Veertig jaar al bestudeert de Franse historica Michèle Cointet-Labrousse de collaboratie in Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. In een knoert van 800 bladzijden publiceerde ze een “Nouvelle histoire de Vichy”.

Nuances

Geschiedenis is te interessant om over te laten aan historici; zeker aan jonge historici. Die hebben geen enkele levenservaring, maar meten zich toch een oordeel aan over het verleden. Die staan aan het begin van een loopbaan en zijn nog niet geblutst door intriges van rivalen, door maneuvers die eigenbelang als algemeen belang voorstellen. Die geloven nog officiële documenten, nota’s en brieven, terwijl – meestal zelfs – daar nog meer leugens in staan dan in de zelfgenoegzame herinneringen van tijdgenoten. Die veroordelen meestal radicaal de fouten van een vroegere generatie, want alleen het zwart-wit is overgebleven en het grijs is verdwenen met de dood van de meeste acteurs. Dat leidt dan tot gênant slechte artikels of boeken zoals er in Wetenschappelijke Tijdingen verschijnen, of miskleunen als het oostfrontstrijdersboek van Sax. Dat valt onmiddellijk op in het boek van Cointet-Labrousse: de afstand van keiharde interpretaties. Eerder veel nuances; zelfs een zeker begrip voor goede bedoelingen die slecht uitdraaien; een tikkeltje verwondering over de naïviteit van velen; inzicht in naakte persoonlijke zucht naar glorie en geld die verborgen wordt achter grote woorden over het vaderland. En een ontmaskering van de sluwheid waarmee velen in de oorlog zich indekken om aan de kant te staan van de winnaars, wie het ook zijn, plus een onbarmhartige analyse van de realiteit van de linkse collaboratie. Zo’n genuanceerd verhaal schrijft alleen iemand die zelf gelouterd is door het leven en die, in het geval van de schrijfster, getrouwd is met de andere grote Franse specialist van de periode.

Vergeten Frankrijk

Het boek verscheen vier jaar geleden, maar ik heb het eerst nu gelezen. Er is helaas geen Nederlandse vertaling. Ons buurland is tegenwoordig alleen maar interessant na een terroristische aanslag. De onbetekenendste voorverkiezing in een Amerikaanse negorij haalt wel het televisiescherm, want daar voelt de tv-mens zich eerst echt journalist en zelfs de VRT zendt zijn zonen en dochters niet met een aalmoes naar de VS. Het is ook een gevolg van de eenzijdige klemtoon op het Engels. Vlamingen kennen geen Frans meer en ze lusten die taal ook niet. De Vlaamse tv-zenders zenden alleen Franse films uit op de rottigste momenten in het zendschema. Het gevolg is dat de meeste Vlaamse kijkers wel vertrouwd zijn met Engelse en Schotse koningen die indertijd aan de rafels van West-Europa leefden, maar hun taal werd, honderden jaren later, de wereldtaal en zij krijgen een betekenis in tv-reeksen die ze in hun eigen tijd niet bezaten. Het Frankrijk dat Vlaanderen vijfhonderd jaar domineerde en soms terroriseerde, is zowat in de nevelen verdwenen. “En gaat het nu bijna over Vichy?”, vraagt de hoofdredacteur.

