Kris Van Dijck is al vijftien jaar burgemeester van Dessel en twintig jaar parlementair. Hij was van jongs af besmet door het Vlaams-nationalisme. Zijn 81-jarige moeder, Olga Minnen, nog kwiek en gezond, was gemeenteraadslid voor de Volksunie in Dessel. Kris werd van in de wieg VU’er door dik en dun, animeerde Niet Splitsen van de Volksunie vanuit de Kempen, en hij sloot aan bij N-VA. Meer België is minder democratie, is zijn fundamentele inzicht.

Kris Van Dijck (stellig): “Meer België is minder democratie. Vandaag leidt deze regering België, dankzij N-VA, op z’n Vlaams. Als in 2019 de drie traditionele politieke families alweer een regering kunnen vormen, dan voeren zij opnieuw een Waals beleid.”

Zaterdagmorgen om 9 uur in Dessel, een buurgemeente van Mol in de Noorderkempen; een regenvlaag beukt op de ruiten van de auto. Deuren en rolluiken zijn potdicht. Geen kat loopt er op de straat. Alleen achter de ramen van een nieuwbouw bij het gemeentehuis – met een kleine affiche van het N-VA-secretariaat -, brandt een lamp. Van Dijck (52) tokkelt op zijn computer. Elke zaterdag, een stuk van zondag, en alle werkdagen is hij in touw voor de Desselse en de Vlaamse politiek. Een dag voor het gesprek werd een enquête gepubliceerd over het leven van Vlaamse burgemeesters. ‘t Zijn werkbeesten.

Kris Van Dijck: “Aan het burgemeesterschap van Dessel besteed ik veertig uur per week. Tel daarbij mijn parlementaire werk in commissies, het Vlaams Parlement, de vergaderingen van de partij, de contacten met de andere N-VA-afdelingen en je bent, als je het zou berekenen tot op de minuut, tachtig tot honderd uur per week bezig. (lacht) Je houdt dat vol omdat het geen werken is, wel een hobby. Niks is boeiender dan een gemeente besturen.”

Een Vlaamse Leeuw en een Catalaanse vlag, de merktekens van de overtuiging van de burgervader van Dessel, blikken naar de croissants en de koffiekoeken. Op de vlaggenstok hangt een studentenpet.

Kris Van Dijck: “Op het Sint-Pietersinstituut in Turnhout waren wij vroegrijpe flaminganten. Het Vlaams Scholierenverbond werd in Turnhout gesticht. We kochten petten van KVHV in Antwerpen en we vergaderden en zongen onze longen leeg in het Pallieterhof, op de markt van Turnhout. (vrolijk) Er was slechts één andere afdeling van een Vlaams-nationale scholierenvereniging, en wel in Brugge, en die werd geleid door Filip Dewinter. Zij droegen NSV-petten.”

Dessel, met 9.500 inwoners, haalt 15 procent van zijn begroting uit de taks op nucleair afval, kan daardoor de gemeentebelastingen laag houden, en is befaamd om zijn Graspopfestival met heavymetalfans en een voetbalploeg in tweede klasse.

Kris Van Dijck (stralend): “Graspop is straf. Wij hadden AC/DC op bezoek na Dublin en Londen, en voor de groep naar Imola in Italië doorreisde.”

‘t Pallieterke: U werd onderwijzer, zoals uw moeder.

