“Liberalisme in tijden van cholera”, heette zaterdag het opiniestuk van Karel de Gucht in Het Laatste Nieuws. De Gucht maakt zich blijkbaar zorgen over het toenemende populisme in de politiek in de westerse wereld. Hij doet zijn beklag over de onredelijkheid van het electoraat, maar poogt nergens te begrijpen waar dat vandaan zou kunnen komen. Voor hem is het “emotionele, destructief romantische, politieke klimaat” het probleem zelf. En hij stelt de redelijkheid van het liberalisme van zijn eigen VLD voor als het echte en waardige alternatief voor de irrationele neigingen van een “maatschappij op drift”.

Ergens heeft Karel de Gucht de klok horen luiden. Er is inderdaad iets aan de hand. Clinton en het gehele partijapparaat van de Democraten slagen er maar niet in rebel Sanders klein te krijgen. Bij de Republikeinen is Trump bezig met een succesvolle opstand tegen het gevestigde bestel van zijn partij. In het VK veroverde de extreemlinkse zonderling Corbyn, alleen met steun van een tegendraadse basis, het voorzitterschap van Labour. Ter linkerzijde floreren partijen als Syriza (Griekenland), Podemos (Spanje) en de lijst van Beppe Grillo (Italië). Ter rechterzijde hebben Le Pen, Wilders en vele gelijkgezinden in andere Europese landen de wind in de zeilen. In Centraal-Europa keren de kiezers zich tegen de links-liberale consensus der eurocraten. En dan zijn er nog de Catalaanse, Schotse en Corsicaanse nationalisten die erin slagen hun scores naar ongekende hoogten op te drijven.

Oude wijn, oude zakken

Men moet voorzichtig zijn bij het zoeken naar een rode draad doorheen al deze voorvallen, maar alvast één vaststelling dringt zich op: de traditionele partijen en hun dirigenten komen in het gehele westerse halfrond in het nauw. Het lijkt er op alsof overal waar de kiezers de kans krijgen om in opstand te komen, ze die kans ook grijpen. Dit zijn weliswaar de laatste dagen van de Weimar-republiek niet, maar de fenomenen die zich momenteel voordoen vragen om een poging tot verklaring.

Een eerste reden moet gezocht worden in de identiteit van de traditionele partijen zelf. Allemaal zijn ze het product van andere tijden en andere problemen. Wat betekenen christendemocratie, liberalisme, gaullisme, socialisme en de tegenstelling tussen Republikeinen en Democraten in de 21e eeuw? Niet zoveel meer. In elk geval te weinig om geloofwaardige uitdrukkingen te zijn van de bezorgdheden van een modern electoraat. U kan de mentale test om dit vast te stellen gerust zelf uitvoeren. Indien de democratie in België pas vandaag zou ontstaan, welke partijen zouden er dan volgens u opgericht worden? Men kan zich voorstellen dat dan partijen met het profiel van N-VA, Groen, PVDA of Vlaams Belang zouden tot stand komen. Maar zou er iemand nog een sp.a, VLD of CD&V oprichten? Het lijkt niet erg waarschijnlijk.

De kloof

Een tweede reden – minstens geldend voor de opstanden ter rechterzijde – heeft te maken met politieke correctheid en de groeiende kloof tussen wat de politieke elite aanvaardbaar acht in het publieke debat, enerzijds, en wat de man in de straat denkt, anderzijds. De oude partijen zouden best in staat zijn de 21e eeuw binnen te treden, indien het enge ideologische keurslijf van de politieke correctheid hen niet zou verhinderen om de problemen van deze tijd te herkennen en er oplossingen voor te vinden die voldoende draagvlak hebben bij het volk. Oplossingen vinden? Dat blijkt bij fenomenen als migratie, asiel en islamisering helemaal niet te lukken. Wanneer men problemen negeert en ongewenste meningen daarover naar de marge verwijst, mag men er niet versteld van staan dat avonturiers zich die thema’s eigen maken. Als De Gucht zich daar ongerust over verklaart, dan kan hij de schuld best zoeken bij de halsstarrige weigering van zijn eigen politieke generatie om een aantal zware samenlevingsproblemen te erkennen of er een beleid voor te ontwikkelen dat steun kon vinden bij meer dan alleen de politiek correcte elites.

Media en geloofwaardigheid

Een derde reden heeft te maken met de tanende invloed van klassieke media en pers. De gevestigde journalistiek van kranten en televisiezenders krijgt de “ongewenste” fenomenen niet meer afgeremd. Het valt op hoe aanhangers van Donald Trump vrijwel immuun zijn geworden voor kritiek op hun idool, ook wanneer die af en toe terecht is. Integendeel, negatieve persaandacht verschaft sommigen opnieuw de bevestiging dat hij “goed bezig” is. Het is een staat van gratie die ik herken uit het verleden van het Vlaams Belang.

Het probleem van de media is geloofwaardigheid. Je kan niet decennialang aan selectieve en politiek correcte berichtgeving doen en dan pogen je geloofwaardigheid terug te vinden nadat de waarheid toch met geweld door de dam is gebroken.

Er zijn ongetwijfeld risico’s verbonden aan de “populistische” revoltes. Met iemand als Donald Trump weet je niet waar je eindigt. Je weet zelfs niet waar je begint. Het socialistische economische programma van Marine le Pen hoop ik nooit in de praktijk gerealiseerd te zien. Dan heb ik het nog niet over echte linkse fenomenen als Corbyn, Sanders, Podemos of Syriza (dat nu reeds bewezen heeft meer onheil te kunnen verrichten dan zijn traditionele voorgangers).

Maar in de mate dat de grenzen van het politieke debat worden verlegd, de traditionele politiek wordt wakker geschud, de pers tot eerlijkheid wordt aangemaand en het beleid dichter komt te liggen bij de verzuchtingen van degenen die zich voorheen onmachtig voelden in de opinievorming en het democratische proces, kan de huidige opschudding heel wat voordelen hebben. Er moest ook íets gebeuren. Want De Gucht en het versleten politieke bestel dat hij en zijn generatie ons hebben nagelaten, zijn niet echt nuttig gebleken in de aanpak van de problemen van deze eeuw. Wat niet verbazingwekkend is, gezien ze die problemen eigenlijk zelf hebben gecreëerd.

Jurgen Ceder