L’Etat Français

De Franse historica schrijft het geregeld: de naam “Vichy” is het gevolg van een latere succesvolle propagandacampagne van de tegenstanders. Na de Duitse overwinning in 1940 bepaalt een wapenstilstand dat de Duitsers drie vijfde van Frankrijk bezetten maar dat de rest van het land in Franse handen blijft. De Duitse overwinning veroorzaakt een enorme crisis in Frankrijk en leidt tot de verdwijning van de Derde Republiek en de stichting van “L’Etat Français” geleid door de Franse opperbevelhebber tijdens de Eerste Wereldoorlog, Philippe Pétain. De nieuwe regering mag in Parijs zetelen, want haar wetgeving is (dikwijls theoretisch) rechtsgeldig in het hele land, maar de nieuwe machthebbers zijn niet zo dom om onder het oog van Duitse officieren te besturen, al blijven hun diensten wel in de hoofdstad. Na een tussenstap in Clermont-Ferrand kiest de Franse regering voor een verblijf in het kuuroord Vichy waar de vele hotels de ministers en hun kabinetten ontvangen. Inmiddels heeft een onbetekenende generaal – de Franse kranten schrijven altijd “kolonel de Gaulle”, want hij krijgt die rang maar tijdelijk in mei 1940 – vanuit Londen een oproep gericht om verder te strijden. Niemand trekt er zich iets van aan, want Frankrijk wil niet verder vechten. Heden denkt men soms dat de Duitse overwinning op nauwelijks zes weken tijd een gezondheidswandeling was, maar de Franse soldaten vechten niet slechter dan hun vaders: 100.000 Franse gesneuvelden op zo’n korte tijd wijzen niet op een gebrek aan moed. Alleen zijn hun generaals nog grotere ezels dan die in de Eerste Wereldoorlog. Een paar Franse politici (en De Gaulle) wensen dat het leger zich terugtrekt naar de Middellandse Zee en verder vecht vanuit de Franse gebieden in Noord-Afrika: Marokko, Tunesië en Algerije. Er is niets voorzien voor die overtocht, en die zou waarschijnlijk tienduizenden doden veroorzaakt hebben. De Britten zijn bijzonder boos over het wapenstilstandsakkoord van hun Franse bondgenoten met de Duitsers. Alleen bewijzen de Britse aftocht in Duinkerken, einde mei begin juni, en de weigering de RAF in te zetten, dat eerste minister Churchill bereid is zijn land te verdedigen tot de laatste man… van het Belgische en het Franse leger. De Britten tonen dat een week na de wapenstilstand nog eens extra. Een deel van de Franse vloot ligt voor anker in Algerije en de wapenstilstand stelt duidelijk dat de vloot onder Frans bevel blijft. Zogenaamd uit angst voor een Duitse overname, waar in de verste verte geen sprake van is, laat Churchill de aangemeerde schepen kelderen. 1.300 Franse doden om de laffe Britse aftocht van het vasteland te compenseren. De Franse oorlogsschepen in Alexandrië in Egypte krijgen tezelfdertijd wel het beleefde verzoek van de Britten te ontwapenen en dat gebeurt zonder een nieuwe moord op de matrozen van de bondgenoot.

Chef de l’état

De historica meldt dat die Britse schanddaad het strootje is dat de Derde Republiek de rug breekt. Bijna alle Franse politici zijn razend. Ze geloven, zoals Leopold III, in een Duitse overwinning en ze plegen zonder veel problemen politieke zelfmoord. In een volkomen democratische stemming kiezen 569 van de 640 aanwezige Franse volksvertegenwoordigers ervoor om de Republiek op te heffen en zichzelf af te schaffen. Onder hen zijn 261 linksen, en ook zij leggen het bestuur in de handen van Pétain. Zij geven hem een blanco cheque. L’État Français is van bij de aanvang geen democratie, maar wordt wel democratisch geboren. Eerst geleidelijk krijgt hij de denigrerende benaming “Vichy” die voor altijd aan die oorlogsjaren kleeft. De nieuwe “Chef de l’Etat” (de functie van  “president” wordt afgeschaft) is een jongeling van 84 jaar. Maarschalk Pétain is de “overwinnaar van Verdun” in 1916, hoewel hij maar één van de acht commandanten was die in Verdun het leger heeft geleid. Maar hij was de eerste die de moorddadige tegenoffensieven afschafte, en die drie vierde van het Franse leger een tijd dienst liet doen in de loopgraven van Verdun zodat de soldaten geregeld afgelost werden en even naar huis mochten met verlof. Zijn prestige is ongerept. Na de vreselijke nederlaag van 1940 vertrouwen de Fransen nog alleen Pétain. Ze zijn zeker dat hij de enige is die voor Frankrijk een eervolle vrede uit de brand kan slepen; die hen beschermt tegen de Duitse overwinnaar en tegen de verraderlijke vroegere Britse bondgenoot, die natuurlijk naar het Franse koloniale rijk loert.

Jan Neckers

Komende week het slot (2/2)