Kris Van Dijck: “Zelf was ik een slappe scholier. Ik had problemen met het Nederlands. Op het Klein Seminarie van Hoogstraten leerde ik Koen en Bert Anciaux kennen. Nadien volgde het Sint-Pietersinstituut in Turnhout, met Stany Crets en Koen de Bouw. Ik volgde menswetenschappen, wat werd gezien als de eerste cyclus van de opleiding voor onderwijzer. In de normaalschool van Wijnegem had ik, gelukkig, een leraar met groot didactisch talent, die mij over mijn problemen met de grammatica tilde. Daar begreep ik hoe de kunst van de didactiek het geheim is van een goede leraar. Solliciteren in de buurt van Dessel in 1988 leverde geen werk op, want ik was politiek actief in de VU van de Kempen, en dat zagen de schoolleidingen met lede ogen. Hugo Draulans was de voorman van de VU in Dessel. Hij maakte er een stevig Vlaams-nationaal bolwerk van, tot vandaag. In mijn begintijd haalde de VU 25 procent van de stemmen. Bij de laatste ronde, in 2012, 53 procent, en mijn persoonlijke score was 42 procent. Op 1 januari 1989 werd ik schepen, amper 26 jaar oud. Als leraar gaf ik les in Aarschot en in Deurne-Antwerpen en ik deed dat graag. Het is dus geen toeval dat ik van in het begin en tot vandaag mee het onderwijs volg voor de VU, later N-VA. (lacht) Theo Francken, die pedagogische wetenschappen-onderwijskunde gestudeerd had aan de KU Leuven, is via mij gelanceerd bij N-VA. Hij werd een medewerker van de fractie. Knappe kerel. Ik combineerde twee werelden: in Dessel was ik schepen en in de school meester Kris. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 werd ik lijsttrekker van de VU en kreeg, als onderdeel van een coalitie met CVP, het burgemeesterschap aangeboden. Ik moest wel die verantwoordelijkheid opnemen, hoewel ik voor die opdracht erg jong was, 31.”

Wat moet een burgemeester doen?

Kris Van Dijck (docerend): “Altijd vriendelijk zijn, en dat niet alleen in de verkiezingstijd, de mensen hebben dat anders snel door. Ook contact houden met de basis. Voor de verkiezingen van 2006 en 2012 heb ik aangebeld bij alle 3.300 huizen van Dessel. In december 2000 lanceerde ik samen met de Nederlander Frans Blankert het informatieblad “Betrokkenheid”, een sobere zwart-witte nieuwsbrief over Dessel en omgeving. Nooit wordt daarin gescholden. Mijn gsm is vrij voor iedereen en het nummer wordt algemeen bekendgemaakt. Ik blijf vooral gewoon “gewoon”. Ik zoek ook steevast contact met nieuwe mensen, om de partij fris en vinnig te houden. Dat hoeven geen stamboek-Vlaamsgezinden te zijn. Trouwens, wat is er mooier dan een socialist te overhalen om N-VA’er te worden (lacht). Dat is al minstens een stem minder voor sp.a. In Dessel hadden en hebben wij knappe mensen; ik denk aan Flor Van Noppen, broer van de vermoorde veearts.”

Dessel is deel van “de atoom”? Dat is riskant, niet?

Kris Van Dijck: “Ik ben voor nucleaire energie, maar tegen kernwapens. Ik betoogde op Kleine Brogel tegen de kernraketten. Dat gezegd zijnde, in Dessel is er grote eensgezindheid om laagradioactief afval definitief bovengronds te stockeren. Het heeft geen haar gescheeld of Dessel was het adres geworden van het Studiecentrum voor Kernenergie, dat nu net buiten onze gemeente, in Mol, is gevestigd. In het archief zit een verzoek daterend van de jaren vijftig om het SCK te mogen bouwen op gemeenteterreinen ten oosten van het kanaal Schoten-Dessel. De toenmalige burgemeester sprong op zijn fiets om te praten met de ingenieurs van Sibelco, die hem aan zijn verstand brachten dat het SCK vrijzinnigen zou meebrengen en Franstaligen. Ai, ai, de meerderheid kwam zo in gevaar. De burgemeester antwoordde aan Brussel, bedankt en merci, en dat men maar elders moest zoeken. Het SCK kwam dan terecht op het domein van de Koninklijke Stichting in Mol. In de jaren zeventig dook hier een lijst op van het Rassemblement Wallon en ik kan (lacht) een logetempel aanwijzen in deze oerkatholieke streek. In 2005 stemden in Dessel meerderheid, oppositie én de sociale actoren samen voor het stockeren van laagradioactief afval in de gemeente. Er is nu het cAt-project, met het bezoekerscentrum in opbouw, genaamd Tabloo. ‘t Ziet eruit als een hunebed. Het wordt een nucleair Technopolis, met een wandelpad over de site. Groen noch Greenpeace hebben hier ooit kunnen scoren met hun verzet tegen kernenergie. In het Duitse Gorleben ging het hard tegen hard rond de transporten van kernafval. In Dessel spanden actievoerders gele linten langs de weg die de vrachtwagens volgden. De buren trokken die linten weg, om hun ongenoegen voor die actievoerders te tonen. Veldslagen zijn hier niet geleverd.”

