Vorige week hadden we het hier over “zeveren over het gat in de begroting”. Een politieke week later hebben we de paniekzaaiers met toeters en bellen zien passeren, in de parlementen, in de schrijvende pers, in de info- en praatprogramma’s op radio en tv. Even aandoenlijk was het gekissebis tussen economen. Zegt de ene econoom a, dan zegt de andere b. Economie is ideologie. Dat gaven “experten” volmondig toe. We kiezen zelf onze waarheid.

Einde de week stond de teller van de doemdenkers al op 3,2 miljard. Weer enkele dagen later bleek er nog zo’n dik miljard euro te gaan… Wat minder uitgaven, wat meer inkomsten, en klaar is Kees. Op naar de volgende dramatische begrotingscontrole… “Voorspelbaar theater”, noemde politicoloog Carl Devos (UGent) dat. Al valt de “ondergrondse oorlog in Michel I” niet te ontkennen. Makkelijk wordt het niet, want de Vlaamse regeringspartijen lijken niet van plan belastingen te verhogen, en zijn verdeeld over besparingen. Wat dan wel. Even schudden en van beide iets zeker?

Sommige waarnemers zien de regering al vallen. Dat zal alleen gebeuren als er een partij is die daarmee scoort. Volgens Liesbeth van Impe van Het Nieuwsblad denkt vooral CD&V daaraan. Of staat dit scenario in de boeken van de N-VA? Wie een regering blokkeert middenin een migratiecrisis, terreurdreiging, en een slabakkende economie en dan maar de verantwoordelijkheid “lafweg” doorschuift naar de volgende regering “verdient een jarenlang beroepsverbod”, stelt Devos. Denkt hij met die banbliksem aan een andere partij dan aan N-VA?

Natuurlijk moet de N-VA die optie in het achterhoofd houden. Want als de huidige patstelling aansleept, wordt het met de dag erger voor De Wever en co. Omdat de Grote Verandering dan achterwege blijft, niet alleen communautair maar ook economisch. “Show me the money?”, de vraag waarmee De Wever die Di Rupo vloerde, wordt in dat geval een té vervelende boemerang… In 2018 en 2019 naakt voor de kiezer staan, is voor de N-VA geen optie. Maar dat is evenmin een optie voor CD&V en Open Vld.

Daarom lijkt de keuze duidelijk: de regeringspartijen moeten streven naar een evenwichtig compromis. Dat geldt ook voor de MR, die in Wallonië grote risico’s nam.

Kan de N-VA nog bijsturen? Haar jachtvelden blijven toch open liggen als de partij zich ook bekommerd toont om de breedste lagen van het electoraat. De economische toplaag hoeft geen vrijkaarten te krijgen om alleen rondjes te draaien op het economische molentje. Niet minder dan 68 procent van de ondervraagden in de jongste peiling van VRT/DS vindt dat de regering onvoldoende inspanningen levert om de belastingen eerlijk te verdelen. In het kieshokje tellen die mee.

Geef de ondernemende wereld wat hij verdient, maar trek daar de solidariteit van af. Want ook de ondernemer wil voor zijn kinderen goede kribbes en scholen, wil betalen voor veiligheid en politie, voor goede wegen, natuur en bos, wil een zorgende verpleegster aan het ziekbed, en subsidies als de eigen winkel niet goed draait. Dat is allemaal zinvolle “staat” die niet stinkt. Ja, toch?

Zonder overheid redt een gemeenschap het niet. Bovendien: “De banken zwelgen in het geld, en toch blijven investeringen uit”, jammerde Rik van Cauwelaert in De Tijd, na de renteverlaging door de ECB. “Doorgaans laten ze op het Brusselse Schumanplein (EU) meteen de honden los als ze nog maar vermoeden dat er sprake is van overheidssubsidies voor commerciële bedrijven”…

Fris conservatief

Voor de N-VA blijven de electorale velden open liggen als de partij zich in het spoor van de boodschap waarmee De Wever groot werd, profileert als een frisse conservatieve partij. Die kan scoren met een economisch sterk, maar ook sociaal beleid,  maar met nog veel meer.

