Wanneer de premier van de tweede militaire mogendheid van deze wereld de woorden “Derde Wereldoorlog” in de mond neemt, kan de wereld toch maar beter even de oren spitsen. De Russische eerste minister Medvedev verklaarde deze week dat het inzetten van Saoedische of Turkse grondtroepen, al dan niet gesteund door de VS, in Syrië tot een grote escalatie, zelfs tot een wereldbrand, zou kunnen leiden. Wat is er in dat vervloekt stukje Midden-Oosten toch aan de hand, dat grote mogendheden er zelfs een wereldcrisis voor over hebben?

In 1888 waarschuwde Otto von Bismarck: “Als er ooit nog een oorlog in Europa komt, zal dat ten gevolge van één of andere onzin op de Balkan zijn.” De ‘ijzeren kanselier’ begreep dat grote oorlogen het gevolg kunnen zijn van kleine incidenten op onbelangrijke plaatsen. In 1914 kreeg hij postuum gelijk, toen een aanslag gepleegd in Sarajevo tot de Eerste Wereldoorlog leidde. Vandaag speelt Syrië de rol van de Balkan: een strategisch slechts matig belangrijk stuk grond, maar waar een aantal grote staten met vuur spelen in een kruitvat van etnische, religieuze en politieke tegenstellingen.

Een kluwen

Rusland vecht aan de zijde van de Syrische president Assad. Officieel bombarderen de Russen daar stellingen van Islamitische Staat, maar in de praktijk zijn het vooral de andere rebellen die het hard te verduren krijgen. Zo beschiet Rusland ook de Turkmeense brigades, die gesteund worden door Turkije en die vijanden zijn van Assad, maar toch ook strijden tegen IS. Tegelijk vechten die Turkmenen tegen de Koerdische Peshmerga. Die Koerden vechten echter ook tegen IS. Ze krijgen daarbij steun van de Verenigde Staten, tot groot ongenoegen van Turkije, dat een bondgenoot is van de VS maar zwaar inzet tegen de Koerdische separatisten in eigen land en de Koerdische Peshmerga in Syrië. Tegelijk bewapent en traint Turkije dezelfde Koerdische Peshmerga in Irak, omdat dit soennieten zijn die in conflict liggen met de sjiitische centrale regering. Die regering, die militaire hulp krijgt van de Amerikanen, is goed bevriend met de sjiieten van Iran, wat op zijn beurt ervaren wordt als de grootste dreiging voor Israël, een andere Amerikaanse bondgenoot.

Kunt u nog volgen? Neen? Daar hoeft u zich niet voor te schamen, want dat is nu net het probleem: niemand kan nog goed volgen. En niemand heeft dit ook nog in de hand.

Volgens een populaire opinie is oorlog het voortzetten van politiek met andere middelen. Dat leerde ons Von Clausewitz, de meest bekende militaire denker sinds Sun Tzu. Maar studenten van militaire conflicten, zoals Martin van Creveld, denken daar tegenwoordig anders over: zij wijzen erop dat oorlogen hun eigen dynamiek creëren, waarbij van de oorspronkelijke politieke doelstellingen vaak nog weinig overblijft. De Dertigjarige Oorlog en de Eerste Wereldoorlog waren daar goede voorbeelden van. Zelfs de Tweede Wereldoorlog, begonnen omwille van de vrijheid van Polen, eindigde met het aanvaarden van de onderwerping van Polen door een bondgenoot van de overwinnaars. Oorlog creëert, terwijl hij wordt uitgevochten, zijn eigen doelstellingen; soms zelfs nog voor hij begint.

De afwezige grootmacht

Eén van de grote problemen in het Syrische conflict is de steeds opvallendere afwezigheid van dé grootmacht bij uitstek. De langdurige en nog steeds niet afgelopen operatie in Afghanistan en het Iraakse debacle hebben de Amerikaanse politici en burgers zeer terughoudend gemaakt voor verdere interventies in het Midden-Oosten. Obama was al vanaf het begin van het Syrische conflict huiverig voor een te grote betrokkenheid. Hij verklaarde zich wel een vijand van Assad, maar stelde niet tegen hem te zullen tussenkomen, tenzij die “de rode lijn” zou overschrijden, namelijk het gebruik van chemische wapens. Toen dat in 2013 toch gebeurde, gaf Amerika, ondanks aandringen van de Fransen en de Engelsen, echter opnieuw verstek. Het is duidelijk dat men in Washington de beker aan zich wil laten voorbijgaan. De Amerikanen beperken zich tot gerichte beschietingen van IS. Zelfs een “coalition of the willing” om vrede in Syrië te forceren, zit er deze keer niet in.

