De naam van Walt Disney is een halve eeuw na zijn dood nog altijd even bekend en het imperium dat die naam draagt, is alleen maar groter en belangrijker geworden.

Voor volwassenen, met voorbehoud

Disney’s Hollywoodstudio’s hebben met moeite de oorlog overleefd. Ooit nam hij zich voor alle zes maanden een nieuwe tekenlangspeelfilm te lanceren, maar gedurende de oorlog moet hij propagandafilms produceren, en in het door de Duitsers bezette Europa worden zijn films niet gedraaid en zijn er geen inkomsten. Disney’s tekenaars werken na de oorlog maar met mondjesmaat aan nieuwe grote projecten, want de banken zijn niet scheutig met vers kapitaal om de opvolgers van Sneeuwwitje, Bambi en Pinoccio te financieren. Zijn studio’s maken vooral korte cartoons met de bekende vooroorlogse tekenfilmfiguren. Mickey Mouse delft definitief het onderspit ten voordele van Donald Duck. Die cartoons worden ten slotte gebundeld en in de VS als lange films aangeboden. Disney stort zich ook op de markt van de goedkoper te produceren natuurdocumentaires. Einde de jaren veertig zijn de gevolgen van de oorlog eindelijk voorbij en Disney vernieuwt zijn strategie. Voortaan maakt het bedrijf ook gewone en succesvolle speelfilms. De eerste is een voltreffer: Schatteneiland (alle films krijgen in Vlaanderen nog een Nederlandstalige titel). Een bijzondere herinnering heb ik aan “20.000 mijlen onder zee” met Kirk Douglas. In Mechelen draait men die film in een bioscoop die gelieerd is aan de socialisten, zodat men daar ook de “wufte” Franse producties met actrices als Martine Carol, Michèle Morgan of Danielle Darrieux kan zien. Bij iedere katholieke bakker of slager hangt iedere week een lijstje van de Katholieke Filmkeuring. De brave Disneyfilm krijgt het predicaat “voor volwassenen, met voorbehoud”. Ieder jaar produceren de Disneystudio’s verscheidene speelfilms. Disney maakt in 1964 nog mee dat Mary Poppins een monsterhit wordt.

Disneyland

Maar de tekenlangspeelfilm is natuurlijk de kurk waarop de naam van Disney drijft. In 1950 verschijnt Assepoester; de eerste commerciële triomf na Sneeuwwitje. En toch is Disney doodongelukkig. Voor de laatste keer moeit hij zich met de tienduizenden tekeningen, en hij weet beter dan wie ook dat het er heel wat minder zijn dan bij Sneeuwwitje; dat er concessies gedaan zijn om de kosten binnen de perken te houden; dat het raffinement van Sneeuwwitje nooit meer gehaald wordt, laat staan overtroffen. Tot het einde van zijn leven bespreekt hij in detail ieder scenario, maar met het grafische aspect moeit hij zich haast niet meer. Toch zijn alle volgende films (soms op lange termijn dankzij video en dvd-fenomenen die Disney nooit meemaakt) winstgevend: Alice in Wonderland (aanvankelijk een flop), Peter Pan, Lady en de Vagebond, De schone slaapster en 101 Dalmatiërs. De laatste tekenfilm waar Disney zich nog over buigt, is Jungleboek. Inmiddels is Disney meer een zakentycoon – zij het eentje met ideeën – dan een filmproducent. Hij heeft nog altijd zijn vinger aan de pols van de maatschappij. Eind de jaren veertig bezoekt hij een sprookjespark voor kinderen en hij maakt zijn eerste schetsen voor een groot themapark met figuren uit zijn eigen droomrijk. Jarenlang wordt er door honderden mensen gewerkt aan wat Disneyland wordt. Disney kiest de locatie op een plaats waar de grond goedkoop doch goed bereikbaar is. Maar hij kent de prognoses dat de stadsvlucht eerlang begint. Hij verwerkt zijn persoonlijke hobby in het park. Hij heeft voor eigen plezier in zijn tuin een miniatuurtreintraject gebouwd en in zijn park legt hij op grote schaal een spoorweg aan. In 1955 is alles klaar, of toch bijna. Duizenden mensen werken in die laatste weken nog dag en nacht, want er is een rechtstreekse televisie-uitzending gepland. Disney is 24 uur per dag in persoon aanwezig en hij controleert alles op kwaliteit; met pijn in het hart stelt hij van sommige delen de volledige afwerking uit omdat er anders te weinig toiletten klaar zijn, en de wc’s krijgen absolute voorrang. De eregasten (o.a. de latere president Reagan) zijn onder de indruk en de televisie-uitzending met reporters op alle plaatsten (en geregeld technische problemen) is een kijkcijfermirakel. Disneyland wordt een begrip. De Amerikanen stromen toe en de enorme kosten voor het park verdienen zich vrij vlug terug.