Twintig jaar parlementair, dat is een lange periode, wel?

Kris Van Dijck: “In 1995 stapte ik voor het eerst als lijsttrekker in de Vlaamse kiesstrijd, in de kieskring Mechelen-Turnhout, met Walter Luyten. Luyten ging voor het federale niveau en ik voor het Vlaams Parlement. Het was dan meteen zover; ik stapte binnen bij een groep van twaalf VU-parlementairen met het nodige talent en veel ervaring. Enkele kleppers waren Nelly Maes, Johan Sauwens, Willy Kuijpers, Chris Vandenbroeke, Herman Lauwers, Paul van Grembergen. Een unieke leerschool. Mijn startjaar als parlementair was voor de VU penibel, we zakten naar amper 300.000 stemmen. Vier jaar later trok ik de strijd aan als lijsttrekker, met naast mij Margriet Hermans van ID21. Margriet en ik werden verkozen. Zij deed goed parlementair werk. Na dat jaar ging veel aandacht naar de ineenstorting van de Volksunie rond 2000-2001.”

N-VA heeft hier geen concurrentie van Vlaams Belang?

Kris Van Dijck: “Bij een vorige verkiezing lanceerde wijlen Ivo Rackham – hij heeft een Britse achtergrond -, samen met zijn vrouw een VB-lijst, maar die scoorde matig. Nadien zei hij dat hij voortaan voor mij zou stemmen. Er hangen ook plakbrieven van N-VA in de sociale wijk van De Ark. Daar waren in de jaren negentig problemen met de concentratie van Marokkanen en Turken. Ik heb eerst de ouders uitgenodigd op het gemeentehuis en ik heb hen gezegd: als de overlast blijft, het was zes jaar na Zwarte Zondag, dan volgt er in Dessel eveneens een Zwarte Zondag. De week nadien waren de jonge gastjes op visite, voor dezelfde boodschap. Het OCMW van Dessel en Arktos hebben daarop een inspanning geleverd om de jongeren van De Ark te integreren en dat is gelukt. Uit die tijd dateert Loutfi Belghmidi, uit De Ark, en hij is vandaag medewerker van de VRT-nieuwsdienst. Mooi toch. Samenvattend: VB’ers, Marokkanen en Turken kunnen dezelfde burgemeester steunen. Afkomst speelt voor mij geen rol. Als de nieuwkomer integreert, is het oké.”

Uw recept voor de wankelende VU was Niet Splitsen.

Kris Van Dijck: “Ik sprak op de jongste nieuwjaarsreceptie van N-VA in Izegem. Vijftien jaar voordien was ik ook de spreker. Voor ik arriveerde, hoorde ik in de auto op het radionieuws van zes uur dat Geert Bourgeois ontslag had genomen als voorzitter van de VU. Een donderslag bij heldere hemel. Het was geen pretje om nadien vrolijke nieuwjaarswensen uit te spreken. Geert werd gesteund door de leden. Zijn uitdagers werden gesteund door de structuren van de partij, cabinettards, het secretariaat, de vrijgestelden. De implosie van de VU begon. Ik trad kort voordien toe tot het partijbestuur, ging een weekeinde naar Hotel Serwir in Sint-Niklaas om mee een congres voor te bereiden, en alle toppers ontbraken. De maandag nadien, op het Barricadenplein, liet Bert Anciaux doodleuk horen dat de partij zou gesplitst worden: ik heb mij toen verzet. “Wat denken die samenzweerders wel, om achter ieders rug die levensbelangrijke beslissing te nemen?”, zei ik. Ik coördineerde daarop vanuit Dessel de groep Niet Splitsen, die stond tussen de strekking-Anciaux en de Vlaams-nationalisten achter Geert. Die was niet gelukkig met Niet Splitsen, want zo kon hij geen meerderheid verwerven waarmee zijn strekking de naam Volksunie kon behouden. Ik was door het hele circus gedegouteerd en dacht aan een terugkeer naar het onderwijs. Bij de stemming haalde Niet Splitsen 30 procent, Bert 20 procent en Vlaams-nationaal 49 procent. Nadien heb ik snel gekozen voor N-VA, en Dessel stond achter mij. Ik werd secretaris van de N-VA en leerde Bart de Wever goed kennen; wij reden vaak samen naar Brussel vanuit zijn Neptunusstraat in Berchem. Stilaan rijpte in 2003 de wens om in kartel te gaan met CD&V, want het water stond N-VA aan de lippen. Er was een peiling die N-VA 2,5 procent gaf. Een kartel was een uitweg, anders zouden wij verdrinken. Ook Yves Leterme en Luc van den Brande ijverden voor een kartel. Leterme droomde van N-VA als de vierde stand van CD&V, naast de werknemers, de middenstanders en de boeren. Wij wilden even op adem komen, en wij redeneerden, wij racen van Brussel naar Nice, als wij kunnen meeliften tot in Parijs op de duozit van CD&V, dan winnen wij tijd en bereiken wij deels onze bestemming. Geert Bourgeois bleef aanvankelijk ijveren voor een “standalone” strategie, maar ging uiteindelijk akkoord. Ik kreeg een achtste plaats toegewezen op de kartellijst en een tweede opvolgersplaats; dat vond Geert te min voor mij, maar ik heb hem groen licht gegeven om dat af te kloppen. Het kartel werd op Valentijnsdag 2004 bekendgemaakt.”


