Progressieve prof wil studenten heropvoeden

Altijd interessant om eens achteruit te kijken. Naar de dagen waarop kranten ons verklappen wat de politieke voorkeur is van de BV’s bij voorbeeld. Zo lieten in hun politiek correct enthousiasme onder meer Kurt Van Eeghem, Stany Crets, Filip Joos van Sporza, radiopresentatrice Leen Demaré, Guy Cassiers van Toneelhuis, architect Bob Van Reeth, fotografe Lieve Blancquaert, stand-upcomedian Wouter Deprez en professor Jan De Maeseneer Vlaanderen weten dat ze sp.a zouden stemmen.

2016-08_03_Progressieve prof wil studenten heropvoeden (Medium)Laatstgenoemde had het in De Morgen (9 juni 2007) vrijpostig over zijn “rood-groene politieke oriëntatatie”. Vorige zaterdag luidde hij in De Standaard de alarmbel over de politieke voorkeur van zijn eerstejaarstudenten geneeskunde. Oei, die was wel even anders dan de zijne, en dat kan toch niet….

Ook respectabele professoren kunnen zich vergissen. In zijn opiniestuk ‘Wat is er aan de hand met mijn studenten’ (De Standaard, 20 feb.) slaat De Maeseneer de bal compleet mis. Dat hij zijn eerstejaars geneeskunde ondervraagt over hun opvattingen over maatschappelijke thema’s, daar is weinig mis mee. De professor kadert dat in zijn vak ‘Gezondheid en maatschappij’. Dat hij tegelijk naar hun politieke voorkeur peilt en daar meteen besluiten uit trekt, oordeelt en vooral veroordeelt, is voor velen een brug te ver.

Rechts

Wat heeft De Maeseneer precies vernomen? Zijn studenten zouden een uitgesproken rechts profiel hebben, en te weinig mededogen en voeling hebben met alle lagen van de maatschappij. Voor het eerst in vijftien jaar bleek dat de meerderheid van de eerstejaars in zijn aula eerder rechts stemde:

N-VA (24 procent), Open VLD (24 procent) of Vlaams Belang (7 procent). Daarnaast zou 20 procent kiezen voor Groen, 12 procent voor CD&V, 6 procent voor de sp.a en 5 procent voor de PVDA.

Voorts had hij geleerd dat 80 procent van zijn studenten liever specialist dan huisarts wou worden. En ten slotte dat velen maatschappelijke opvattingen hadden die niet de zijne waren. Wie mislukt, heeft dat vaak aan zichzelf te wijten, vinden nogal wat studenten. En ja, dat geldt ook voor wie behoort tot etnisch-culturele minderheden, die in de richting geneeskunde “ondervertegenwoordigd” zijn.

Almaar minder studenten willen huisarts worden (11 procent tegenover 20 procent de voorbije jaren) terwijl er driemaal zoveel willen specialiseren. Ten slotte zou maar drie procent van de eerstejaars geneeskunde naar de ontwikkelingslanden willen (voorbije jaren constant 12 procent).

Empathie

De Maeseneer is daar blijkbaar niet goed van. Hij heeft het over “een merkwaardige opvatting”. Toekomstige artsen die vaak met “kwetsbare mensen” omgaan horen volgens hem zo niet te denken. “Kun je van zo’n jongeren empathische hulpverleners maken”, vraagt hij zich af. De vraag zo stellen, is ze beantwoorden. De beschuldiging is wollig verpakt, maar niet mis te verstaan: rechtse partijen deugen niet.

De studenten van vandaag laten zich evenwel geen schuldcomplex aanpraten, ook niet door meneer de professor. Dat die analyse van De Maeseneer hen politiek stigmatiseert (te “angstig voor de ander”, etc.) pikken ze niet.

Heropvoeding?

De Maeseneer zit met zijn analyse op of over de grens van het “zindelijke”. De suggestie dat de vrije mening van zijn studenten moet worden aangepakt (“Is autonomie en de individuele ambities realiseren belangrijker dan verbinding en dienstbaarheid”?) is angstaanjagend.

Studenten die volgens zijn normen te weinig “empathisch” zouden zijn (empathisch met wie, hoe intens, hoe lang?) moeten blijkbaar wat “zin voor cohesie… voor verbinding en dienstbaarheid” worden bijgebracht.

