Nest Claes: de biografie

Nest Claes: de biografie

Twintig jaar lang heb ik een bureau gedeeld met Bert Govaerts, auteur van het zojuist verschenen boek “Ernest Claes, de biografie van een heer uit Zichem” (Houtekiet). Ik probeer dus nog gemener dan anders te zijn.

2016-13_04_Neckers (Medium)Claes en Smets

Ik denk niet dat Bert ooit dat filmfragment gezien heeft dat diep verborgen zit in het VRT-archief. Het is opgenomen einde de jaren vijftig in de piepkleine studio 6 aan het Flageyplein. Tegen de achtergrond van een geschilderde kerktoren staat een bankje. Ernest Claes komt links en Jan Smets rechts in beeld en Smets zegt: “Maar mijnheer Claes, wat een genoegen u hier te ontmoeten.” Het is lachwekkend in zijn onnozelheid, maar niet dommer dan de huidige gespeelde idiotismen waarbij iemand aanbelt (vierde of vijfde take) en de persoon die opendoet de verraste onschuld acteert. Smets en Claes kennen elkaar zeer goed. Jan Smets is de vooroorlogse omroeper van het NIR, presenteert verder bij Zender Brussel en is voor de Vlamingen de stem van de collaboratiezender. Claes is er een geregelde gast. Smets krijgt na de oorlog een jaar cel, wordt uit de omroep geschopt en opent koffiebranderij “De Nekker” aan de Nekkerspoel in Mechelen. In de jaren vijftig krijgt hij eerherstel maar blijft verbitterd, want al zijn vooroorlogse collega’s hebben een grote loopbaan en hij blijft regisseur-omroeper. Claes en Smets hebben waarschijnlijk buiten beeld repressieherinneringen gewisseld, want ook Claes heeft kennisgemaakt met het zwaard der gerechtigheid.

De oorlog

De proloog, de oorlog zelf en de repressie zijn adembenemende hoofdstukken in deze bijzonder goed geschreven biografie. Ik las trouwens geregeld voor mijn plezier en mijn werk de Govaerts-televisiescenario’s. In 1998 produceerde hij een programma over die oorlogsjaren van Claes. Repressiedossiers waren toen nog in te kijken. De domme wetgeving van 2009 verbiedt dat, maar Bert kreeg een uitzondering om er weer in te duiken gezien de vroegere toestemming. Hij ontrafelt grondig de evolutie van de schrijver: een intellectueel die volksmens speelt; een radicale flamingant die zoon Eric (Kiki) naar een Franstalige school achter de hoek zendt; een hoge parlementaire medewerker die een grondige hekel aan de parlementaire democratie heeft. Misschien is Govaerts op dat punt te streng. Claes merkt dagelijks wat het zootje ongeregeld er in de Kamer van terechtbrengt. Lafheid, onverschilligheid en loopbaanplanning van politici verhinderen dat de racistische discriminatie van Vlamingen stopt. Dus kan ik enigszins begrijpen dat het respect voor het politieke systeem altijd daalt. Bert en ikzelf waren er allebei zeer goed in de onbekwame hiërarchie bij de VRT het bloed onder de nagels vandaan te halen. Ik vertrok op tijd, maar Bert betaalde een zware prijs en kwam terecht bij de melaatsen van de omroep. Ik denk niet dat zijn respect voor de VRT groter is dan dat van Claes voor de praatbarak. Claes stapt natuurlijk wel veel verder. Al voor de oorlog verdient hij meer met zijn Duitse dan met zijn Vlaamse auteurserelonen. Dus werkt hij mee aan een SS-blad. Zoals veel Vlaamsgezinden loopt hij achter de sirenezangen van de bezetter aan. In oktober 1942 brengt hij nog hulde aan Hitler in zijn dagboek. Zoon Eric baat de boekhandel van het VNV in Brussel uit. Een jaar later wordt Claes veel voorzichtiger; hij gaat liever vissen met de baas van Sarma dan naar collaboratieplechtigheden te gaan. Hij ontsnapt niet aan de repressie maar wordt niet mishandeld zoals je onterecht leest in zijn bekende Cel 269 (het eerste Claes-boek dat de jonge Govaerts ooit las).