Ze kan (blijven) scoren met een onbekommerde aandacht voor veiligheid en asielbeleid, wars van politieke correctheid tegenover asielmisbruik, maar evenzeer met een hart voor de vele echte oorlogsvluchtelingen. “56 procent van de Vlamingen zegt niet bang te zijn door het toegenomen aantal asielzoekers en vluchtelingen in zijn gemeente”, klinkt het euforisch in De Standaard. Een paar maanden geleden vroegen VTM en Het Laatste Nieuws of de toevloed van vluchtelingen in Europa “een bedreiging is voor onze manier van leven”. Acht op de tien knikten van ja. Wat wordt gevraagd, wanneer en hoe wordt het gevraagd?

Van alle mensen die er in ons land bijkomen, zijn de helft vluchtelingen, becijferde het Federaal Planbureau. Dan mag de vraag gesteld wat er met die andere helft kan gebeuren.

Een conservatieve partij kan scoren met een minder utopisch Europa. Met een duidelijke en sympathieke focus op identiteit, met een uitgesproken defensie van kleinschaligheid tegenover een door het kapitaal op drift gedreven multicultuur, met aandacht voor geschiedenis, voor cultuur van dichtbij.

Een conservatieve partij kan scoren met een gezonde openheid voor minderheden allerhande, maar moet het recht nemen om de draak te steken met het politiek correcte gedoe van dolgedraaide feministen, antiracisten, milieufanatici, onderwijshervormers en gelijkheidsfetisjisten.

Peiling

Is de jongste peiling van VRT en De Standaard (TNS Media) een signaal? N-VA blijft met 27,3 procent veruit de grootste partij, maar duikt 5,1 procent lager dan bij de verkiezingen in 2014. Groot nieuws, zeggen de marchands van De Standaard. Maar in die andere grote peilingen van VTM/HLN (Ipsos, oktober 2015 en januari 2016) was dat met iets meer dan 28 procent nauwelijks beter. Eén en ander kan wijzen op krampen in de benen door ten minste de perceptie dat het socialer kan en op communautaire compromissenpijn.

Ook Open Vld blijft met 14,1 procent ruim onder de 15,6 procent van 2014. In de peilingen van VTM/HLN was de score 12,5 procent. Annemie ‘Turteltaks’ – van 10 naar 24 in de poppoll – sukkelt door het puin dat Freya (sp.a) naliet, maar wie onthoudt dat nog? Gwendolyn Rutten – van 8 naar 14 – sukkelt mee. Een beetje te liberaal, en te weinig sociaal misschien? Alleen Maggie blijft absolute top.

De CD&V van Wouter Beke scoort met 19,1 procent zowaar 0,6 procent beter dan in 2014. Maar goed, in de peilingen van VTM/HLN was CD&V gezakt naar 17,8 en zelfs naar 16 procent. Het is niet onmogelijk dat Bekes keuze voor evenwicht en voor het “offensieve midden” de partij comfortabel op de tweede stek houdt. Sociaal genoeg, misschien.

De sp.a, een verouderende partij, blijft met 14,7 procent waar ze al jaren zit: net onder of tegen het luik van de 15 procent. Groen (11,6 procent,  of +3,1) mag blijven rekenen op enige groei en een stek boven 10 procent.

Vlaams Belang blijft steken op 8,1 procent. Dat is 2,2 procent meer dan in 2014, maar een stuk minder dan de peilingen van VTM/HLN aangaven. Tom van Grieken kan daar moeilijk tevreden mee zijn. De thema’s van de partij, veiligheid en migratie, waren nooit zo intens aanwezig in het maatschappelijke debat. Radicaal-rechts scoort veel beter in alle buurlanden. Radicaal blijven, maar toch zelf het cordon doorbreken, het blijft de enige weg naar meer poitieke relevantie. Het wordt kiezen tussen de belangen van Vlaanderen en het Vlaams Belang oude stijl.

N-VA en CD&V komen samen nog altijd uit op  46,4 procent van de Vlaamse kiezers. Met Open Vld erbij op meer dan 60 procent. Paars haalt in Vlaanderen geen 30 procent meer. Paars-groen met moeite 40 procent. Een klassieke tripartite geen 50 procent. Een niet-aanvalspact tussen De Wever – gezond conservatief en minder liberaal – en Beke kan beide partijen voor lange tijd op hun posities houden. Goed voor De Wever en Beke.

De een kan zijn partij iets meer naar links trekken, de ander iets meer naar rechts. Daar waar ze mekaar ontmoeten, op centrumrechts, ligt het hart van de meeste kiezers in Vlaanderen. En in de Vlaamse democratie moeten ook radicaal-rechts en radicaal-links faire kansen krijgen. De kiezer beslist.

‘t Pallieterke