U herinnert zich ongetwijfeld de heisa over de Nederlandstalige school in Komen in de jaren tachtig. Vooral de beelden van de moedige Vlaamse ouders en hun kinderen die dagelijks hysterisch roepende francofone inwoners moeten trotseren om het Vlaamse klasje van meester Dondeyne in Komen te bereiken, zijn velen bijgebleven. Maar wist u dat koning Boudewijn zijn macht misbruikt heeft om dit dossier naar zijn hand te zetten?

Uit recent vrijgegeven verslagen van de ministerraad uit de jaren tachtig blijkt overduidelijk dat koning Boudewijn zijn boekje ver te buiten is gegaan in dit explosieve dossier.

De feiten

In november 1961 begint de strijd in het parlement met het wetsontwerp Gilson, dat Komen-Moeskroen bij West-Vlaanderen indeelt. Op 14 november van dat jaar dient Arthur Gilson zijn ontwerp betreffende de taalregeling in bij de bevoegde Kamercommissie. In oktober 1962 verhuist Komen dan naar Henegouws grondgebied. Vandaag is Komen (in het Frans Comines) een stadje in de Belgische provincie Henegouwen, en een deelgemeente van de faciliteitengemeente Komen-Waasten sinds 1977.

Een Vlaamse school

Op 31 juli 1979 durven vierentwintig Nederlandstalige ouders uit Komen (uit de Vlaamse minderheid dus) het aan om hun rechten op te eisen en een Vlaamse school te vragen aan het gemeentebestuur. De burgemeester en de Franstalige minister van Onderwijs verzetten zich daartegen, omdat de aanvraag volgens hen ‘niet reglementair’ was. Een drogreden, uiteraard. Het dossier belandt op het bord van de regering-Martens. In de zomer van 1979 is premier Martens voor het eerst aan de macht. Hij heeft zijn regering-Martens I in april van dat jaar gevormd. Jacques Hoyaux (PS) is minister van Onderwijs. Hij verklaart zonder enige schroom op 24 augustus 1979 dat de school er op 1 september níét zal komen.

Betoging

Het dossier wordt explosief en bedreigt de stabiliteit van de federale regering. Op 29 september 1980 trekken ongeveer 3.000 Vlaamse betogers vanuit het centrum van Wervik richting Komen.

Vervolgens komt er onder premier Martens een typisch “Belgische” en vooral erg tijdelijke oplossing uit de bus. Er wordt immers een Vlaamse klas opgericht als onderdeel van het (Franstalige) Komense atheneum (een rijksschool dus). Als bijkomende restrictie wordt beslist dat de klas moet sluiten als er op 30 september 1981 geen zestien leerlingen zouden zijn. Iedereen beseft dat dit geen stabiele oplossing is. Vooral Franstalige ministers blijven olie op het vuur gieten.

Ministerraad

Op dinsdag 13 oktober 1981 is er een ministerraad onder leiding van premier Marc Eyskens. In de regering van Eyskens zitten de CVP/PSC en de SP/PS. De regering zal na nauwelijks acht maanden vallen, na een conflict over de financiering van de Waalse staalindustrie. De regering wordt gevolgd door de regering-Martens V.

Verslag

De vergadering van 13 oktober begint om 18.45 uur. In het document van die avond lezen we: ‘Vooraf brengt hij (Eyskens) verslag uit over de gebeurtenissen van de laatste dagen in verband met de Nederlandstalige lagere school te Komen. Het lag in zijn bedoeling om reeds verleden vrijdag een reeks lopende zaken af te handelen en een oplossing te bereiken voor de school van Komen.’

Dat is niet gelukt. De vergadering van het kernkabinet voor algemeen beleid van die vrijdag werd immers ‘ongunstig beïnvloed’ door de mededeling die Philippe Busquin (PS), minister van Binnenlandse Zaken en minister van Nationale Opvoeding, de dag voordien had gedaan aan de pers en luidens dewelke het hem onmogelijk bleek een afwijking op de schoolbevolkingsnormen voor Komen toe te staan. Het gaat over die zestien leerlingen die verplicht aanwezig moeten zijn in het Vlaamse klasje.

Brief van de koning

Eyskens vertelt de aanwezige ministers die avond dat koning Boudewijn hem die namiddag ontboden heeft ‘met het verzoek nog vandaag de Ministerraad samen te roepen om lezing te geven van de brief die de Vorst hem heeft laten geworden’.

In het verslag van de ministerraad kunnen we de brief van Boudewijn voor het eerst en integraal lezen.

“Toen ik, hoewel tot mijn spijt gezien de ernst van de omstandigheden, het ontslag van de Regering heb aanvaard, heb ik haar met het beheer van de lopende zaken belast.

