2016-13_13_De triomf van de laksheidWeet u het nog? In 1996 zou het allemaal veranderen. Na de vreselijke ervaring met Dutroux zou men de dysfuncties en de inefficiëntie bij Justitie en de politiediensten aanpakken. De machtsstrijd tussen rijkswacht en politie, de aanpak van pedofilie, de zeer dadervriendelijke wet-Lejeune, de opeenvolgende golven van collectieve koninklijke gratie… er zou zoveel veranderen.

Negentien jaar lang was ik lid van de commissie Justitie van de Kamer (1995-2010) en de Senaat (2010-2014) en had ik het voorrecht een en ander van heel dichtbij mee te maken. In al die tijd is er inderdaad veel veranderd. Maar sommige zaken werden nog veel slechter. We hebben hiervoor haast onophoudelijk gewaarschuwd. Het voelt dan ook erg wrang aan dat er een nieuwe, nog veel grotere tragedie moest gebeuren vooraleer sommige ogen open gingen. Maar we staan nu wel internationaal te kijk als een eiland van laksheid.

Politie: non-beleid in Brussel

Er zijn natuurlijk ook een aantal evoluties ten goede. De oprichting van de eenheidspolitie en de indeling in bovengemeentelijke politiezones was een grote stap vooruit. Grote uitzondering daarop is Brussel, waar men om puur communautaire redenen (vrees voor meer Vlaamse controle) geweigerd heeft om over te gaan tot de nochtans evidente oprichting van één hoofdstedelijke zone. Met de creatie van zes Brusselse zones behielden de Brusselse burgemeesters in ruime mate hun macht over de politie en konden de negentien baronnen het veiligheidsbeleid sterk naar hun politieke hand blijven zetten. Dit betekent dat zij in de zones met grote concentraties allochtonen een wegkijkbeleid konden voeren om de migrantengemeenschappen toch maar niet tegen zich in het harnas te jagen.

De PS-burgemeester van Molenbeek, Philippe Moureaux, was hiervan het strafste, maar zeker niet het enige voorbeeld. Ook in Zone Zuid (Anderlecht – Vorst – Sint-Gillis) en in zone Brussel-Hoofdstad-Elsene kregen de patrouilles uitdrukkelijk de opdracht om confrontaties en zogenaamde provocaties te mijden. Hierdoor voelden de ‘kleine criminelen’ en de lokale stadsbendes zich oppermachtig en werden zij steeds driester.

De Vlaamse minister-president reageerde zeer verbaasd op de rellen bij de arrestatie van Abdeslam, maar dit soort toestanden is in bepaalde Brusselse wijken al jaren schering en inslag, zelfs bij het optreden van brandweerlui of spoeddiensten. Tegelijk ontstond er in de kanaalzone een illegale economie van autohandelaars, namaakproducenten, maffieuze horeca-uitbaters, drugproducenten en tutti quanti, die door de economische, financiële en voedingsinspectie welbewust ongecontroleerd werd gelaten.

Dit non-beleid heeft de gettovorming in Brussel mee in de hand gewerkt en er mee voor gezorgd dat notoire gangsters gemakkelijk konden onderduiken in bijvoorbeeld Molenbeek: de grote en kleine gangsters en hun uitgebreide familie beschermden mekaar en beschouwden ‘notre quartier’ stilaan als onaantastbaar. Dit giftige klimaat ligt mee aan de basis van het drama van 22 maart.

Federale recherche kapot bespaard

Daarnaast werd de voorbije jaren een onverantwoord zwaar besparingsbeleid gevoerd bij de politiediensten. Jarenlang werden er bewust en systematisch te weinig politierekruten aangeworven en werd het politiekader steeds verder afgeslankt. Grootste slachtoffers hiervan waren de gespecialiseerde federale recherchediensten, die veel te weinig capaciteit hadden om hun taak naar behoren te vervullen. Op 27 maart 2014 hielden de vijf procureurs-generaal nog een gezamenlijke persconferentie om aan te klagen dat het aantal seponeringen van complexe misdrijven tussen 2008 en 2013 was verdubbeld bij gebrek aan voldoende politiemensen. Bovendien waarschuwden ze voor een massale pensioneringsgolf tijdens de komende jaren.

Die merkwaardige en hoogst uitzonderlijke persconferentie vond plaats in de rechte lijn naar de verkiezingen en was rechtstreeks aan de politici gericht: “Beste politici, geef ons meer middelen om de complexe dossiers aan te pakken. Anders zal het aantal dossiers dat we met pijn in het hart geseponeerd zien worden, alleen vergroten.” Toch duurde het tot na Parijs vooraleer er een substantiële budgetverhoging zou komen voor de politie en geopteerd werd voor een grote aanwervingsoperatie.

