De Vlaamse Beweging is een merkwaardige verzameling van verenigingen, actiegroepen, doeners en denkers. Tot die laatste categorie behoort ongetwijfeld het AK-VSZ (Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid), in 1995 opgericht in de schoot van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV).

Het twintigste werkjaar is afgesloten. AK-VSZ is ongetwijfeld de actiefste denktank waarin wordt meegedacht en –gecijferd over de defederalisering van de Sociale Zekerheid en in het bijzonder over de geldstroom tussen Vlaanderen en de andere gewesten.

Transferstudies worden er kritisch geëvalueerd en AK-VSZ werkt al twintig jaar aan eigen cijferreeksen. Als belangrijkste werkgroep van het OVV wil AK-VSZ het standpunt vertolken van dat Overlegcentrum voor Vlaamse Verenigingen: ‘Sociale Zekerheid: een bevoegdheid van Vlaanderen en Wallonië’.

Met al dat studiewerk probeerde het AK-VSZ de splitsing van de sociale zekerheid op de politieke agenda te zetten of het te laten instromen in het maatschappelijke debat. Dat lukte aardig in de beginperiode van de N-VA, toen de campagne tegen de geldstroom richting Wallonië nog de speerpunt was van de toen nog erg jonge N-VA.

In oktober 2004 haalde voorzitter Bart de Wever voor het eerst de kop van de voorpagina van Het Nieuwsblad met uitgelekte informatie over de transfers, zoals die toen berekend waren door de Vlaamse administratie (Abafim). De met nepgeld gevulde vrachtwagentjes richting Strépy (januari 2005) staan op het netvlies van velen geprikt. Als politiek actiemiddel en weg naar meer zichtbaarheid was die actie een schot in de roos. Ze was gebaseerd op het stille werk van enkele cijferaars binnen N-VA, van academici, maar evenzeer op wat er toen leefde in AK-VSZ, één van de sterkere compartimenten van de Vlaamse Beweging.

Enkele maanden later organiseerde AK-VSZ haar wellicht belangrijkste symposium, “Waar Maas en centen vloeien. Geldstromen binnen de sociale zekerheid” (mei 2005), waar onder meer professor Juul Hannes duidelijk aantoonde dat deze transfers al van in de 19de eeuw kenmerkend waren voor de economische huishouding van dit land.

Het AK-VSZ organiseerde in de loop van de voorbije twintig jaar verschillende symposia en acht brochures waarmee ze de politici en het middenveld informeerde over een materie die helaas onderbelicht blijft, zeker bij veel politici. Gui Celen, de Kortrijkse neurochirurg die in februari 2001 Walter Peeters opvolgde als voorzitter van AK-VSZ, toonde zich vorige week tevreden over dit werk.

Toch kon de informatie die AK-VSZ bijeen cijferde maar zelden rekenen op belangstelling van de Vlaamse pers. Guy Tegenbos (De Standaard), Dirk Castrel (Gazet van Antwerpen), Mathias Daneels (Het Nieuwsblad) en Alain Mouton (Trends) waren zowat de enige journalisten die al eens opdoken op persconferenties of colloquia. Onder meer om die reden zoekt AK-VSZ nu nauwer samen te werken met andere organisaties in het middenveld.

Zo werkt AK-VSZ sinds kort intenser samen met de VVB, onder meer voor de organisatie van een colloquium op 3 oktober 2015 in De Schelp, naar aanleiding van het twintig jaar bestaan van de vereniging. Dat colloquium werd een interessant debat onder specialisten en kenners van sociale zekerheid en transfers, zoals prof. Magda Michielsens, prof. Herman Matthijs, Guy Tegenbos, Erik Stoffelen, Remi Vermeiren (ex KBC), Alain Mouton (Trends) en Geert Jennes (Vives, KU Leuven).

Gui Celen: “Het Aktiekomitee voor een Vlaamse Sociale Zekerheid streeft naar de overheveling van de normerings-, de uitvoerings- en de financieringsbevoegdheid van de ganse Sociale Zekerheid naar de deelstaten Vlaanderen en Wallonië.”

Pall.: dat is een erg complexe en abstracte formulering. Wat heeft een Vlaming daarbij te winnen?

Celen: “De sociale zekerheid wordt best georganiseerd op het laagst mogelijke niveau waar dat kan (het subsidiariteitsbeginsel). Dat niveau is voor ons de Vlaamse Gemeenschap. Zo kunnen de Vlamingen eigen klemtonen leggen. We hebben al eigen bevoegdheden. Laat ons die uitbreiden, maar laten we die vooral ook efficiënt uitbouwen en versnippering van bevoegdheden tegengaan. Alleen samenhangende bevoegdheidspakketten kunnen zorgen voor een grotere efficiëntie. Met een communautarisering wordt de responsabilisering een stuk groter. En dat zal dan weer aanzetten tot een spaarzaam sociaal beleid. En laat dit duidelijk zijn: alleen op die manier zal een einde komen aan de nu bestaande onrechtvaardige geldtransfers.”

Pall.: en dan de eeuwige vraag in dit dossier: wat met Brussel?

Celen: “Het AK-VSZ streeft naar communautarisering en niet naar een regionalisering van de sociale zekerheid. Tweeledigheid is het principe. De organisatie van sociale zekerheid voor de inwoners van Brussel mag geen afbreuk doen aan die tweeledigheid. Na de overheveling van de sociale zekerheid naar de beide grote gemeenschappen kan met de Franse Gemeenschap onderhandeld worden over een doorzichtige, objectieve en omkeerbare vorm van financiële solidariteit op voorwaarde van een resultaatverbintenis, degressiviteit in de tijd en politieke loyaliteit van de Franse gemeenschap in Brussel, op de taalgrens en in Vlaams-Brabant.”

