Nog voor de aanslagen in Parijs waarschuwde de radicaliseringsexpert, politicoloog en opiniemaker Bilal Benyaich al herhaaldelijk voor het gedachtegoed van Moslimbroeders en salafisten. Benyaich wordt binnenkort diplomaat. Voor hij in die functie wat discreter moet worden, had hij het vorig weekend in De Morgen nog eens uitgebreid over de multiculturele samenleving. Op het eerste zicht klinkt zijn discours pragmatisch. Deels gelijklopend zelfs met dat van de katholieke conservatief Fernand Keuleneer. Maar ook analyses van respectabele intellectuelen vertonen zwakke plekken…

Voor Benyaich draagt de ‘politieke’ islam altijd de kiemen van geweld in zich. Het is volgens hem best mogelijk dat we de komende tien jaar regelmatig met terreur geconfronteerd zullen worden. Hij vreest een gewelddadig opbod tussen islamitische radicalen en extreemrechts.

Zijn pleidooi voor een massale investering van financiële middelen in “hefbomen om tot een harmonieuze samenleving te komen… een Marshallplan inzake integratie”, doet toch wel vragen rijzen. “Zoals we vandaag veel middelen investeren in oudere mensen of personen met een handicap, moeten we ‘grote budgetten’ vrijmaken voor de strijd tegen radicalisering”, klinkt het erg optimistisch. Helaas zegt hij er niet bij van waar dat geld dan wel moet komen. Hij lijkt te vertrekken vanuit een soort oneindigheid van middelen, in een omgeving waar de migratie van vandaag een veelvoud is van die van gisteren, en misschien wel een kleine fractie zal blijken te zijn van wat nog volgt.

Dat een materialistische aanpak een ideologisch fanatisme zou verdrijven, is vooral een ‘geloof’. Valt dit ‘geloof’ te rijmen met de straffe taal die hij zelf spreekt over het extremistische gevaar? “De politieke islam heeft wortel geschoten in Vlaanderen en België… Dit gaat om tienduizenden Belgische jongeren, niet over vijfhonderd Syrië-strijders”. Zijn de ondoorgrondelijke godsdienstoorlogen in het Midden-Oosten en in Aziatische en Afrikaanse landen dan zo makkelijk te herleiden tot een probleem van ‘materiële noden’?

Of gaat het daar, net zo goed als hier, om religieus fanatisme, dat nu ook naar onze contreien wordt geëxporteerd?

Benyaich acht het best denkbaar dat ook moslims zich, zoals Vlamingen en Walen, in “communautair denken” gaan opsluiten. “Het is niet ondenkbaar dat er binnen tien à vijftien jaar een vorm van moslimseparatisme ontstaat…” Met inbegrip van een eigen beweging of partij die uitgaat van een eigen identiteit en meer autonomie opeist, “misschien zelfs territoriaal”. Gaat die strijd dan over geld of over religie en ideologie?

Extreemrechts

Benyaich ontwikkelt nog een tweede nogal zwakke redenering: het hele interview door koppelt hij het islamradicalisme aan extreemrechts gevaar, dat we ook “onder controle” moeten krijgen. “We moeten opletten voor de politieke islam, voor extreemrechts, voor sociale en politieke exclusie.” Bedoelt hij met ‘politieke exclusie’ dat het cordon rond radicaal-rechts – bij ons Vlaams Belang – contraproductief werkt, omdat het de rechterzijde radicaliseert? Geen onzinnige gedachte, maar niets wijst erop dat hij het daarover heeft.

Het islamradicalisme is vooralsnog van een heel andere omvang en dimensie dan het marginale gedoe van extreemrechts. Van een extreemrechtse terreurdreiging is er in de westerse democratieën geen sprake. Een pak absoluut verwerpelijke incidenten (brandstichtingen, verbaal racisme, et cetera) zijn van een andere orde.

Is de escalatie van politieke tegenstellingen een reëel gevaar? Mogelijks wel. We signaleerden dat hier zelf al. Het zal onze georganiseerde democratie zijn, die moet zorgen voor weerwerk.

