“La fondation roi baudouin” heeft 24 kletsmajoors gevonden die drie weekenden lang als bezorgde ouders hun klein lichtje over het middelbaar onderwijs lieten schijnen; uiteraard een reden voor De Standaard om de gebakken lucht van die malloten uitgebreid te bespreken.

Het “nieuwe leren”

Je gelooft je ogen niet als je die kletspraatjes leest: gedaan met lessen van 50 minuten, uitgaan van de zogenaamde talenten van de leerling, een brede eerste graad en de leraar natuurlijk niet als lesgever maar als coach. Kortom, schaamteloos herkauwen wat in Nederland in 1998 werd ingevoerd met “het nieuwe leren” dat zou plaatshebben in “het studiehuis”. In dat studiehuis geen klassen meer maar ruimtes voor overleg; geen leraars meer aan het bord maar leerlingen die individueel of in groepjes werken op de zeldzame momenten dat ze er zin in hebben. Natuurlijk was dit een PvdA-initiatief met een verborgen agenda: iedereen een (waardeloos) diploma voortgezet onderwijs geven; zeker aan de kinderen van het allochtone kiesvee, die zeer vlug afhaken als een intellectuele inspanning gevraagd wordt en die meestal niet op de steun van thuis kunnen rekenen. Inmiddels is in de praktijk op veel Nederlandse scholen dat studiehuis duchtig teruggedraaid. Leerlingen klagen voortdurend dat ze te weinig klassikaal onderwijs krijgen; dat leraars van groep tot groep zwermen waardoor al de anderen zich met alles en nog wat bezighouden (vooral games) behalve het “nieuwe leren”. Acht jaar geleden al verklaarden alle universiteiten en hogescholen: zo kan het niet verder. Sinds het studiehuis krijgen ze voortdurend studenten over de vloer die niet meer kunnen schrijven of rekenen, die zelfs moeite hebben met gewoon lezen. Toch is dat nieuwe leren nog altijd niet definitief afgevoerd.

Vrijheid blijheid

Nederlandse (maar ook Vlaamse) politici kunnen met hun tengels niet uit de onderwijsbrei blijven. Ze willen voortdurend het onderwijs misbruiken om hun zogenoemde maatschappelijke doelen te bereiken. Vroeger heette dat opvoeding en die kreeg je thuis. De school was er toen voor kennisoverdracht en niet voor toegepaste sociologie. Ondanks het bewezen fiasco van het nieuwe leren wil de Nederlandse politiek niet stoppen. Staatssecretaris Dekker is erg in zijn nopjes met de nieuwe onderwijsvoorstellen van januari 2016 met de ronkende naam Platform Onderwijs2032 (als de huidige kleuters volwassen zijn). Het kernwoord is “vrijheid”. Het onderwijs moet “eigenzinnig” zijn, wat dat ook mag betekenen. Gedaan met het zogenaamde “toetsencircus”, want de lieverdjes zouden eens moeten studeren. Leerlingen in het voortgezet onderwijs moeten zich door hun belangstelling laten leiden. Scholen moeten een eigen lesprofiel aanbieden in samenwerking met grote plaatselijke bedrijven. (Stel je voor dat Genk of Vilvoorde technisch onderwijs hadden aangeboden op de maat van Ford of Renault.) Gedaan met schotten tussen de vakken. “Meer van minder” heet het. Maar de hoofdvogel schiet het platform af met het voorstel om in godsnaam geen tweede of derde vreemde taal aan te leren. Engels volstaat; leerlingen die later zakendoen in Duits- of Franstalige landen moeten die talen maar “empirisch” leren. M.a.w. leren Duits hakkelen, gezien talenstudie op latere leeftijd veel moeilijker is. Een andere taal dan Engels heeft alleen maar zin ter wille van “interculturele competentie (het kind Anciaux is geen lid van dat platform)”.

Weg met de eigen taal

Vlaamse leraars, past op uw zaak, want jullie weten dat het hier begint te druppen wanneer het in Den Haag regent. Misschien niet verrassend, maar enigszins pijnlijk zijn de reacties op verscheidene krantenfora. Slechts een minderheid denkt dat een exportland als Nederland misschien wat baat heeft bij de kennis van de autochtone taal als men zaken doet met Duitsers en Fransen. De grote meerderheid kan zich wel in het voorstel vinden. Die lompe Fransen en Duitsers moeten maar Engels leren. Trouwens, al die Duitsers en Fransen spreken al goed Engels zeggen de Nederlanders die in het buitenland hoop en al eens een koffie hebben besteld en die er geen idee van hebben hoe weinig buitenlanders echt in staat zijn een ingewikkelde conversatie in Nederlands steenkolenengels te voeren. De meeste reacties komen van mensen die vinden dat Spaans en Chinees (welk Chinees?) veel belangrijker zijn; waarschijnlijk omdat ze meer naar de Costa Brava dan naar Beieren gaan. En bedroevend zijn de vele reacties dat ieder land zijn taal maar moet inruilen voor (slecht) Engels.

Willem de Prater