Vorige woensdag ondervroegen de Vlaamse parlementsleden Stefaan Sintobin (VB) en Lieve Maes (N-VA) minister Schauvliege van Ruimtelijke Ordening over het TOP Noordrand. Uit het antwoord bleek duidelijk dat de CD&V-minister ook dit dossier niet goed beheerst en niet de moed heeft haar eigen ambtenaren terug te fluiten.

Schauvliege stelde weliswaar dat het niet de bedoeling is “de verstedelijking door te trekken of de Rand in gevaar te brengen”, maar tegelijk vond ze het “wijs om die tekst alle kansen te geven zonder dat er nu al vanuit politieke hoek wordt gezegd welke richting die uitgaat.”

Het gaat volgens de minister om een puur ambtelijke tekst zonder politieke goedkeuring. Het gaat zogezegd om een “sneuveltekst, die nog vatbaar is voor opmerkingen en kritiek”, zodat men vanuit de basis (bottom-up noemt de minister dat) “ideeën kan sprokkelen” voor een langetermijnvisie.

Dit antwoord is toch wel intriest. Eigenlijk gaat het om een schoolvoorbeeld van paraplupolitiek waarbij men de eigen verantwoordelijkheid helemaal ontloopt.  Ook ambtelijke teksten moeten vertrekken vanuit de bestaande politieke krijtlijnen en vanuit het beleid dat reeds beslist werd. Minstens kan men verwachten dat zulke “sneuvelteksten” stroken met de grote lijnen van het beleid en niet in tegenspraak zijn met de basisprincipes van het regeerakkoord, dat het uitdrukkelijk heeft over de versterking van het Vlaamse en groen karakter van de Rand.

Onbekwaam

De nota van TOP Noordrand druist heel uitdrukkelijk tegen dit uitgangspunt in: de hele strekking van deze nota gaat uit van een intensieve verstedelijking en “multiculturalisering” van de Noordrand en staat dus haaks op het beleid dat – althans met de lippen – al jarenlang door de Vlaamse regering gevoerd wordt. Komt daar nog bij dat men op geen enkele manier heeft samengewerkt met de administratie van de vzw De Rand, die juist de taak heeft om in dit soort dossier de lijnen uit te zetten. Ook het kabinet van minister Weyts, als minister bevoegd voor de Vlaamse Rand, was nergens bij betrokken.

Resultaat was dat Weyts volkomen verrast was door deze tekst, hoewel hij al drie weken ter consultatie op de webstek van de Vlaamse overheid stond toen de VVB de kat de bel aanbond. Duidelijk is in ieder geval dat er bij Ruimtelijke Ordening een aantal ambtenaren de plak zwaaien waaraan de ministers niets te zeggen hebben, en die tijd in overvloed hebben om zaken op papier te zetten die helemaal in de lijn liggen van de Brusselse expansiezucht. En de Vlaamse ministers dulden dit. Zij staan toe dat hun eigen ambtenaren druk bezig zijn met de ondermijning van hun beleid. Ofwel zijn deze ambtenaren volslagen onbekwaam en kennen ze hun dossiers niet. In dat geval zitten ze daar niet op hun plaats. Ofwel zijn ze kwaadwillig en torpederen ze doelbewust ieder Vlaamsgezind beleid. In dat geval zitten ze daar nog veel minder op hun plaats.

Hoe dan ook, de Vlaamse regering zit met een probleem: enerzijds verklaarde minister Weyts dat de nota in de prullenmand moet, anderzijds is er minister Schauvliege voor wie de tekst voorlopig alle kansen moet krijgen als sneuveltekst. Dit is op zijn zachtst gezegd behoorlijk tegenstrijdig. We zijn benieuwd wie aan het langste eind zal trekken.

’t P.