Dien Bien Phu: het voorspel

Dien Bien Phu: het voorspel

Nog altijd zie ik voor mijn ogen de grote foto van mevrouw de Castries in de Paris Match van mijn oom. Ze liep in 1954 eenzaam in Parijs rond, terwijl haar man het gedoemde Franse garnizoen in Dien Bien Phu commandeerde.

Geen Dien Bien Phu in Congo

Toen de weinige Fransen die hun krijgsgevangenschap hadden overleefd werden vrijgelaten, werd er hard gelachen. Kolonel (tot generaal bevorderd tijdens de veldslag) de Castries had alle versterkte buitenposten van Dien Bien Phu vrouwennamen gegeven: Isabelle, Béatrice, Huguette, enzovoort. Het waren de namen van zijn minnaressen. Je moet misschien die tijd zelf hebben meegemaakt om iets te begrijpen van de verpletterende indruk die Dien Bien Phu maakte; zelfs op een tienjarig kind dat die naam voortdurend op de radio hoorde. Koloniale oorlogen tijdens de dekolonisatie na de Tweede Wereldoorlog waren niet zeldzaam, maar geregelde veldslagen waren dat wel, omdat de opstandelingen die altijd vermeden want hun kansen tegen een Europees leger waren klein. De Nederlanders vertrokken met hun staart tussen de benen uit Indonesië, maar de twee korte koloniale oorlogen die ze voerden – en die ze schijnheilig “politionele acties” noemden – waren vanuit militair oogpunt een succes. In 1984 zat ik in een vliegtuig naast Gust de Schrijver, gewezen minister van Koloniën ten tijde van de Congolese onafhankelijkheid. Hij noemde Dien Bien Phu (benevens de vreselijke Algerijnse Oorlog) als één van de oorzaken waarom België op minder dan zes maanden onverantwoord vlug Congo de onafhankelijkheid gaf. Het land werd toen nog volledig gedomineerd door Franstaligen (ook in Vlaanderen) die dagelijks naar Parijs keken en die electorale nachtmerries kregen bij de gedachte aan koloniale oorlogen zoals Frankrijk die al sinds 1946 onafgebroken voerde.

Viet Minh

In het voorjaar van 1954 ging alle media-aandacht internationaal naar die onbekende plaats in Vietnam, nabij de grens met Laos. Van dag tot dag werd het duidelijker dat voor de eerste keer een geregeld westers leger een beslissende veldslag tegen een leger van hun vroegere koloniale onderdanen ging verliezen. Eind de 19de eeuw hadden de Fransen een koloniaal rijk veroverd in wat ze Indochina noemden: Vietnam, Laos en Cambodja. Dat bleef zo tot 1945. De Japanners bezetten Indochina maar ze lieten het Franse koloniale bestuur verder regeren. De Japanners maakten daar een eind aan toen in het moederland het met Duitsland collaborerende Vichy-Frankrijk vervangen was door De Gaulle en zijn regering van nationale eenheid. Zes maanden later capituleerde Japan. In het noordelijke deel van Vietnam profiteerde de Viet Minh ervan om de onafhankelijkheid uit te roepen. In theorie was dat een gewapende nationalistische beweging, maar in werkelijkheid een mantelorganisatie van de gedisciplineerde communisten van Ho Chi Min. Een Amerikaanse delegatie stond tijdens de ceremonie netjes op de eerste rij. Zo had een nieuwe linkse Franse regering, onder de leiding van socialisten, het niet begrepen. Indochina was te profijtelijk om het op te geven. Geleidelijk verschenen Franse troepen in de kolonie en er ontstond zoiets als een duaal bestuur. De Fransen stelden een Union Française voor waarin zij het laatste woord hadden; de communisten versterkten hun posities terwijl ze zogenaamd bleven praten. De Fransen werden het getater tenslotte beu. In november 1946 bombardeerden ze de haven van Hai Phong, waar de Viet Minh het voor het zeggen had. Resultaat: honderden doden. De Viet Minh trok zich terug uit Hai Phong en Hanoi en verschanste zich in de dorpen en de jungle. Een maand later begon ze met guerilla-aanvallen. De Vietnamoorlog duurde negenentwintig jaar.

