Het had gerust wereldnieuws mogen zijn. Deze week lekte uit dat politieagenten in december bij huiszoekingen bij jihadisten in België iets vreemds hadden gevonden: een video met dagenlange, schijnbaar saaie filmbeelden van een privéwoning. Aan de hand van een voorbijrijdende bus konden de speurders uiteindelijk achterhalen waar de woning lag. Toen ze  de eigenaar identificeerden, werden ze pas echt ongerust.

De woning bleek te behoren aan de directeur van het Studiecentrum voor Kernenergie van Mol. Het was duidelijk dat de terroristen het doen en laten van de man en zijn familie aan het volgen waren. Waarom ze dat deden? Er zijn bijzonder weinig mogelijkheden tot verklaring. Eigenlijk is er maar één echt plausibele uitleg: de terroristen planden een “tigerkidnapping” om de man of zijn familie te gijzelen, ten einde hem te verplichten een bepaalde opdracht uit te voeren. Bijna alle gevallen van tijgerontvoering viseren mensen die bij een bank werken en hebben als doel de betrokkene te dwingen de kluizen te openen. Hier ging het dus over iets heel anders.

Vuile bom

Sommige media speculeerden over een mogelijke aanslag op de kerncentrale van Doel. Maar die mogelijkheid kan gerust uitgesloten worden. De bespioneerde man heeft niets te maken met de dagelijkse werking van de kerncentrales in België en kan er de terroristen dus ook niet binnenloodsen. Hij is echter wel betrokken bij nucleair onderzoek en heeft bijgevolg regelmatig toegang tot laboratoria die nucleaire stoffen gebruiken. Enkel Het Laatste Nieuws (18/2) kwam tot de meest waarschijnlijke conclusie: de terroristen wilden via deze man aan uranium geraken.

De mogelijkheid dat terroristen nucleaire materialen bemachtigen, is een nachtmerrie die alle kenners van de problematiek slapeloze nachten bezorgt. Er bestaat zelfs een internationale instelling die zich uitsluitend daarmee bezighoudt: het “Global Initiative to Combat Nuclear Terrorism” (GICNT), dat in 2006 door Bush en Poetin werd opgericht. Intussen zijn er 86 landen lid.

Welke schade kunnen terroristen met nucleaire stoffen aanrichten? Er zijn twee mogelijkheden, die goed van elkaar moeten onderscheiden worden. Het eerste, en minst catastrofale scenario, is het gebruik van een “vuile bom”. Dat is een gewone explosie, waarbij in de bom radioactieve stoffen zijn verwerkt. Door de ontploffing worden die materialen over een grote oppervlakte verspreid. De onmiddellijke dodentol van dergelijke aanslag zou eerder beperkt zijn, maar op termijn zou de radioactieve vervuiling veel mensen ziek maken en kan ze een grote zone, bijvoorbeeld een stad, onbewoonbaar maken, met enorme economische schade tot gevolg. Het is zeker iets dat we in een dichtbevolkte regio als Vlaanderen nooit willen meemaken.

Nucleaire explosie

Het tweede scenario en de echte nachtmerrie is het tot stand brengen van een nucleaire explosie in een dichtbevolkte zone. Hoe reëel is dat gevaar? Het zal u misschien verbazen, maar de technische kennis die vereist wordt om een atoombom te maken, is niet zo groot. Er bestaat geen twijfel over dat groeperingen als IS of Al-Qaida mensen kunnen rekruteren om dit te realiseren. Het grote struikelblok is het verwerven van de juiste materialen om een nucleaire ontploffing te veroorzaken: enkele kilo’s plutonium, of enkele tientallen kilo’s hoogverrijkt uranium. De hoeveelheden en opslagplaatsen van die materialen over heel de wereld zijn redelijk goed gekend. En de voorraden worden ook meestal goed bewaakt.