Disney presents

Disney heeft inmiddels een derde poot gecreëerd. Hij merkt in 1950 op dat televisie een grote concurrent voor zijn filmimperium wordt, en hij is niet te beroerd om voor het nieuwe medium te werken. In 1955 is er al een dagelijkse show op televisie. Het grote succes komt met “Disney presents”. Letterlijk, want de grote baas presenteert het programma zelf. Hij “pakt” op televisie dankzij zijn rijzige gestalte, zijn glimlach, zijn mooie sonore stem. Natuurlijk vangt een hoge boom als Disney veel wind, maar ook zijn vijanden geven toe dat hij nooit op kinderen neerkijkt, dat hij hun vragen en interesses ernstig neemt en dat zij dat instinctief aanvoelen. “Disney presents” wordt overal op de wereld verkocht waar de televisie verschijnt. De Disneystudio’s produceren voortaan ook documentaires voor televisie, o.a. een reeks over de ruimte die door Disney zelf gepresenteerd wordt, samen met Wernher von Braun, de “bekende weldoener van Antwerpen in 1944” zoals Jan Albert Goris (Marnix Gysen) hem in zijn wekelijkse kroniek uit Amerika op de radio noemt. Door de combinatie van film, televisiewerk, themapark en een uitgekiende marketing – die Disneyfiguren promoot in stripbladen en als gadgets -, slagen de bedrijven erin echt winstgevend te worden. Eerst in 1960 trekken Walt en Roy Disney bij een nieuw idee of een innovatie niet langer naar de banken om leningen te vragen.

Walt Disney heeft verborgen kantjes. Hij is een informant van de FBI. In 1947 geloven de Amerikanen, na een eerste “Red Scare” in 1920, dat de communisten opnieuw complotten smeden om in de VS de macht over te nemen. Met een beschuldigende vinger wordt naar de media en naar Hollywood gewezen. Een beruchte subcommissie van de Volksvertegenwoordiging onderzoekt de geruchten dat de “commies” de filmindustrie hebben ondermijnd. Disney verschijnt graag voor dat comité, want hij is nog altijd verbitterd over de staking die zijn studio’s zes jaar eerder trof. Hij noemt namen al heeft hij geen echte bewijzen. Acht jaar later wordt hij “Special Agent in Charge” voor de FBI, zeg maar een spion, die eventuele linkse infiltranten in zijn bedrijven in het oog houdt. En dan is er nog Disney de kettingroker. Nooit rookt hij als hij kinderen ontmoet, maar zodra hij tussen volwassenen is, steekt hij er eentje op. Hij krijgt een zware rokershoest. Medewerkers verwittigen hun collega’s wanneer de grote baas op komst is, want zijn gekuch is al van ver te horen. De sigaretten worden zijn dood. Wanneer hij met een oude poloblessure naar het hospitaal trekt, wordt hij volledig doorgelicht. Het resultaat is verpletterend: een linkerlong is al verloren en zijn lichaam is helemaal aangetast. Binnen een paar maanden is het voorbij. Hij is 65 wanneer hij sterft, in 1966. Zijn broer Roy neemt tijdelijk de macht over.

Op dit ogenblik heerst het Disneyimperium nog altijd over de wereld. De bedrijven boeken een jaaromzet van 50 miljard dollar en er werken 175.000 mensen.

Jan Neckers