Kat-en-muisspel

In het verarmde en door de Duitsers geplunderde Frankrijk was de oorlog niet populair gezien de kost aan geld en levens. Maar de Franse dienstplichtigen moesten niet in de kolonie vechten. (Ook onze grondwet verbood dat en daarom knapten para’s het Congolese karwei op, want tijdens de laatste maanden van hun diensttijd waren dat beroepssoldaten). Het Franse leger (400.000 man) in Indochina bestond voor meer dan de helft uit Vietnamezen en lokale bergtroepen. Tel daar nog duizenden Marokkanen, Algerijnen en de soldaten van het vreemdelingenlegioen bij. De Fransen vochten met verouderd materiaal, en aanvankelijk konden ze maar een beperkt beroep doen op een efficiënte luchtmacht. De Viet Minh was uitgerust met de wapenvoorraden die de Japanners, na hun overgave, opzettelijk ter beschikking stelden. De Franse legerleiding minachtte de Vietnamezen en probeerde hen tot veldslagen te dwingen, waarbij de westerse discipline en geconcentreerde vuurkracht het zouden halen. Maar opperbevelhebber Giap van de Viet Minh – een geschiedenisleraartje, smaalden de Fransen – trapte er niet in. Die harde modelcommunist volgde rigoureus de richtlijnen van Mao: onophoudelijke guerilla-aanvallen tot de uitputting van de Fransen. De communisten vermoordden collaborateurs of hun familie en hamerden er zo de angst bij de bevolking in. Drie jaar lang was er een bloedig kat-en-muisspel, maar eind 1949 werd de Viet Minh de kat. De Chinese nationalisten verloren de burgeroorlog tegen de communisten. De Viet Minh zond eerst bataljons en later zelfs divisies over de Vietnamees-Chinese grens, om getraind te worden. De Chinezen gaven de Vietnamese kameraden de legervoorraden, wapens en artillerie van de gevluchte nationalisten. In 1950 begon de oorlog in Korea en de Chinezen leverden buitgemaakte Amerikaanse wapens aan de Viet Minh. De Amerikanen hadden geen zin om aan een koloniale oorlog deel te nemen, maar ze wilden Frankrijk met zijn gevreesde communistische partij in het westerse kamp houden. Ze begonnen tegen heug en meug de Fransen financieel en materieel te ondersteunen. (In 1954 voor 2,5 miljard dollar.) Midden 1950 moesten de Fransen hun forten langs de Chinees-Vietnamese grens ontruimen. De incompetente Franse generaals hadden weer eens de taaiheid van de tegenstanders onderschat en organiseerden operaties die ver boven hun macht gingen en mislukten. Het moreel van hun heterogene troepen werd slechter; zeker toen de Viet Minh krijgsgevangenen onthoofdde en de koppen op spiesen plaatste langs de routes waar de Fransen patrouilleerden. Giap werd overmoedig. Hij besliste tot een open aanval op Hanoi. De Franse vliegtuigen bestookten zijn soldaten met napalm en doodden zesduizend Viet Minh. Giap koos weer voor de oude tactiek. Eind 1953 was de patsituatie nog altijd dezelfde: de Fransen baas (bij dag) in de steden en een paar rivierdelta’s, maar de Viet Minh heersend op het platteland. De Chinezen adviseerden Giap om het westen van Vietnam, aan de grens met Laos, nog steviger in handen te nemen. De bergvolkeren collaboreerden nogal eens met de Fransen en deden soms moeilijk wanneer ze gedwongen werden hun opiumoogst af te staan die de opstand mee financierde. De Fransen, die ook die opium gebruikten om geheime operaties te betalen, zagen een kans om drie doelen in één slag te bereiken: de opium voor zich reserveren, de Chinese aanvoer langs de Laotiaanse grens verhinderen en het belangrijkste: de Viet Minh dwingen tot een vernietigende veldslag. Ze kozen het middel van een “base aëro-terrestre”, d.w.z. een basis uitbouwen in een vallei midden in Viet Minhgebied. Die heette Dien Bien Phu, wat zoiets als Grensgebiedbeheer betekent. (Het slot is voor komende week.)

Jan Neckers


Tags assigned to this article:
2016-08Jan NeckersNeckers

Related Articles

Tussen de demagogie van 1 mei zat ook een lastige waarheid

Met meer zelfvertrouwen dan de vorige jaren vierden de socialisten hun 1 mei. Bruno Tobback sprak in Leuven over “tegengif”

Een drukke week

Een drukke week met veel opvallende gebeurtenissen hebben we achter de rug. UKIP-boegbeeld Nigel Farage trok naar de Verenigde Staten

Zuur & Zoet

Buiten proportie Volgens de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch gaat België véél te ver in zijn strijd tegen het terrorisme. Daardoor