Pall.: twintig jaar zijn zo voorbij, wat nu?

Celen: “Onze missie blijft meer dan ooit actueel. Ons doel is nog niet bereikt. Wij en onze opvolgers zullen daar nog veel moeten voor bewegen. Vorige woensdag stonden we, samen met de VVB, bij vijftien Vlaamse stations met onze pamfletten Daar gaat uw boterham”. Die campagne loopt door. Met het verslagboek van ons colloquium trekken we naar de Vlaamse politici. We weten dat Geert Bourgeois de transfers laat herberekenen. Van hem verwachten we dat hij ook uitlegt hoe hij ze wil aanpakken.”

Strategie

Vanzelfsprekend loopt het debat verder. Overigens ook binnen de Vlaamse Beweging, met name over de te volgen strategie. Ook na het colloquium moet de cijferdiscussie nog worden verfijnd, maar ook gerelativeerd. Franstalige onderzoekers en politici ontkennen minder en minder dat de geldstroom van vijf, zes miljard er effectief is. Ze vinden ze niet meer dan “evidente solidariteit”. Maar zorgen ze wel voor beterschap in Wallonië, of niet? Dat wordt misschien een interessanter debat dan onderling gekibbel over de precieze grootte ervan (transfers via staatsschuld meerekenen of niet). Remi Vermeiren herinnerde eraan dat de centenkwestie niet het enige dossier mag zijn in de strijd voor Vlaamse zelfstandigheid.

Erik Stoffelen vatte het in oktober goed samen: “De Vlaming wil wel solidair zijn, maar dan moeten de transfers wel transparant zijn, tot resultaat leiden en uiteindelijk ook degressief verlopen”. Ooit moet Wallonië – net als Vlaanderen – het zelf doen.

AP

De brochure “De miljardentransfers: hoelang nog? Krachtlijnen voor het veiligstellen van Vlaamse welvaart en welzijn” kan besteld worden bij het AK-VSZ op telefoonnummer 015 28 90 96 – www.akvsz.org.


Transfers en telramen

Al meer dan veertig jaar verschijnen studies over de jaarlijkse transfers tussen Vlaanderen en Wallonië (en Brussel). Die verlopen via de sociale zekerheid, via de financiering van Gewesten en Gemeenschappen en via de federale begroting (de ‘traditionele’) transfers. Sommigen becijferen daarnaast ook de transfers via interestlasten op de Belgische schuld. Methodologie en criteria zijn niet eenduidig. Maar het is duidelijk wat uit onderstaand overzicht kan worden afgeleid: elk jaar betaalt een Vlaming per kop een bedrag van om en bij 1.000 euro aan de zuiderburen. Per gezin tikt dat snel aan. Een overzichtje van de belangrijkste bronnen:

  • KU Leuven, 1975: 2,8 miljard euro
  • De economist en socioloog Michel Quévit publiceert in 1978 de studie ‘Les causes du déclin wallon’
  • Paul van Rompuy, KU Leuven, 1985: 4,2 miljard euro
  • KBC Studiedienst, 2003: 5,4 miljard euro
  • Vlaamse Administratie Abafim, 2004: 6,6 miljard euro in 2003
  • Steunpunt fiscaliteit en begroting, 2003: 4,8 miljard euro
  • Remi Vermeiren, Warandemanifest, 2005: 10,4 miljard euro (intrestlasten meegerekend)
  • De Waalse professoren Michel Mignolet (Namen), Olivier Meunier en Marie-Eve Mulquin, 2005: 5,6 miljard euro
  • Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid (AK-VSZ), 2007: 4,7 miljard euro
  • Henri Capron, professor ULB, 2007: 3,3 miljard euro (enkel via sociale zekerheid)
  • De Waalse professor Pestieau (Luik): 4 miljard euro (enkel via de sociale zekerheid)
  • Vives, 2007: 16 miljard (intrestlasten inbegrepen)
  • De Nationale Bank, 2008: 5,8 miljard euro
  • Vlaams Belang, 2009 (‘Vlaams geld in Vlaamse handen’): 12,7 miljard euro
  • Vives, 2010: 5,7 miljard euro (zonder schuld)
  • N-VA-studiedienst, 2010: 7,9 miljard euro
  • De Waalse professor Pagano (Luik): 6 miljard euro
  • N-VA-studiedienst, 2013: 8 miljard euro, waarvan 87 procent naar Wallonië, de rest naar Brussel
  • Vives, 2014 (voor de periode 2007-2011): 6 miljard
  • Guieseppe Pagano, 2014: vijf miljard euro
  • Cerpe, Universiteit Namen, 2015 (‘Les Transfers interregionaux en Belgique’, 2007-2012): 7,3 miljard euro (cijfer voor 2012)
  • Waals Instituut voor de Statistiek (IWEPS), ‘Rapport sur l’Economie Wallonne’: 4,6 miljard euro

In januari 2012 was het toenmalig premier Di Rupo die de Waalse vakbondsmilitanten probeerde te kalmeren met de vermelding van 7 miljard euro per jaar. “Le Nord représente 60% de la population du pays et il est solidaire des 3,2 millions de Wallons à hauteur de 7 milliards d’euros par an pour, entre autres, la sécurité sociale, l’accès aux soins de santé, … un budget que chaque Wallon aurait dû assumer en cas d’éclatement.” Voor één keer hoeft zelfs Di Rupo ons niet te overtuigen van zijn gelijk…