Het gerecht vermoedt dat Franstalig minister van Onderwijs en cdH-kopstuk Joëlle Milquet in 2014 kabinetsmedewerkers heeft aangeworven om voor haar campagne te voeren. Dat mag niet. Volgens sommige waarnemers is het politieke einde van ‘Madame Non’ nabij. Maar de partij laat haar voorlopig niet vallen.

Het verhaal blijft Joëlle Milquet achtervolgen: als federaal minister van Binnenlandse Zaken zou de cdH-politica in 2014 op haar kabinet medewerkers hebben aangeworven met één taak: campagne voor haar voeren in een aantal Brusselse gemeenten, vooral onder de allochtone gemeenschap. Eigenlijk zou het om fictieve jobs gaan die niets met het kabinetswerk te maken hebben. Dat is uiteraard strafbaar. Het tijdschrift Le Vif bracht het verhaal uit en het gerecht beet zich vast in het dossier. Milquet werd vorige week ondervraagd door de speurders. Van een inbeschuldigingstelling was geen sprake. De huidige Franstalige minister van Onderwijs en Cultuur zegt dat haar niets ten laste kan worden gelegd.

Toch werd in de pers al gespeculeerd op de nakende politieke dood van Milquet. Partijvoorzitter Benoît Lutgen zou haar meer dan beu zijn. De partij doet het bovendien zeer slecht in de peilingen. In Wallonië zou de cdH terugzakken op 11 procent. In Brussel op 9 procent. De centristen zouden niet meer de derde politieke kracht in Franstalig België zijn. Ecolo zou hen kunnen voorbijsteken. Zelfs het extreemlinkse PTB komt in de buurt. Milquet – al zo’n vijftien jaar hét gezicht van de partij – kan geslachtofferd worden om de indruk te wekken dat de cdH aan een tweede jeugd begint.

Binnen de cdH zouden meerdere personen blij zijn dat la Milquet vertrekt. Zeker in Wallonië. Ze vinden haar te links en te veel gericht op Brussel en haar allochtoon kiezerspubliek. Milquet zou tevens een onmogelijk mens zijn om mee samen te werken. Ze krijgt vaak woede-uitvallen, kan niet delegeren, heeft honderd ideeën die onmiddellijk moeten worden uitgevoerd, et cetera.

Zal cdH-voorzitter Lutgen haar de politieke doodsteek geven? Indien de vroegere ‘Madame Non’ effectief in beschuldiging wordt gesteld, is het gedaan met haar politieke loopbaan. Dan zal ze zelf wel vertrekken. In het andere geval is de kans groot dat Milquet gewoon voortdoet. Er zijn drie redenen waarom de cdH haar kopstuk nog niet opzijschuift.

In de politiek is er weinig plaats voor emotie, maar bij de cdH weten ze zeer goed dat de partij zonder Milquet niet meer kan bestaan. Voor veel partijkopstukken is de cdH eigenlijk niet meer dan een kiesvereniging die ervoor zorgt dat ze verkozen geraken zonder zich te moeten aansluiten bij de twee grote partijen, de PS of de MR. Met de omvorming van de PSC tot cdH heeft Milquet weliswaar de rechterzijde van de partij naar de liberalen zien vertrekken, maar tegelijk heeft ze ervoor gezorgd dat de rest van de partij niet door de socialisten werd opgeslokt. Veel cdH’ers zijn Milquet daar nog dankbaar voor.

Tweede element: Milquet blijft een klepper in de francofone politiek, en als minister van Onderwijs en Cultuur is ze cruciaal in de regering van de Franse Gemeenschap. Haar vertrek zou die regering verzwakken op een ogenblik dat een aantal Waalse PS’ers de band tussen Brussel en Wallonië willen afzwakken en de Franse Gemeenschap willen uithollen. Voor de cdH blijft de Franse Gemeenschap onaantastbaar. Het is volgens Lutgen een politiek front tegen de zogenaamde Vlaamse dominantie.

Derde reden waarom Milquet van haar eigen partij nog geen mes in de rug heeft gekregen: er staat niemand klaar om haar op te volgen. Ondanks de slechte peilingen van de partij weten de cdH-verkozenen dat Milquet een stemmenkanon is. Kamerlid Catherine Fonck wordt genoemd als opvolgster, maar zij zit op ramkoers met partijvoorzitter Lutgen. Een andere naam is die van ex-onderwijsminister Marie-Martine Schyns. Zij komt uit de provincie Luik, waar de partij na het vertrek uit de politiek van Melchior Wathelet jr. amper nog iets voorstelt. Als Schyns minister wordt, zal ze zich met het heropstarten van de partij in haar eigen provincie moeten bezighouden, eerder dan met de Waals-francofone politiek. Terwijl de cdH kopstukken nodig heeft die in heel Franstalig België zichtbaar zijn.

Picard