Maar de meningsverschillen die zich vorige vrijdag in de schoot van de Raad voorgedaan hebben, veroorzaken een toestand die mij zonder voorgaande lijkt.

Deze geschillen betreffende een bepaald probleem schijnen de Regering geen uitweg te laten wat betreft de regeling van de lopende zaken, en de oplossing van talrijke aangelegenheden te beletten.

U weet nochtans, zoals uw collega’s, dat zelfs voor de verkiezingen dringende beslissingen dienen getroffen op verschillende gebieden. Het uitstellen daarvan voor onbepaalde duur zou een ernstige weerslag hebben op de begrotingen, op de werking van de Staat, op het lot van talrijke landgenoten.

Is het denkbaar dat een betwisting nopens één enkele moeilijkheid het Staatsapparaat zou dreigen lam te leggen?

Ik vel geen oordeel over het probleem dat deze toestand heeft veroorzaakt. Mijn reactie zou juist dezelfde zijn voor gelijk welke moeilijkheid die een dergelijke analyse tot gevolg zou hebben.

Het is de taak van de Regering en van de politieke formaties waarvan zij de belichaming is ervoor te zorgen dat de uitoefening van de macht niet wordt geblokkeerd.

Het is een essentiële plicht van de Ministers de continuïteit van het beheer van de openbare aangelegenheden te verzekeren, vooral in de gevaarlijke periode die de wereld thans beleeft.

Twee dagen geleden heb ik de begrafenis van President Sadate bijgewoond. Eens te meer heb ik aangevoeld hoe onontbeerlijk het is, dat de regeerders in alle landen de nodige zelfbeheersing zouden opbrengen en handelen in het volle besef van de gevaarlijke context waarin wij vandaag leven.

Ik vrees dat in het klimaat dat vandaag in ons land heerst een toestand zou kunnen ontstaan waarin zij die verantwoordelijk zijn voor het staatsbeleid hun vat op de gebeurtenissen zouden verliezen.

Ik heb steeds het volste vertrouwen in mijn Ministers gesteld. Ik was altijd bewust van de soms zeer zware moeilijkheden die zij in de uitoefening van hun taak ondervinden. Dit bewustzijn geeft nu, meen ik, het recht, en legt me tevens de plicht op hen mijn diepe overtuiging mede te delen.

Een vacuum van het beleid toelaten, gevaar dat ons thans bedreigt, zou er op neerkomen tegenover ons land, onze gemeenschappen en onze gewesten een bijzonder zware verantwoordelijkheid te nemen.

Mijn waarde Eerste Minister, ik vraag U de toestand met uw collega’s te herzien en zonder verwijl het onontbeerlijke te doen opdat de werking van onze instellingen zou verzekerd blijven.”

Tijdens de audiëntie heeft Boudewijn premier Eyskens eveneens verzocht de betrokken ministers dringend te verzoeken nog een nieuwe poging te ondernemen om een bevredigende oplossing te vinden. ‘Hij (Boudewijn) durft dan ook aandringen opdat zulks onverwijld zou geschieden derwijze dat hij morgen in de loop van de dag in kennis zou kunnen gesteld worden van het bereikte resultaat.’

Druk

Vooral dat laatste wijst op gigantische druk van de koning op premier Eyskens. Een koning mag adviseren, aanmoedigen en waarschuwen, maar hier lijkt de koning wel uit zijn rol te vallen. Hij wil de volgende dag al een oplossing. De druk van de koning zal contraproductief werken.

Reactie van de ministers

De reactie van de aanwezige ministers op de brief van Boudewijn is namelijk niet erg positief. Vooral de Franstalige ministers zijn ronduit verbolgen. Philippe Moureaux (PS) is bevoegd voor Justitie. Hij vraagt zich af of de koning ‘wel goed geïnformeerd is’.

Guy Mathot is vicepremier en minister van Begroting. Hij is vooral boos dat er op de radio bericht werd over een ‘koninklijke’ brief zonder dat de Franstalige socialisten daarvan op de hoogte waren. In elk geval wordt er op die ministerraad geen oplossing gevonden en zal koning Boudewijn voorlopig op zijn honger moeten blijven. We kunnen zonder twijfel stellen dat de brief van Boudewijn eerder een negatief effect gehad heeft op de houding van de Franstalige socialisten. Zeker is dat Boudewijn veel te ver is gegaan.

Epiloog

De Vlaamse school in Komen zal er later wel komen, als gevolg van een protocol afgesloten tussen de ministers van Onderwijs Willy Calewaert en Philippe Busquin. Maar of koning Boudewijn er veel mee te maken heeft, is twijfelachtig. Zeker is dat we opnieuw een illustratie hebben van de grote bemoeizucht van de vorst.

Thierry Debels