Het verstand komt met de jaren; sommigen hebben er een half mensenleven voor nodig. Wat Walter Vandenbossche (CD&V) kwam vertellen op de nieuwjaarsreceptie van VVB-Brussel was op zich wel pertinent. Het sluit aan bij enkele uithalen van de voorbije maanden. Maar zijn we cynisch als we dit schromelijk laat vinden? Vreemd toch hoe het (nakende) einde van een politieke carrière bij sommigen een opstoot van ‘franc-parler’ veroorzaakt.

Het initiatief zit zonder twijfel in een crescendo beweging. Toen enkele jaren geleden de Brusselse VVB nieuw leven ingeblazen werd, ging men uit van een realistische activiteitenkalender. Eerder dan zich te verliezen in een overambitieus programma, besloot het prille bestuur – stuk voor stuk mensen die hun loopbaan combineren met een resem andere engagementen in de Vlaamse Beweging sensu lato – de focus te leggen enkele vaste afspraken: brunchgesprek (of twee), Beste Maatjes-avond en natuurlijk ook de jaarlijkse nieuwjaarsreceptie die elk jaar meer volk lokt, in die mate – zei voorzitter Bernard Daelemens niet zonder ironie – dat serieus moet worden nagedacht over een uitbreiding van het Vlaams Huis, de vaste stek van de afdeling.

Waar de opkomst eerder ‘klassiek’ is (nu ja, het spectrum van sp.a tot VB wordt bestrijkt; de Vlaams-Brusselse biotoop blijft toch iets bijzonders), creëert men de verrassing vaak door de sprekers. Want Walter Vandenbossche (een pedigree CD&V’er) als spreker, het klinkt wat vreemd voor zo’n Vlaamsgezind clubje. Hoewel. De voorbije maanden kwam hij enkele keren verrassend uit de hoek, over de politiezones, de band Brussel-Vlaanderen, et cetera, in die mate dat hij in het brave Brussel deze Week al het epitheton ‘enfant terrible’ kreeg. ‘t Kan verkeren. Welke vreselijke dingen laat hij dan op de samenleving los? Geen eigenlijk; eerder ventileert hij enkele standpunten die van gezond verstand getuigen. Jammer toch dat hij de kaap van de zestig voorbij moet zijn met de terugblik op een hele politieke carrière bij de CD&V, waarin hij toch wel andere dingen zei. Soit. Om even in een cliché te vervallen, er is meer vreugde in de hemel om één bekeerling dan om duizend gelovigen.

Zijn toespraak afgelopen zaterdag was vooral gefocust op die band Brussel-Vlaanderen. Uiteraard moet Brussel op een wat aparte manier benaderd worden, het is eigen aan het aparte karakter van de stad, maar die band met Vlaanderen blijft essentieel. Jammer genoeg is er een generatie Brussels-Vlaamse politici die haar geschiedenis niet meer kent. Hij had het over “aangespoelden”, en dat zijn te vaak mensen die van alles zien in Brussel, maar het contact met de werkelijkheid missen. Hij haalde het voorbeeld van het onderwijs aan. “Wil je dit voor je eigen kinderen?”, vroeg hij retorisch. Nederlandstalige ouders die ‘s avonds genoodzaakt zijn hun kinderen bijles te geven als rechtstreeks gevolg van het niveau in die Vlaamse (sic) scholen in Brussel. Zonder meer een terechte opmerking, alleen komt ze schromelijk laat. Een beetje waarnemer ziet al een hele tijd hoe ingrijpend de demografische en sociologische verschuivingen deze stad transformeren; daar is heus geen WVDB voor nodig. Nog niet zo lang geleden hoorden we hem andere dingen verkondigen, maar kom, het doet geen afbreuk aan een geslaagde VVB-receptie met een spreker die – als het goed is zijn we de eersten om dat te zeggen – op een aangename en bevattelijke manier zijn verhaal bracht. Een pluim voor het bestuur van VVB-Brussel, dat door middel van handgeklap (jawel, dat is statutair!) terug in haar functie bevestigd werd.

Tijdens het naar huis rijden, borrelde er even een vraag op: waar zal ketje Vandenbossche zijn oude dag doorbrengen? Brussel, de Noordzeekust, Toscane,…?

KNIN.