Gemeenteraadsverkiezingen 2018

N-VA is baas op het Schoon Verdiep in Antwerpen, en hoopt op een herhaling van dat succes plus op doorbraken in Gent, Brugge en Kortrijk. De partij zal afgerekend worden op die lokale resultaten. Als die goed zijn, is de aanloop naar de nieuwe federale verkiezingen van 2019 gunstig.

Kris Van Dijck: “Vanaf 2006-2007 hebben wij meer en meer N-VA’ers zien intreden in gemeentebesturen in de Antwerpse Rand en de Kempen. Er werd een cel lokaal beleid opgericht en ik werd het politieke gezicht van die begeleidingsgroep. De verkiezingen van 2018 worden stelselmatig voorbereid. In 2015 was er een analyse van de sterke en de zwakke punten van elke afdeling, en in 2016 volgen lokaal bestuursverkiezingen waaruit kopmannen zullen gelicht worden. Een kopman is essentieel om een overwinning te behalen. Hij of zij mag geen dictator zijn, wel dient hij of zij herkenbaar te zijn. Ik ben een democraat, ook in de lokale afdeling, een ploegspeler, echter, de kiezer wil een gezicht voor zich.”


Repressie en Kris

Kris Van Dijck en de familie van zijn moeder zijn echte Desselaars. Moeder studeerde voor onderwijzeres aan de normaalschool van Wijnegem, waar Kris jaren later les volgde. Ze kreeg een opdracht in Sint-Job-in-‘t-Goor en verbleef bij een gastgezin.

Daar leerde zij René Van Dijck, haar toekomstige man afkomstig van Brecht, kennen. Moeders vader was tien jaar eerder vals beschuldigd van collaboratie, en verdween zes maanden in de repressiegevangenis van Merksplas, waar hij Vlaamsgezind werd. Dat dossier leidde tot een heuse Belgische toestand. René Van Dijck was rijkswachter en mocht om die reden niet in een kazerne wonen. Zijn schoonvader kreeg het verbod bij zijn dochter en schoonzoon thuis te komen indien ze een rijkswachtwoning zouden betrekken. Vader Van Dijck had tijdens zijn diensturen op de E313 in Ranst een zwaar ongeval, werd gehandicapt, met een verlamd linkerbeen en zenuwpijnen, en volgde zijn vrouw naar Dessel.

Kris Van Dijck: “Moeder deed interims in het onderwijs, en er was een goede invaliditeitstegemoetkoming. Echter, door mijn vaders handicap konden wij nooit op reis. Ik vecht als onderwijsexpert van N-VA daarom, onder meer, voor betaalbare schoolreizen, want ik weet uit ervaring hoe sociale beperkingen je kunnen isoleren.”