Nederland was voor veel Vlamingen lange tijd het land van de protestanten. Wat is daar van overgebleven?

De scriba

Neem me niet kwalijk, lezer, dat ik eventjes niet over de asielmisère (Nederland kent geen “miserie”) schrijf, want dit verhaal wordt almaar erger. De oogst van deze week: Oekraïense oplichters die naar Nederland reizen en zogenaamd asiel vragen en met een “terugkeer- en herintegratiepremie” van 3.250 euro vrolijk naar huis keren; asielprofitariaat in Nijmegen dat massaal magnetronmaaltijden in de afvalbak gooit en geld vraagt zogenaamd om zelf te koken; miljoenen euro’s subsidie voor zogenaamde “vluchtelingenorganisaties” die dat belastinggeld gebruiken om de media te bewerken en daar meer aan uitgeven dan politieke partijen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Genoeg! De aanleiding voor dit stukje is een interview met de teruggetreden scriba Jan Plaisier in Trouw; het enige dagblad in de Nederlanden (uit de stal van de Vlaamse mediamagnaat Van Thillo) dat geregeld aandacht besteedt aan de christelijke religie. De scriba (Latijn voor schrijver) is de landelijk secretaris van de Nederlandse protestantse kerken en meestal ook de woordvoerder.

De PKN vandaag

Plaisir – theoloog en predikant- zegt dat de Protestantse Kerk Nederland niet langer een volkskerk is. Lange tijd bezaten de protestanten de meerderheid in Nederland. In 1815 waren ze met bijna 60 procent tegenover 40 procent katholieken. Met de hereniging van de Nederlanden waren er plots 62 procent katholieken, die wel een calvinistische koning kregen. Protestants Nederland steunde die koning in zijn strijd tegen de muiters in het zuiden in 1830, maar was feitelijk zeer opgelucht dat de protestanten na de breuk weer de meerderheid hadden. Er gingen zelfs stemmen op om Noord-Brabant en Nederlands-Limburg, met hun katholieke bevolking, ook maar af te staan. De religieuze verhoudingen bleven tot de jaren veertig van de vorige eeuw gelijk, maar toen kalfde het protestantisme geleidelijk af. In 1960 waren er in Nederland voor het eerst meer katholieken dan protestanten. De consumptiemaatschappij veroorzaakte echter een onverbiddelijke secularisering. Aanvankelijk gooiden vooral de lidmaten van de protestantse kerken hun kap over de haag (opzettelijke woordspeling). Maar in die nieuwe maatschappij en met de instroom van mohammedanen, begrepen de drie grote protestantse denominaties dat hun overeenkomsten veel groter waren dan hun verschillen. Tien jaar geleden fuseerden hervormden, gereformeerden en lutheranen, na honderden jaren theologisch mierengeneuk. Nederlandse protestanten zouden zichzelf niet zijn zonder inmiddels al een nieuwe scheuring, met een Hersteld Hervormde Kerk als gevolg. Het aantal Nederlanders dat lid is van een protestantse kerk bedraagt vandaag nog maar 2 miljoen. De helft van de Nederlanders zegt ongelovig te zijn. Jaarlijks verliest de PKN 70.000 zielen omdat de jongeren meestal religie vervangen door het “ietsisme”.

De Bijbelgordel

De tijd is voorbij dat in iedere gemeente een protestantse kerk was. Lange tijd wilden de gelovigen dat niet aanvaarden. In 2007 zei de toenmalige scriba nog kwaad dat al die sociologen met hun cijfers “geen rekening hielden met de Geest”. Maar de huidige leden van de generale synode (een landelijke vergadering met alle afgevaardigden uit de plaatselijke kerken) geven duidelijk toe dat Nederland seculier en missiegebied is en bevelen de lidmaten aan om één kerkgebouw in de wijde omgeving te kiezen en de rest te sluiten. Nederland heeft wel nog altijd een Bijbelgordel (al gebruikt een Nederlander liever het nieuw-Nederlandse woord “biblebelt”) die van Zeeland schuins over de Veluwe naar Overijssel loopt. Daar vind je nog “bevindelijke” gelovigen die Bijbelvast zijn. Maar deze groep telt niet meer dan 300.000 mensen meer. Waarnemers merken zelfs bij de Bijbeljeugd nog nauwelijks verschillen met hun leeftijdsgenoten. Eén of twee generaties geleden (denk aan de herrie rond het katholieke huwelijk van prinses Irene) waren de katholieken nog duivelskinderen. Dat gevoel is zelfs bij de strengste protestanten verdwenen (ook door de komst van de aanhangers van de criminele Midden-Oosterse ideologie). Protestanten en katholieke gelovigen kunnen het uitstekend met elkaar vinden. Het is, ondanks de oproepen van de paus, vooral de starre houding van de hogere katholieke hiërarchie die de oecumene bemoeilijkt.

Willem de Prater