In mijn schoolatlas was een vierde van de wereld rood ingekleurd, want dat was het Britse Empire. Dat stemde in 1956 al niet meer overeen met de realiteit, maar het VK was nog geen middelgrote Europese staat zoals nu.

2016-07_04_Neckers (Medium)Westerse oorlogsschepen op de Yangtse

Mijn familie sprak altijd over de oorlog als een strijd tussen “den Duits” en “den Engelsman” (met al zijn dominions en kolonies). In 1946 was het VK verarmd en haast leeggebloed, maar het hield in het Verre Oosten nog een hele vloot onder de wapens. De H.M.S. Amethyst werd het meest legendarische schip van die vloot. Het was een klein fregat, gebouwd in 1943, 90 meter lang, met een bemanning van 183 koppen. In april 1949 kreeg het fregat het bevel naar China te stomen. Een paar jaar eerder hadden de Chinese nationalisten hun communistische tegenstanders nog in de tang, maar door een paar strategische blunders, oorlogsmoeheid, corruptie en onbekwame generaals verloren ze vlug terrein in de burgeroorlog. Begin 1949 was hun ondergang nabij. De grens tussen het door de communisten veroverde noorden en het door de nationalisten geregeerde zuiden was korte tijd de grote stroom, de Yangtsekiang. In afwachting van een communistisch offensief was Nanking aan de Yangtse nog even de hoofdstad van de nationalisten. In die stad huisden ook de westerse ambassades, die zich klaarmaakten voor een evacuatie. Volgens de oude verdragen mochten westerse kleine en grote kanonneerboten op de Yangtse patrouilleren en westerse eigendommen beschermen. Er waren 59 plaatsen in China waar de westerlingen alleen door eigen rechtbanken berecht konden worden en waar het Chinees recht niet telde. Natuurlijk dachten de communisten er niet aan die anomalieën nog langer te respecteren.

Communistische precisie

In april 1949 vroeg de Britse ambassade in Nanking nieuwe voorraden en de aflossing van het fregat Consort dat daar voor anker lag: een taak voor de Amethyst. Officieel was het VK neutraal in de burgeroorlog, maar het schip voer voor alle zekerheid tegen een “gevarensnelheid” van 30 km per uur, in plaats van de gebruikelijke 17 km. De kapitein nam geen risico’s: hij liet grote Britse vlaggen aan de zijden bevestigen toen het schip de zone naderde waar zwaarbewapende communisten zich voorbereidden om de stroom over te steken. Plots regende het geweervuur, gevolgd door granaten van een batterij aan de oever. Alles ernaast en erover. “Communistische precisie”, lachten de Britten. Een uur en dertig kilometer verder was de grap voorbij. Drie granaten troffen eerst de stuurhut en dan de hele brug; het schip was een tijd stuurloos en eindigde in de modder aan de voet van een eilandje in de stroom dat nog enigszins bescherming bood. De kapitein en de eerste stuurman waren dodelijk gekwetst. De communisten bleven vuren tot het donker werd. Het aantal doden en gewonden steeg. Inmiddels had een deel van de bemanning zich op het eiland in veiligheid gebracht en de ambassade in Nanking werd verwittigd. H.M.S. Consort kwam te hulp, tegen de waanzinnige snelheid van 53 kilometer per uur, en werd onmiddellijk en met “communistische precisie” onder vuur genomen: tien doden. Als het durfde stoppen, was het schip verloren. Het voer dus verder. De bemanning van de Amethyst wachtte op een aanval en de inname van het eilandje en het schip. Maar er gebeurde niets. De communisten wilden blijkbaar geen openlijk lijf-aan-lijfgevecht aangaan om dat Britse schip te veroveren. Tezelfdertijd gaven ze het signaal dat ze niet langer westerse schepen in hun land duldden. Dat ondervonden nog twee andere Britse schepen die uit de havenstad Shanghai vertrokken om hulp te bieden. Ze werden door communistische batterijen bestookt en moesten met meerdere doden terugtrekken.