De repressie

Bert Govaerts beschrijft in detail de “Dichtung und Wahrheit” die Claes na de oorlog aan de auditeur opdist, maar doet dat met afstand, veroordeelt niet, want met de jaren zag ik hem afstand nemen van het politiek correcte discours. In een interview met Humo zegt hij: “Onze generatie kon communistje spelen zonder enige consequentie, zij konden geen fascistje spelen zonder gevolgen.” Punt! Bert beschrijft iets minder afstandelijk de gevolgen voor Claes, want ik voel iets als woede achter zijn koele taal. Drie maanden gevangenis (september-december 1944) doet Claes beven voor een nieuwe arrestatie. Einde mei 1945 slaat een commando verzetshelden zijn woning kort en klein. Zijn dossier komt in de klauwen terecht van de beruchte auditeur Mark de Smedt. Het dossier is dun, dus gebruikt De Smedt andere methodes: alles op de lange baan schuiven zodat Claes, die zijn burgerrechten en zijn baan kwijt is, vijf jaar lang bang moet afwachten. Eerst in juni 1950 zijn de zorgen voorbij, wordt hij in eer hersteld, maar hij ontvangt geen vergoeding voor het hiaat in zijn loopbaan of de verwoesting van de woning. Zeer vlug wordt hij weer in genade aangenomen en hij speelt briljant de Claes die we ons nog van radio en televisie herinneren: de gemoedelijke, monkelende verteller aan wie Joos Florquin geen moeilijke vragen stelt.

De zwaar beproefde generatie

Maar het boek beschrijft meer dan Wereldoorlog Twee. Drie jaar voor Claes’ geboorte in 1885 wordt de eerste elektrische centrale gebouwd. Een jaar na Claes’ dood in 1968 staan er mannen op de maan. Wat heeft die generatie allemaal niet meegemaakt? Eén voorbeeld: Claes studeert op kosten van de abdij van Averbode; niet uit armoede, maar moeder Claes is te gierig om zijn studies te betalen. Dan hebben we nog zijn ervaringen in de Eerste Wereldoorlog en zijn spannend gehannes met uitgevers en collega’s te goed. Het leest allemaal als een trein. Op de boekpresentatie heeft Govaerts terecht zijn dankbaarheid uitgesproken voor de enorme verdiensten van het Ernest Claes-genootschap dat onder de leiding van voorzitter Jan van Hemelryck grotendeels op eigen kosten een bijzonder rijk archief van Claes-documenten vrij ter beschikking stelt van iedereen (inbegrepen iedere Claes-hater).

Zout op iedere slak

Omdat ik de auteur zo goed ken, leg ik zout op ieder slakje, want anders verdenkt u me van favoritisme. Historische blunders zijn zeldzaam, al zal keizer Nicolaas van Rusland vreemd opkijken bij de zin dat “de bolsjewieken in oktober de doodsteek gaven aan het tsaristisch regime”. “Ik werd toch al acht maanden voor de staatsgreep van Lenin tot troonsafstand gedwongen door liberalen en democratische socialisten”, zucht hij. Tientallen bekende Vlamingen bevolken het boek, maar soms heb ik het gevoel dat de schrijver hen niet echt kent. Renaat Grassin wordt vermeld als een acteur zonder zijn bijnaam, ‘t Ketje. Bij Frans Drijvers wordt niet gezegd dat hij AVV-VVK uit de mouw schudde, bij Alfred Hegenscheidt niet dat hij Starkad schreef en ex-VRT-collega Jefke Bruyninckx (de legendarische vertolker van De Witte in 1934) Jozef noemen lijkt mij raar. De auteur is te streng voor die film. Hij vergeet dat in die jaren een deel van de Vlamingen (vooral vrouwen) nog analfabeet is. Ze kunnen geen ondertitels lezen en genieten sinds de klankfilm veel minder van hun wekelijks uitje. En nu is daar eindelijk een film in de eigen taal. En waarom ontbreekt de laatste bladzijde in het boek? Het eindigt met de dood van Claes, maar we hebben honderden pagina’s ook meegeleefd met vrouw Stephanie, de indolente zoon Eric en de Nederlands onkundige kleindochter Paula. Wat is er met hen gebeurd? Zijn er nog achterkleinkinderen? Maar toch heel erg aanbevolen. En ter informatie, ik heb een computerbestand gelezen, want een recensie-exemplaar kreeg ik niet.

Jan Neckers


Tags assigned to this article:
2016-13Jan NeckersNeckers

Related Articles

Louis van Geyt

Bij het overlijden van de laatste voorzitter van de unitaire Kommunistische Partij van België lezen en horen we overal dat

Absurdistan

Dienstmededeling Naar wij uit nog onbevestigde bron vernamen, heeft de grote Turkator een dienstmededeling gericht tot zijn ministers: “Indien men

‘Kruis-tocht’ naar Little Bighorn

Karl van den Broeck is een vreemde snuiter, want hij is als culturele duizendpoot gefascineerd door diverse, vaak erg uiteenlopende