2016-07_16_Het gezeefde gedicht (Medium)Het gebeurt bij ons weten niet zo dikwijls dat de mooie oude zolder van het Poëziecentrum zo afgeladen vol zit dat de stoelen van vooraan tot vlak aan de ingang staan en de deur nog amper open of dicht kan. Toch was dat enkele weken geleden het geval, toen de dichtbundel Het Gezeefde Gedicht werd voorgesteld.

Die bundel is een verzamelbundel en komt niet zomaar uit de lucht vallen: alle gedichten die hij bevat, werden gedurende de twee voorbije jaren gepubliceerd op de webstek Het Gezeefde Gedicht. Die webstek is het lovenswaardige initiatief van twee dichters met naam en faam, uittredend dichter des vaderlands (weliswaar het neo-belgische, van Vonk & Zonen en van het Poëziecentrum, dus niet het onze) Charles Ducal en de gewezen Gentse stadsdichter Roel Richelieu van Londersele. De bedoeling van beide heren is talentvolle opkomende dichters een podium te bieden in een tijdperk waarin publicatiekansen in literaire tijdschriften aanzienlijk zijn afgenomen. Zoiets valt alleen maar toe te juichen.

Als je zoveel dichters in één uitgave bijeen brengt, zeker als dat mensen zijn die nog geen eigen bundel hebben uitgebracht, kan je dergelijke volkstoeloop wel enigszins verwachten. Toch waren zij en de meegebrachte familie en vrienden niet de enige toeschouwers: er was best nog wat ander volk aanwezig, van pure poëzieliefhebbers tot dichters die níét uit de “stal” van Het Gezeefde Gedicht kwamen. Of wellicht waren dat aspirant-gezeefden, dat kan natuurlijk. De uittredende Gentse stadsdichter David Troch en echtgenote/dichteres Sylvie Marie waren aanwezig op de bundelvoorstelling, met zelfs een onvoorziene acte de présence van de eveneens aanwezige kleinste Troch. Een spontane kinderlijke bijdrage aan de sérieux van het gebeuren, bij dichters kan het.

De bundel bevat gedichten van eenenveertig dichters uit de eenenzeventig debutanten van de eerste twee jaargangen. Uit die eenenveertig was een aantal dichters gekozen, blijkbaar op het criterium van veelvuldige inzending/publicatie, om ook wat gedichten ten gehore te brengen. Ducal en Van Londersele gingen over alles op en rond Het Gezeefde Gedicht losjes met elkaar in gesprek. Voor muzikale animatie werd gezorgd door de ook in de bundel aanwezige Oost-Vlaamse dichteres Jana Arns, bij muziekliefhebbers bekend als spelend lid, samen met haar wederhelft, van muziekgroep Aranis.

De namen in de bundel zijn, zeker buiten het poëziewereldje, grotendeels onbekend. Dat dit niet zo hoeft te blijven, wordt treffend bewezen door de Brugse opvoeder/afstandsloper/straatmuzikant Geert Viaene, die net de tweede prijs wegkaapte bij de prestigieuze Turing Poëziewedstrijd. “Het duister duldt geen tegenspraak / trekt de dolfijngrijze gordijnen dicht / die de zoon omhelzen in zijn slaap”, begint Viaene zijn gedicht Geen dromen zonder doornen, een titel die op zich al een programma is. En wat te denken van de jonge Gentse apothekeres Dorien de Vylder, redactielid van tijdschrift Kluger Hans en lid van dichtersgroep 10 op de Schaal van Dichter, die begin februari een eerste plaats haalde op de poëziewedstrijd van de stad Harelbeke? “Lakens had je niet / wel mooie woorden en een deken / bevlekt met gemorste minnaressen” laat zij ons weten in een atypisch gedicht over jonge liefde. Haar gedicht “Gent” is een stadsgedicht waar menig officieel stadsdichter jaloers op mag zijn. In het gedicht “Moeder” zegt de tot dichtersgroep Pazzi di Parole behorende dichter Erwin Steyaert dan weer: “Knip haar schaduw weg uit het huis / waar die valt van haar lichaam / Wat rest om te wonen?” Waarmee duidelijk mag zijn dat over een eeuwig thema als de moeder steeds weer nieuwe dingen te zeggen vallen. We zouden alle eenenveertig opgenomen dichters kunnen citeren, maar dat kan niet de bedoeling zijn. Wie een staalkaart zoekt van opkomend talent, vindt dat in deze bundel.

K.R.

“Het Gezeefde Gedicht”, C. Ducal & R. Richelieu Van Londersele (samenstellers), Uitgeverij P, 2016 Leuven. 18,50 euro.