Overdrijvend

Mevrouw de eigentijdse,

Gij zijt geïnspireerd door de Unesco, die op de Internationale Vrouwendag de zogenaamde stereotiepe rolpatronen die men in schoolboeken zou vinden onder de aandacht bracht. Gij waart daar meteen door gecharmeerd, want, zegt gij althans, “het is een onderwerp dat wij als Vlaamse Scholierenkoepel van veel leerlingen opvangen.” Hoewel gij als voorzitter van die koepel beweert namens veel leerlingen te spreken, zijn er op de middelbare scholen maar weinig leerlingen die uw organisatie kennen, laat staan dat ze menen zich door u vertegenwoordigd te weten. Maar dit geheel terzijde.

In de schoolboeken ziet gij – en uw kompanen – veel stereotypen: mannen en vrouwen met klassieke jobs, traditionele families met mama, papa en twee kindjes, mama in de keuken en papa die zwaar werk doet, allemaal blanke kindjes op school… Gij vindt dat spijtig, want dat is volgens u niet de échte wereld. Meer nog: ‘het traditionele gezin’ bestaat volgens u zelfs al lang niet meer… Gij wilt dat het roer wordt omgegooid en gij pleit er dan ook voor dat andere geaardheden en andere culturen en andere samenlevingspatronen een prominente plaats krijgen in de schoolboeken.

Ik wil duidelijk zijn en meteen zeggen dat de samenleving er vandaag inderdaad heel anders uitziet dan pakweg vijftig jaar geleden. In de jaren zestig waren er nauwelijks ‘gastarbeiders’ – toen werden vreemdelingen nog zo gecatalogeerd – te bespeuren, was het homohuwelijk nog verboden, liepen pastoors nog in soutane, waren jeugdbewegingen nog strak geüniformeerd, waren scholen alleen voor jongens of alleen voor meisjes, waren bepaalde beroepen nog niet opengesteld voor vrouwen, wist men nog niet wat transgenders waren, was er nog een andere heersende moraal, was de samenleving verzuild en waren van daaruit bepaalde gedragspatronen voorgeschreven die iedereen normaal vond, enzovoort. Ik weet nog dat wij met een aantal vrienden bewust naar de eerste vrouwelijke agent in onze stad gingen kijken, hét curiosum bij uitstek toen. Ondertussen hebben wij allemaal geleerd dat er variaties op het traditionele huwelijk zijn en dat de traditionele moraal gewijzigd is en dat wij tolerant moeten zijn tegenover andere inzichten en bepaalde keuzes van mensen, ook als we die niet leuk of vreemd of raar vinden, of als onaangenaam ervaren. Dat al die variaties invloed hebben op hoe wij met elkaar omgaan, ligt voor de hand en vraagt van iedereen enig aanpassings- en inlevingsvermogen.

Wat ik wil zeggen, is dat uw boodschap mooi klinkt, maar ook een gevaar inhoudt: het gevaar van de omgekeerde eenzijdigheid die te veralgemenend en derhalve per definitie ongenuanceerd en zelfs stigmatiserend is. Bijvoorbeeld, gij stelt dat het traditionele gezin allang niet meer bestaat; daarin vergist gij u schromelijk en gaat gij iets te kort door de bocht. Kijk om u heen en gij zult zien dat het overgrote deel van de gezinnen nog altijd traditionele gezinnen zijn en dat huisje-tuintje-job en een minstens burgerlijk klassiek huwelijk nog altijd aan de top staan en nog altijd door veruit de meeste mensen als vanzelfsprekend worden ervaren, ook al vallen er – helaas – meer dan ooit huwelijken uit elkaar. Uw trefzinnen (oneliners) zijn ongenuanceerd en wekken bovendien de indruk dat al die oude vormen per definitie fout zijn en dienen vervangen te worden door eerder ‘moderne’ vormen van samenleven. En dat vind ik manifest onjuist.

Ik wil daarmee absoluut niet gezegd hebben dat die moderne samenlevingsvormen en de diversifiëring van de samenleving uit schoolboeken moeten gebannen worden, maar men moet niet overdrijven. Het zijn geen taboes meer, volledig akkoord. Maar het kunnen verdragen van andere normen, vormen, inzichten en leefwijzen wil nog niet zeggen dat ze moeten verabsoluteerd worden en dat de vroegere, oude vormen en gewoontes, waar nog zoveel mensen aan gehecht zijn, dan maar meteen bij het grof vuil moeten gezet worden. Transitie heeft zijn tijd nodig en moet niet gebruuskeerd worden met belerende discriminatiefabeltjes. Meer nog: de geschiedenis zal uiteindelijk wel uitwijzen wat de waarde of onwaarde van een en ander was.

Overdrijf dus niet. Dat is voor niemand goed.

’t Pallieterke