Benyaich, die zich een progressieve realist noemt, wil geen doemdenker zijn en wijst ook op de goeie kanten van het multiculturele samenlevingsverhaal: “Nog nooit waren er onder de nieuwe Belgen zoveel academici, kunstenaars, ondernemers, sportlui, studenten, noem maar op. Zij zorgen voor een buffer.” Helaas heeft dat multiculturele verhaal ook zijn grenzen. De migratie is te massaal. Benyaich zegt zelf dat het integratiebeleid “niet iedereen meeneemt” en zelfs mislukt is, “vooral in Wallonië en Brussel”.

Multiconflictueel

Over naar een “denker” van rechts: de katholieke conservatief en cynische intellectueel Fernand Keuleneer (59). Keuleneer neemt het als gelovige op voor de islam, maar hij  fel gekant tegen de multiculturele samenleving, tegen “onbeteugelde vormen van immigratie”. Hij wijst op de “achterhaalde levensopvattingen” van veel nieuwkomers. Passen die zich aan dan schiet er van multiculturalisme niet veel over. Doen ze dat niet, dan wordt multicultureel meteen multiconflictueel, want grote groepen die naast elkaar leven in een gebalkaniseerde samenleving gaan vroeg of laat botsen.

Is zoiets als naast elkaar ‘leven en laten leven’ dan een utopie? Volgens Keuleneer wel. Omdat die liberaal-neutrale houding typisch is voor ons, West-Europeanen, maar niet voor de rest van de planeet. “Aan de andere kant van de wereld lachen ze eens goed met mensenrechten.”

Ook Keuleneer wijst op een mogelijke escalatie. “Misschien beschouwen sommige migrantengroepen België wel als een extra stuk territorium en verwachten ze dat wij ons aan hen aanpassen.” Stabiliteit kan ontaarden in vijandschap en conflict. Keuleneer ziet hetzelfde probleem als Benyaich. Wie de islam ‘per definitie’ verwerpelijk vindt en de moslims wil wegjagen, is mee burgeroorlog aan het zaaien.

Wel ziet hij een andere oplossing voor dat probleem. We moeten het aantal migranten in ons land drastisch beperken, zoniet zal polarisering toenemen langs beide zijden. Daarom is hij “anti-immigratie, maar pro-islam”.

Zwakke plekken

Beyniach en Keuleneer, absoluut verstandige mensen, waarschuwen voor hetzelfde gevaar: polarisatie. Ze verschillen wel van mening over de manier van aanpakken van dat probleem. Beyniach gelooft in integratie via massale investeringen van geld in de nieuwkomers, maar geld schud je niet uit de bomen. Keuleneer wil de massale, ongecontroleerde immigratie aanpakken, maar grenzen sluiten is makkelijker gezegd dan gedaan en geen oplossing voor de problematische situatie die er al is.

Er zijn nog wel meer zwakke plekken. Geen van beiden vindt radicaal “geloof” op zich een potentieel probleem. De geschiedenis van conflicten en oorlogen laat nochtans overduidelijk een correlatie zien tussen religieuze overtuigingen en ellende, van de inquisitie tot de aanslagen in Parijs… Is dat vandaag anders?

Vanzelfsprekend enten religieuze tegenstellingen zich op een strijd voor economische en politieke belangen (en omgekeerd), maar al te vaak verstoort religieus fanatisme een vreedzaam samenleven van mensen en volkeren. Met dit verschil dat in westerse democratieën de tolerantie steviger is uitgebouwd dan in andere regio’s van de wereld.

Als de instroom van nieuwkomers uit dit soort regio’s en culturen groot is, ligt de weg naar miserie open. De kans op conflictsituaties lijkt ons vanzelfsprekend groter tussen afstandsculturen dan tussen buurculturen en neemt toe met de omvang van de migratiecijfers.

Als met die instroom van nieuwkomers een godsdienst mee binnen schuift die in veel aspecten haaks staat op de hier van religieus fanatisme bevrijde democratie, zitten we met een probleem. Beyniach en Keuleneer hebben die kern van het probleem niet durven of niet willen benoemen.

Anja Pieters