsberg? 2.900 vierkante kilometer (Het laatste Nieuws en overgenomen door de VRT), 1.285 vierkante kilometer (volgens De Standaard), of 400 vierkante kilometer (volgens diezelfde Standaard, maar dan anders berekend)? Of moeten we ons dan maar best baseren op het officiële rapport, 100 vierkante kilometer? Wie moeten we nu geloven? Wat moeten we nu geloven?

Minder, minder, minder

Het officiële rapport bevat nog enkele eigenaardige cijfers: in 1982 werden op Cape Denison 3.522 broedende koppeltjes geteld; in 2013 telde men er 5.520 (zie boven). Hallo, heren en dames wetenschappers? Waarom wordt dat niet nader verklaard?

Waar haalt men dan het sterftecijfer van 150.000 pinguïns?

Wel, dat cijfer is een vermoeden van de wetenschappers, gebaseerd op tellingen in het verleden. Het gaat over tellingen op Cape Denison, maar ook op de naastgelegen Mackellar Islets. In 1912 schatte de Australische wetenschapper en poolreiziger Mawson het aantal pinguïns in die baai op 100.000. Maar wie zich verdiept in het leven van de pinguïn, leert dat kolonies door de jaren wel eens in aantal kunnen variëren. Dat werd door latere officiële tellingen van die kolonie en andere kolonies ook bewezen.

Toch moeten we niet wanhopen: dr. Christopher J. Fogwill, een wetenschapper verbonden aan de universiteit van New South Wales en medeopsteller van het rapport, verklaarde in een interview dat men heeft kunnen vaststellen dat de ijsberg het laatste jaar aan het afbrokkelen is. Er is nog hoop voor die kolonie. Overigens, in het algemeen is het aantal adéliepinguïns de laatste twintig jaar met zo’n twintig procent gestegen. Ondanks de opwarming van de aarde, of in dit geval, met dank aan de opwarming van de aarde. Maar dat is dan weer een ander verhaal.

Karl Van Camp