Verwart De Maeseneer hier een aula voor studenten geneeskunde met een heropvoedingskamp? Mag die student geneeskunde nog terughoudend of angstig zijn? Moet het gemiddeld studentenbrein in de loop van de opleiding worden bevrucht met de “groen-rode” opvattingen van de geachte professor?

Sociale media

Het kan nog erger. Vlaamse studenten hebben blijkbaar niet langer het recht om hun Facebookvrienden zelf te kiezen. Te weinig allochtonen, te veel hooggeschoolden… Niet eens 6 procent van die vrienden op sociale media behoort tot etnisch-culturele minderheden, klaagt De Maeseneer. Et alors? Wat is daar nu fout aan? En bovendien, welke definitie van “minderheid” hanteert de “wetenschapper”? Zijn daar de tweede en derde generatie bij? Zijn de EU-burgers daarbij of niet?

Is het zo verwonderlijk dat negentig procent van de digitale vrienden van de eerstejaars geneeskunde ook (hoog)studenten zijn? Dat lijkt ons normaal voor jongeren die zo goed als allemaal uit het ASO komen.

Helemaal beangstigend is dat volgens De Maeseneer zijn ondeugende studenten “met andere realiteiten in contact moéten worden gebracht”. “Aandacht voor sociale determinanten van gezondheid” mag er in de geneeskundeopleiding vanzelfsprekend zijn. De U Gent geeft op 18 maart een eredoctoraat aan Michael Marmot, de Britse epidemioloog die vaststelde dat arm zijn ziek maakt en ziek zijn arm maakt. We ontkennen dat niet. In de opleiding de studenten hiermee confronteren is geen onzin. Maar de individuele student nog toelaten daar zelfstandig over te oordelen is even zinnig. En dat oordeel hoeft niet zo nodig het oordeel van Marmot of van De Maeseneer te zijn.

Zedenles

Dat De Maeseneer een stap te ver gaat, blijkt ook uit de woedende reacties van het artsensyndicaat BVAS en de geneeskundestudenten.

“Wij zijn onthutst. Ik zou het als student niet pikken dat mijn prof mij harteloos en gevoelloos noemt, op basis van een niet-wetenschappelijke peiling waarin hij vraagt naar mijn politieke voorkeur en daar een zedenles aan koppelt”, reageert Marc Moens, ondervoorzitter van BVAS.

Ook op de websites waar “de burger” via een lezersrubriek nog een woordje mag meeklappen (Het Laatste Nieuws, Knack) werd boos gereageerd. Sommigen hebben het over een “vastgeroeste, conservatieve analayse” van een rode prof, “een regelrechte sos”.

Ook studentenvertegenwoordigers van de richting geneeskunde reageerden misnoegd. Ze stellen zich vragen bij de representativiteit van de rondvraag naar de politieke voorkeur van studenten, want er waren maar weinig deelnemers aan de bevraging. Ze verwerpen de besluiten die De Maeseneer aan zijn onderzoekje verbindt. “Er wordt geïnsinueerd dat iemands politieke overtuiging de kwaliteit van de zorg in het gedrang brengt. Echter zal een politieke voorkeur een student geneeskunde later nooit beletten adequate en kwalitatieve zorg te verstrekken aan al wie het nodig heeft”. Blijkbaar hield de professor ook vragen uit zijn analyse, als de antwoorden niet in zijn kraam pasten. Zo blijk dat de overgrote meerderheid van de studenten wel degelijk open stond voor andere culturen.

Dat De Maeseneer zich zorgen maakt over bepaalde “ontwikkelingen” bij (lees: opvattingen van) de studenten, is zijn goed recht. Maar hoe een maatschappij daarmee omgaat, dat bepalen de burgers hopelijk nog even zelf. Via hun eigen mening, via hun politieke democratie, waar botsing van meningen en debat een kenmerk van zijn, via degelijk, open en democratisch onderwijs. Met indoctrinatie schieten we niets op.

Anja Pieters


Tags assigned to this article:
2016-08Anja Pieters

Related Articles

Het einde voor ‘de beste onder ons’

De nederlaag van Alain Juppé in de voorverkiezingen van Les Républicains betekent het einde van de nationale politieke loopbaan van

Heilige huisjes

Een buitenlands verblijf zorgde ervoor dat we met enkele dagen vertraging door de reacties op de aanslagen zijn gefietst. Op