De uitbraak

Inmiddels herstelden de matrozen min of meer de Amethyst, die onder kanonvuur nog even verder voer, tot het bescherming vond onder een ander eiland. Verder varen was onmogelijk. Terugvaren ging ook niet. De communisten maakten van dit gijzeldrama een mediaspektakel. Britse diplomaten probeerden communistische leiders te pakken krijgen om de Amethyst vrij te krijgen, maar Mao en co gaven niet thuis. De communisten stonden wel toe dat Chinese sampans een beetje voedsel en water verkochten tegen woekerprijzen. Er kwam ook een dokter aan boord en zwaargewonde Britten werden naar de overkant getransporteerd, waar de laatste nationalisten de macht hadden. De marineattaché van de ambassade kwam een kijkje nemen, en deze John Kearns nam het bevel over. Geleidelijk werd het leven aan boord door de hitte ondraaglijk. De olievoorraden die voor verlichting en verluchting zorgden, slonken drastisch. Overal doken ratten op die groter waren dan de scheepskat. Gaten in de scheepswand werden gedicht met dekens. De rantsoenen waren tot de helft herleid. Niemand zag een einde aan de ellende. In het VK en de VS was het lot van de Amethyst voortdurend voorpaginanieuws. Communicatie was aanvankelijk alleen mogelijk via een open radioverbinding, want de codeboeken waren vernietigd, dus luisterden de communisten mee. John Kearns had dynamiet meegebracht om het schip op te blazen, maar na 101 gijzelingsdagen besloot hij toch het onmogelijke te wagen. In de machinekamer werkte nog de helft van de noodzakelijke bemanning. En toen hadden de Britten geluk. Uit de richting Nanking verscheen een groot vrachtschip dat naar Shanghai voer. Kearns liet de ankerzijde van zijn schip met vet insmeren, zodat men aan wal niet hoorde dat men het anker in de stroom gooide, en hij startte de Amethyst. Kearns slaagde erin zijn fregat aan stuurboordzijde van het vrachtschip te plaatsen. De communisten waren eindelijk wakker geworden; langs de Yangtse begonnen de batterijen in het duister te vuren. Kearns verhoogde de snelheid en passeerde het andere schip met slechts vijftig centimeter overschot. Hij kende de stroom en de vele zandbanken, maar het bleef een risico om tegen 40 kilometer per uur te varen. En toen dook plots een Chinese passagiersjonk op voor de boeg van het Britse schip. De Amethyst overvoer de jonk en tientallen Chinezen verdronken. Tegen de ochtend naderde de Amethyst een communistisch fort. Schijnwerpers zweefden even over het fregat, maar er gebeurde niets. Eindelijk verscheen in de delta van de Yangtse het eerste Britse hulpschip, dat het beroemdste naoorlogse Royal Navy-signaal zond: “Fancy meeting you again.” Het was een kleine, maar in de westerse media groots uitgesmeerde triomf. Op de Amethyst sneuvelden 22 bemanningsleden, en bij de reddingspogingen stierven nog 24 zeemannen. In totaal waren er 95 meestal zwaargewonden. In het VK ging overal de vlag ten top en koning George zond zijn gelukwensen.

In 1957 werd een speelfilm geproduceerd: “The Yangtze Incident”. John Kearns werd later als conservatief verkozen in het parlement en ijverde… voor de erkenning van communistisch China.

De communisten wijzigden de kleine nederlaag in een grote propagandazege. In eigen land vertelden de media en later de schoolboekjes hoe het nieuwe China de laffe imperialistische honden verjaagd had. Geen enkel westers schip probeerde de Yangtse nog op te varen. De Chinezen stelden zelfs een tijd het zogenaamde gezonken anker van de Amethyst tentoon, tot één van hun kapiteins de bazen influisterde dat een fregatanker iets groter is dan 1 meter 20. Vijf jaar later hield de wereld weer de adem in, bij een westerse poging Aziatische communisten voor aap te zetten. (Volgende week: Dien Bien Phu).

Jan Neckers