Nieuwe kappers

Nieuwe kappers

De man die naast me zat, woelde nu en dan met zijn handen door zijn haar. Eén keer slaakte hij een diepe zucht. Ik meende dat hij het deed om mijn aandacht te trekken.

Ik ging erop in en vroeg: “Heb jij last met je kapper, of moet ik coiffeur zeggen?”

“Coiffeur is Frans”, zei hij. “Daarom gebruik ik veel liever het woord kapper. Je zou ook barbier kunnen zeggen. Dat vind ik ook een heel mooi woord.”

“Het woord barbier slaat terug op een oud beroep, van in de tijd van de Egyptenaren”, wist ik. “In de 14de eeuw waren de barbiers zelfs verzameld in een gilde. Ze trokken ook tanden en deden aan aderlaten. Ik zie dat nu al gebeuren. Naar verluidt zou een barbier nu alleen nog knippen en scheren, en snorren en baarden fatsoeneren. Een kapper knipt alleen hoofdhaar.”

“Mijn kapper, die jarenlang mijn haar knipte, is ermee opgehouden. Hij ging met pensioen en verkocht de zaak. Dat hij met pensioen ging, is nog te begrijpen. Maar zijn vaste klanten wisten van niets. Wij zaten plots met de gebakken peren. Wie gaat nu ons hoofdhaar verzorgen?”

“Dan kun je toch gewoon naar een andere kapper”, zei ik.

“Een andere, een andere, een andere?” Hij herhaalde het echt drie keer. Zijn gezicht liep rood aan. “Welke andere?”

“Een kapper die kan knippen.”

“Waar ik woon, moet je daarvoor op ontdekkingstocht gaan. Vroeger waren er een paar in de buurt. Dat is voorbij. Ze zijn allemaal weg.”

“Hoe weg? Waarheen dan?”, vroeg ik.

“Eén na één vertrokken ze. Gaan lopen voor de schapenscheerders.” Hij sloeg zijn hand voor zijn mond en zei vlug: “Dat had ik niet mogen zeggen. Dat was racisme.”

Ik lachte en zei: “Men kan het ook interpreteren als een mooie beroepsnaam. Een schaap scheren is niet zo gemakkelijk.”

“In mijn omgeving moeten wij allemaal naar nieuwe kappers met vreemde namen. Er zijn er die hun vak kennen. Maar…”

De kat komt op de koord, dacht ik.

“De oorspronkelijke kappers hadden een overeengekomen prijs. Zij hadden nooit de bedoeling elkaar dood te concurreren. Toen er hoe langer hoe meer nieuwe kwamen, probeerden enkelen van ons het nog even vol te houden. Ook zij gingen voor de bijl.”

“Waarom?”

“Omdat die nieuwe belgen-kappers haar knippen voor drie tot vijf euro goedkoper dan de prijs die onze kappers vragen. Die concurrentie konden die van ons niet meer aan. Ze verdwenen één na één. Zij werden als het ware buiten gebonjourd.”

Ik wist niet goed wat daarop te antwoorden.

Hij ging verder. “Ik ben een eerlijk man, en ik moet zeggen dat het geleverde werk van de nieuwe kappers niet slecht is. Sommigen weten er een stukje show bij op te voeren.”

“Hoe kan dat nu?”

“Kom je binnen dan wijst degene die je gaat behandelen met een grote smile naar de kapstok om je jas op te hangen. Zit je in de kapperszetel dan begint hij met een schaar te luchtknippen, allemaal in stijl. Show in den bungalow. Het meest vervelend is dat er nog velen bij zijn die slechts drie woorden Nederlands kennen. Nog een vervelend iets: tussen de spiegels aan de muur hangen tv-schermen. Zit je in de kappersstoel, dan kun je er niet naast kijken. De hele tijd word je vergast op filmpjes van Turkse zangeressen die liedjes kwelen. Het is om heimwee te krijgen naar Eddy Wally. Eén ogenblik vreesde ik zelfs dat die kapper mij een oor ging afknippen.”

“Waarom?”

“Tijdens zijn werk keek hij met één oog naar mijn hoofdhaar en met het andere naar het tv-scherm. Hij werkte bliksemsnel. Het resultaat is meegevallen, dat zie je aan mijn haar, al moet ik die snit nog gewoon worden. Er is nog iets wat ik mis. Ik krijg van deze kappers niet de laatste berichten van de wijk te horen. Ik ben het Turks niet machtig en zij het Nederlands niet.”

TdW


Tags assigned to this article:
2016-10Op het Noorderterras

Related Articles

Zuur & Zoet

Stop de ‘deskundigen’ Herkenbaar stukje in Trouw, naar aanleiding van het nakende begin van het nieuwe schooljaar. Auteur Marc Oskam

Den Vaderlandt ghetrouwe (Nederland)

Bollekenskermis In de Vlaamse Pravda (De Standaard) van 11 maart schrijven de kameraden De Gruyter en Minten over de Nederlandse

Onze kristallen bol sprak

Terwijl de voetbalmaffia van Sclessin – excuus, het visionaire bestuur van Le Standard de Liège – nog volop worstelde met