Er zitten niettemin gaten in het veiligheidsnet. Vooral het nucleaire materiaal van de voormalige Sovjet-Unie wordt slecht bewaakt en is zelfs reeds in illegale circuits in de Kaukasus opgedoken. Ook moet je je afvragen in hoeverre staten als Pakistan, Iran en Noord-Korea nooit bewust hoogverrijkt uranium in verdachte handen zullen doen terechtkomen. Ten slotte zijn er ook de gevaarlijke stoffen die worden gebruikt op onvoldoend bewaakte locaties zoals kerncentrales, ziekenhuizen en onderzoekslaboratoria. Die derde zwakke plek is waarschijnlijk die waarvan de Belgische jihadisten gebruik wilden maken.

Hoe erg is echt nucleair terrorisme? Het antwoord daarop kan men best benaderen door de vraag iets anders te formuleren: zijn er veel gebeurtenissen denkbaar die nog erger zijn?

De zwarte ochtend

In 2004 organiseerde de NAVO de “Black Dawn”-simulatie, een studie van de mogelijke effecten van een nucleaire terreuraanval op Brussel. Men ging daarbij uit van de hypothese dat terroristen een atoombom zouden laten afgaan nabij het NAVO-hoofdkwartier in Evere. Een heel geloofwaardig doelwit voor islamitische terroristen, dus. Hoewel de in de hypothese gebruikte kernbom eerder klein was (type Hiroshima of Nagasaki), zijn de voorspelde gevolgen catastrofaal.

Tienduizenden mensen sterven bij de eerste impact. Alle communicatie valt uit: in Antwerpen, Gent of Hasselt zou je enkel kunnen raden wat er is gebeurd door de knal en de gigantische paddenstoelwolk. In de dagen daarop wordt de radioactieve wolk verspreid over grote delen van België en zelfs over Duitsland, Frankrijk en Nederland. Nog tienduizenden sterven. De angst voor nieuwe aanslagen zorgt voor een stadsvlucht in de gehele westerse wereld. Alle luchthavens en grensovergangen worden gesloten omdat elke staat poogt de terroristen buiten de eigen grenzen te houden. De wereldhandel valt stil. De beurzen storten volledig in elkaar. Er volgt een algemene politieke en economische crisis, terwijl de wereld zich beraadt over de eisen van de terroristen, waarvan nu moet vermoed worden dat ze nog meer steden kunnen vernietigen.

Gaat dit beangstigende draaiboek ooit werkelijkheid worden? De meeste experten die toen commentaar gaven bij de voorstelling van Black Dawn, dachten dat het eerder een kwestie van “wanneer” is dan van “of”. Ikzelf was toen, als lid van de parlementaire NAVO-vergadering, aanwezig bij de voorstelling van de simulatie. U zult mij moeten vergeven dat ik toen vooral aan mezelf dacht. Ik berekende mijn overlevingskansen als inwoner van Dilbeek, op tien kilometer van de inslag. Die waren nog redelijk goed, al zou ik de eerste dag in de kelder moeten doorbrengen om de straling te overleven. Ik zou ook moeten hopen dat de wind de “fallout” niet in mijn richting stuurt. Dan zou ik later richting West-Vlaanderen kunnen vluchten, waar ik hopelijk onderdak zou kunnen krijgen bij één of andere vriend. Maar zelfs in het beste geval zou de wereld die mijn gezin en ik bewoonden onherroepelijk veranderd zijn.

Het Westen zou er goed aan doen het gevaar voor nucleair terrorisme ernstig te nemen. Ook als men ten onrechte zou menen dat het risico klein is, blijft deze waarschuwing geldig, gewoon omdat de gevolgen zo groot zijn. Professor Graham Allison, directeur van het Harvard Centrum voor Wetenschap en Internationale Relaties: “Is nucleair terrorisme onvermijdelijk? Professoren van Harvard staan er voor gekend steeds genuanceerd of ambigu te zijn. Maar in dit geval kan ik duidelijk zijn: ja, het ergste moet nog komen.”

Jurgen Ceder