Men heeft deze gespecialiseerde politiediensten jarenlang wetens en willens onderbemand gelaten. Dat was in het bijzonder het geval met de Centrale Afdeling Terrorisme van de federale gerechtelijke politie, die over veel te weinig mensen en middelen beschikte om haar belangrijke taak te vervullen. Dit blijkt onder meer uit een geheim rapport dat de gedegen justitie-journalist Lars Bové zaterdag onthulde in De Tijd. Door de schrijnende onderbezetting van deze gerechtelijke politiedienst konden de broers El Bakraoui door de mazen van het net glippen. Na de misgelopen communicatie met Turkije eind juni heeft het tot in december geduurd (meer dan vijf maanden!) vooraleer deze dienst over Ibrahim El Bakraoui een verslag had gemaakt ten behoeve van de politiediensten die met de terreuraanslagen van Parijs bezig waren.

Ook bij de politionele verbindingsdiensten in het buitenland werd recentelijk nog zwaar bezuinigd. Het aantal verbindingsofficieren werd sterk gereduceerd, zodat de overblijvers veel meer werk kregen (verantwoordelijk werden voor meer landen tegelijk) en niet langer vervangen werden tijdens hun vakantie. Precies dat zou verklaren waarom het dossier van El Bakraoui vorige zomer, tussen 26 juni en 20 juli, was blijven liggen.

Justitie: naar onsamendrukbare straffen?

In volle Dutroux-crisis lanceerde de Waalse vzw ‘Marc et Corinne’ een succesvolle massapetitie voor onsamendrukbare straffen en een betere slachtofferbejegening. Deze vzw was genoemd naar het jonge koppel Marc Kistemann (21) en Corinne Malmendier (17), die in juli 1992 door twee perverten waren vermoord. De oudste dader, Thierry Muselle (33) was voorwaardelijk vrij nadat hij tot een straf van tien jaar was veroordeeld wegens verkrachting van en moord op een 16-jarig meisje. De jongste, Thierry Bourgard (24), had eveneens tien jaar gekregen voor geweld en martelpraktijken; hij was met penitentiair verlof. Door het lakse vrijlatingsbeleid en het gebrek aan opvolging hadden zij opnieuw op gruwelijke wijze kunnen toeslaan. Nog in 1992 werd een petitie met 260.000 handtekeningen ingediend in het parlement, waarin een strenger vrijlatingsbeleid werd bepleit.

Naar aanleiding van de affaire-Dutroux schoot de vzw onder impuls van Jean-Pierre Malmendier, vader van Corinne, opnieuw in actie. Ditmaal werden maar liefst 2,3 miljoen handtekeningen verzameld met een ondubbelzinnig pleidooi voor niet-samendrukbare straffen. Dit was een ongezien historisch record. We hebben toen voorgesteld om vader Malmendier te horen in de Kamer, een voorstel dat meteen werd aanvaard door de Franstalige partijen en dus door de hele Kamercommissie. Helaas was de doodbrave man niet erg spraakzaam en werd hij compleet overdonderd door een spervuur van parlementaire vragen.

Bij de verkiezingen van 1999 werd vader Malmendier via coöptatie opgevist door de Franstalige liberalen in de Senaat, en in 2003 werd hij voor de MR verkozen in de Kamer. Malmendier was een zeer beminnelijke collega, die enkele voorstellen kon doordrukken voor een humane aanpak van de slachtoffers. Maar op geen enkel moment wist hij een kentering af te dwingen inzake het vrijlatingsbeleid. De onsamendrukbare straffen die Malmendier in zijn petitie had bepleit, waarbij de strafrechter dus een groot deel van de straf kon opleggen zonder mogelijkheid tot inkorting, kwamen er niet. Integendeel. De collega deed ook geen enkele moeite meer. Het vrijlatingsbeleid werd sinds Dutroux in globo nog lakser dan voordien.

Nochtans was één van de conclusies van de fameuze commissie-Dutroux precies het falen van de wet-Lejeune. Die wet liet (en laat) toe dat veroordeelden al na amper één derde van hun straf (twee derde bij recidive) kunnen vrijgelaten worden. Dergelijke beslissingen werden destijds door de minister van Justitie zelf genomen. Het was Melchior Wathelet Senior die de vrijlating van Dutroux destijds persoonlijk had ondertekend, ondanks een negatief advies van het parket. Dutroux had bovendien herhaaldelijk genoten van collectieve koninklijke gratie, wat zijn vrijlating nog had versneld.