De natuur heeft een hekel aan leegte. En het machtsvacuüm dat de Amerikanen in Syrië openlieten, bleek onweerstaanbaar voor Poetin. Onder het mom van de strijd tegen IS kwamen de Russen hun bondgenoot Assad te hulp. Russische luchtbombardementen helpen het regeringsleger in zijn offensief tegen de rebellen. Dat leidde al een eerste keer tot een crisismoment, toen een Russisch gevechtsvliegtuig, dat bezig was Turksgezinde milities te bombarderen, door de Turken werd neergeschoten. Amerikaanse diplomaten moesten alles uit de kast halen om Erdogan en Poetin tot kalmte aan te manen.

Vandaag loopt de spanning weer hoog op. De Russische tussenkomst doet de balans op het slagveld doorslaan in het voordeel van de troepen van president Assad. Wat zorgt voor grote onrust bij Turkije en Saoedi-Arabië, die de soennitische rebellen, hun geloofsgenoten, steunen. Die twee landen laten ook steeds luider hun ongenoegen blijken over de passiviteit van hun traditionele bondgenoot, de VS. De Amerikaanse afzijdigheid zorgt niet alleen voor een steeds driestere betrokkenheid van de Russen bij de burgeroorlog, maar heeft ook het nadeel dat Obama steeds minder moreel gezag heeft om zijn bondgenoten in bedwang te houden. In zowel Ankara als in Riaad laten de haviken zich steeds nadrukkelijker horen. Er worden nu reeds Saoedische gevechtsvliegtuigen op Turkse luchtmachtbasissen geposteerd. Een Saoedische generaal, waarvan niet eens duidelijk is of hij namens zijn regering spreekt, stelde ook dat grondtroepen zouden moeten worden ingezet.

Het doel van dergelijke operatie zou “het bestrijden van IS” worden. Het is ironisch dat dit eigenlijk precies hetzelfde aangekondigde doel is als dat van de Russische interventie. Hoe zou dit dat dan tot een conflict kunnen leiden? Omdat geen van beiden dit erg meent, uiteraard. Allebei gebruiken ze dit excuus om tussen te komen ten gunste van het eigen kamp in de burgeroorlog.

Het gevaar voor escalatie

Assad liet reeds verstaan dat hij Saoedische of Turkse troepen die zich op Syrisch grondgebied zouden wagen, zal laten aanvallen. Ook de Russen spreken dreigende taal over de ontoelaatbaarheid van “inmenging door buitenlandse troepen”, daarbij voorbijgaand aan hun eigen inmenging en de reeds actieve grondtroepen uit Iran en Libanon die hun bondgenoot Assad steunen. De gevolgen van een gewapend treffen zouden in elke geval moeilijk te overzien zijn.

Zover is het echter nog niet. Vermoedelijk zullen de twee grote soennitische staten geen initiatief nemen zonder Amerikaanse rugdekking. En die zal er heel waarschijnlijk niet komen vóór de presidentsverkiezingen. Mogelijk zelfs daarna niet. Geen van de presidentskandidaten lijkt erg happig op nieuwe avonturen in het Midden-Oosten.

Of de Amerikaanse afzijdigheid in de regio een goede zaak is voor de vrede, is zeer de vraag. Was Irak een voorbeeld van wat er kan gebeuren wanneer de Amerikanen te ondoordacht ingrijpen, dan is Syrië een nog afschrikwekkender voorbeeld van wat er kan gebeuren wanneer de “politieman van de wereld” in staking gaat. We krijgen daar een terugblik naar de multipolaire wereld zoals we die kenden van voor de Tweede Wereldoorlog en waarin bullebakken als Poetin, Erdogan en de oliesjeiks het gewei tegen elkaar stoten over onbelangrijke stukken grond omwille van politieke, religieuze en etnische motieven, voortdurend aangespoord door ideologieën en propagandadynamieken die minstens gedeeltelijk de basis vormen van hun eigen macht op het thuisfront.

Neen, dit conflict gaat niet over olie. Syrië bekleedt slechts de 34e plaats op de rangorde der nationale oliereserves. Helaas niet, moet men zelfs zeggen, want olie zou tenminste een rationeel motief voor oorlog zijn en dus gemakkelijker te begrijpen en te beheersen.

Syrië is steeds meer “een donkere vlakte, waar onwetende legers botsen bij nacht”, om het met de woorden van de dichter Matthew Arnold te zeggen. Dat is uiteraard het ergst voor de Syriërs zelf. Maar de gevolgen laten zich ook bij ons reeds zwaar voelen, meer bepaald in de vorm van een groeiende vluchtelingenstroom. Op zich is dat al problematisch genoeg. Laat ons hopen dat er zich in de verwarde Syrische oorlog nooit een ongeplande botsing zal voordoen die de rest van de wereld met zich mee zal slepen.

Jurgen Ceder