Mocht daar enige gelijkenis zijn met wat des mensen is, dan is dat louter toevallig…

Daar was een ezel die non-conformistisch was.
Hij wou niet balken want dat deden ezels allemaal.
Hij schiep dus prompt een eigen specifieke lichaamstaal
en bleef op afstand van z’n eigen ezelsras.

In plaats van lijk ’t een ezel past te balken van ia,
bestaat hij het zowaar te schaterlachen “Hahaha”
en tussendoor verkoopt hij ook al eens wat blablabla
als linke schimpscheut op de politieke gloria.

Hij voelt zich helemaal niet lekker in zijn aard
en àf wil langoor bijgevolg van zijn identiteit
Hij maakt zich onbeschaamd ‘t gehinnik eigen van het paard
dat hij, omdat het naar zijn mening groener graast, benijdt.

Dat valt in slechte aarde uiteraard bij broeder knol,
die al sinds ’t eerste mensenkoppel hinnikt honderduit.
Het hoort de ezel bezig en de maat, vindt ’t paard, is vol.
Ik ben een raspaard, hinnikt het, en ‘k wil dat zijn voluit.

Het vindt een ezel die een paard wil zijn, een ramp,
een even grote ramp zo waar als paarden met een ezelsoor,
en met een paardenmiddel sloopt het paard de langoormetafoor:
het geeft z’n concurrent ad rem de… ezelsstamp.

Hector van Oevelen