2016-13_13_De triomf van de laksheid 2 (Medium)Van de regen in de drop

De dramatische gevolgen van dat lakse beleid hebben geleid tot een afschaffing van de collectieve gratie en tot een betere opvolging van ex-gedetineerden via de invoering van justitiehuizen en justitie-assistenten. Maar aan de lakse éénderderegeling veranderde niets. Wel wilden de meerderheidspartijen de invrijheidsstellingen absoluut weghalen uit de handen van de minister van Justitie, omdat men niet langer in het parlement ter verantwoording wou geroepen worden voor een laks vrijlatingsbeleid. Om die reden werden begin ’98 vrijlatingscommissies in het leven geroepen, die bevoegd werden om alle dossiers van gestraften boven de drie jaar te behandelen. Het ging om zo’n dertien procent van alle vrijlatingen. Voor alle andere vrijlatingen werd het bestaande (en illegale) systeem bestendigd: alle veroordeelden tot drie jaar werden via een fictief systeem van koninklijke gratie automatisch in vrijheid gesteld van zodra één derde van de straf (of twee derde bij recidive) was verlopen, zonder enige voorwaarde.

Winstpunt voor de politiek was bijgevolg dat men nu bij de vrijlating van zwaarder gestraften de Pontius Pilatus kon uithangen en verwijzen naar de anonieme vrijlatingscommissies: wanneer het misliep, waren het de commissies die in de fout waren gegaan.

Toen ‘Witte Ridder’ Verwilghen in ’99 minister van Justitie werd, kwam er geen verstrenging van het systeem, ondanks de dure verkiezingsbeloften in zijn fameuze Veiligheidsplan. Het tegendeel gebeurde: omwille van het tekort aan cellen werden celstraffen onder de zes maand gewoon niet meer uitgevoerd en werden ook de recidivisten onder de drie jaar automatisch vrijgelaten na één derde in plaats van twee derde.

Onder Onkelinx (minister van Justitie van 2003 tot 2007) werd het nog veel erger. De vrijlatingscommissies werden in 2006 omgevormd tot heuse strafuitvoeringsrechtbanken, maar die kregen veel minder vrijheid om gestraften in de cel te houden. Penitentiair verlof en vrijlating na één derde waren door toedoen van de PS-politica niet langer een gunst voor de veroordeelde, maar werden voortaan een vast recht, tenzij er zwaarwichtige tegenindicaties waren. De persoonlijkheid van de veroordeelde speelt daarbij geen rol meer én de directie of het personeel van de gevangenis kon niet langer verhinderen dat de vrijlatingsprocedure op gang werd gebracht.

Zelfs Dutroux

Ten gevolge van deze verregaande dwaasheid moeten we vandaag meemaken dat zelfs iemand als Dutroux nu jaarlijks voor de strafuitvoeringsrechtbank kan verschijnen om zijn vrijlating te bepleiten. Dat zulke vrijlatingscarrousel zwaar traumatiserend is voor de nabestaanden (die telkens uitgenodigd worden zich te verzetten) hoeft geen betoog.

Nog onder Onkelinx werden ten gevolge van het steeds nijpender plaatsgebrek in de gevangenissen almaar minder  ‘korte’ straffen uitgevoerd. Wie gestraft werd tot één jaar effectief kwam er steeds vaker vanaf met een kortstondig enkelbandregime thuis.

Na de stuitende vrijlating van Michel Martin, de ex van Dutroux, in juli 2012, was de roep voor een verstrenging van de wet-Lejeune zodanig groot dat een wetswijziging niet kon uitblijven. Turtelboom paste de wet enkel aan voor de galerij: alleen voor toekomstige veroordeelden van dertig jaar of levenslang werd de minimale uitvoeringsduur gebracht op vijftien jaar (in plaats van tien) en op negentien jaar bij recidive (in plaats van zestien). Dit betekent dat we nog altijd niet in staat zijn de meest monsterachtige criminelen daadwerkelijk levenslang achter de tralies te steken. Zelfs de terroristen die verantwoordelijk zijn voor de aanslagen van 22 maart zullen – als ze gevat worden – vanaf 2031 jaarlijks een ritje mogen maken op de vrijlatingscarrousel van Onkelinx, tot er een naïeve rechter gevonden wordt die medelijden heeft met deze sukkels.

In alle andere beschaafde landen van West-Europa bestaan er systemen van onsamendrukbare straffen en heel wat landen (zoals Nederland) kunnen  hun bevolking verzekeren dat wie levenslang krijgt ook daadwerkelijk levenslang achter de tralies gaat. Alleen in België blijft de laksheid troef. Nergens anders in Europa bestaat er een vrijlatingssysteem dat zo dadervriendelijk is als in België. We hebben er vorige week de vreselijke gevolgen van mogen ondervinden.

Bart Laeremans