Het is een publiek geheim dat in het Europees Parlement erg veel tolken ingezet worden en dat die bijzonder goed betaald worden. Uit een publicatie van het Europees Parlement, Efficiëntere en kosteneffectievere vertolking in het Europees Parlement, gepubliceerd op 9 maart in het Publicatieblad van de Europese Unie, blijkt dat de ‘vertolkingen’ beter en goedkoper kunnen gebeuren.

De Europese Unie is gebaseerd op 24 officiële talen. Dat levert niet minder dan “552 te dekken talencombinaties” op. Het parlement merkt wel op dat “van alle talen die in de plenaire vergadering in Straatsburg en Brussel van september 2009 tot februari 2013 zijn gesproken, Engels gedurende 26.979 minuten (29,1 procent) werd gesproken, Duits gedurende 12.556 minuten (13,6 procent), Frans gedurende 8.841 minuten (9,5 procent), Maltees gedurende 195 minuten (0,2 procent) en Ests gedurende 109 minuten (0,1 procent)”. De kosten voor de tolkdiensten van het Europees Parlement in die periode van drie jaar (die eind 2012 afliep) bedroegen 157.954.283 euro. Het ging grosso modo om 50 miljoen euro per jaar.

5 miljoen per jaar weggegooid

Er is bovendien een pijnpunt. “Het Europees Parlement stelt met bezorgdheid vast dat volgens de verslagen over de gedragscode meertaligheid, aanvragen om tolkdiensten vanuit commissies, delegaties en fracties nog altijd zeer vaak en steeds vaker laattijdig geannuleerd worden.” In 2012 ging het om een bedrag van liefst 5.480.000 euro (11,9 procent van het budget voor tolken). Het parlement vraagt dan ook met aandrang om annuleringen van ‘vertolkingen’ tijdig door te geven.

Bedoeling is ook het budget voor de tolken geleidelijk te verminderen. Of dat zal lukken, blijft een open vraag.

Thierry Debels