Minister van Financiën Johan van Overtveldt (N-VA) pleit voor een lagere vennootschapsbelasting via een zogenaamd ‘duaal tarief’ om meer bedrijven naar hier te lokken. Vicepremier Kris Peeters (CD&V) vindt dat maar niets. Het zou te veel geld kosten. Klopt niet, zo leert een studie van de kmo-organisatie Unizo, waarvan Peeters ooit nog de baas was.

In België bedraagt het algemeen tarief in de vennootschapsbelasting 33,99 procent. Dat is minder dan in Frankrijk (36 procent), maar een stuk meer dan in Duitsland (29,8 procent) en Nederland (25 procent en 20 procent op de eerste 20.000 euro winst). En dat is een probleem voor de bedrijven hier. Zoals bekend zijn de loonkosten ondanks de maatregelen van de federale regering nog altijd hoog. Dat drukt op de winstmarge van de bedrijven. En als een bedrijf dan toch winst maakt, wordt het daar extra zwaar op belast. Tenminste, dat geldt voor de kmo’s, die nog altijd goed zijn voor zo’n 70 procent van onze economie en voor 1,7 miljoen arbeidsplaatsen.

Grote bedrijven en buitenlandse multinationals hebben het voordeel dat zij veel makkelijker gebruik kunnen maken van allerlei kortingen en aftrekposten op die vennootschapsbelasting (subsidies, investeringsaftrekken, notionele intrest…). Gevolg is dat zij nooit de 33,99 procent moeten ophoesten.

Om de klassieke Vlaamse kmo’s een steuntje in de rug te geven, pleitte minister van Financiën Van Overtveldt voor een verlaging van de vennootschapsbelasting. Van Overtveldt wil de bedrijven laten kiezen uit twee systemen: ofwel bijna 34 procent met behoud van aftrekposten (interessant voor buitenlandse investeerders), of een lager tarief van 20 of 22 procent zonder aftrekken (interessant voor Vlaamse kmo’s). Van Overtveldt wil het debat over de verlaging van de vennootschapsbelasting bij de begrotingscontrole in maart aangaan.

Maar dat is buiten de CD&V gerekend. Vicepremier en minister van Werk Kris Peeters vindt het voorstel maar niets, want het zou te veel geld kosten. Een vreemde stelling van Peeters, maar dat zijn we van hem gewoon. Volgens Peeters zou een lagere vennootschapsbelasting zo’n 3,5 miljard euro kosten, en in tijden van besparingen is dat geen optie. Maar waar Peeters dat cijfer vandaan haalt, is onduidelijk.

Peeters kan misschien te rade gaan bij het studiewerk van kmo- en zelfstandigenorganisatie Unizo, waar hij jarenlang de plak zwaaide. Unizo berekende in 2014 al dat zo’n nieuw systeem van vennootschapsbelasting met twee keuzetarieven geen probleem voor de staatsfinanciën hoeft te zijn. Unizo stelt net als Van Overtveldt voor om de bedrijven inderdaad de keuze te laten: de klassieke vennootschapsbelasting met alle aftrekken, of het tarief aan 20 procent. Zo’n 66 procent van de kmo’s zou voor het tweede systeem kiezen. Zij smeken om een lagere vennootschapsbelasting, want het huidige tarief tast hun autofinancieringsvermogen aan. Door die zware belastingen moeten kmo’s voor investeringen vaak een beroep doen op leningen bij de bank. Dat is wel fiscaal aftrekbaar, maar maakt bedrijven ook kwetsbaarder voor de bancaire kredietverstrekker. Die fiscale aftrek drukt trouwens de belastbare winst. Daarom zou het volgens Unizo veel logischer zijn om niet de winst te belasten, maar wel de uitgekeerde winst, bijvoorbeeld via dividenden. Wat nu al gebeurt aan een tarief van 27 procent.

Unizo wijst erop dat zo’n duaal tarief voor een aanzienlijke fiscale vereenvoudiging zorgt. En vooral: ze kost amper geld aan de staatskas. Unizo maakte een simulatie waarbij kmo’s voor het lager tarief kiezen en dat op basis van enquêtes bij die kleine en middelgrote ondernemingen. Het leidde tot een hele reeks berekeningen en het besluit is duidelijk: “de totale budgettaire inspanning varieert dus van 30 miljoen tot 381 miljoen euro”, lezen we in de studie. “Dit is echter zonder rekening te houden met enerzijds de terugverdieneffecten onder de vorm van meer ondernemerschap en dus meer economische groei en meer belastbare winst. Anderzijds verwachten we ook dat het duaal tarief vennootschappen zal aanmoedigen om reserves uit te keren. Die uitkering is onderworpen aan roerende voorheffing. Dus ook hier wint de overheid inkomsten.”

Dat is ook de stelling van Van Overveldt: “Het is niet uitgesloten dat een verlaging van het tarief leidt tot een verhoging van de inkomsten. Dat hebben we gezien toen Vlaanderen de successierechten heeft verlaagd.” De argumenten van Kris Peeters slaan dus nergens op.

Angélique Vanderstraeten