Minister van Mobiliteit Galant heeft eindelijk een ontwerp Koninklijk Besluit klaar met betrekking tot het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaarttuigen in het Belgische luchtruim. Zowel liefhebbers als professionelen zullen het niet gemakkelijk hebben om zomaar drones in de lucht te sturen, al lijkt de toekomst veelbelovend en zien wetenschappers en ondernemers tal van revolutionaire toepassingen.

2016-09_02_Drones (Medium)De term ‘drone’ staat voor een onbemand luchtvaarttuig, niet zijnde een modelluchtvaarttuig of een speeltuig – dat is belangrijk (!) -, dat over een eigen aandrijving
beschikt en meestal van op afstand wordt bestuurd. In vakjargon spreekt men van een RPA, of Remotely Piloted Aircraft. Indien er bijkomende elementen aan een RPA worden aangebracht, zoals camera’s en sensoren, spreekt men van een Remotely Piloted Aircraft System (RPAS). Het klinkt een beetje technisch, maar het gaat inderdaad niet om speelgoed. Het ontwerp KB is terecht streng en laat weinig ruimte aan avonturiers. Ook de camerawetgeving en de wetgeving op de privacy is van toepassing bij het gebruik van drones.

Grenzeloze mogelijkheden

We hebben het niet over door propellers of straalmotoren aangedreven militaire drones, die soms vanop duizenden kilometers afstand bestuurd worden, en vooral in het Midden-Oosten hun dodelijke lading droppen, of verkenningsvluchten uitvoeren met gespecialiseerde spionageapparatuur. Die drones hebben meestal een vaste vleugel en kan men beschouwen als onbemande gevechtsvliegtuigen. Het KB heeft het over drones voor wetenschappelijk, commercieel en civiel gebruik. Meestal zijn dat ‘multicopters’, een verzamelnaam voor alle vliegende tuigen die worden aangedreven door meerdere propellers. Quadcopters en hexacopters, respectievelijk met vier en zes propellers, komen het meest voor en zullen wellicht in de nabije toekomst veelvuldig worden geproduceerd en gebruikt.

De mogelijkheden zijn vrijwel onbegrensd, zoals we konden vernemen op een lezing naar aanleiding van de recente tentoonstelling Up in the Air in Leuven. Ontwikkelingen in de dronetechnologie volgen elkaar in snel tempo op. De toepassingsmogelijkheden lijken eindeloos. Zo had Jon Verbeke (Arial Robotics KU Leuven) het over de inzetbaarheid van drones in de landbouw. In de toekomst zal het voor een fruitboer mogelijk zijn om een drone met gerichte camera’s tussen de appelbomen te sturen, de appels stuk voor stuk op te meten en het gewicht ervan te bepalen. Dat laat de boer dan toe het beste moment te bepalen om te oogsten, met het juiste aantal arbeiders die hij daarvoor moet inhuren. Maar tal van andere toepassingen kondigen zich aan.

Enkele voorbeelden: luchtfotografie ten behoeve van de immobiliënsector; inspectie van windmolens; opruimen van nucleair afval in de energiesector; opsporen van milieuvervuiling; benaderen van moeilijk te observeren plaatsen door brandweer en politie; afleveren van pakjes via de lucht door koerierdiensten en het snel ter plaatse sturen van dringende geneesmiddelen of medische apparatuur. Mark Zuckerberg van Facebook kauwt op het plan om met drones wereldwijd draadloos internet mogelijk te maken. De drones zouden een vaste positie krijgen op twintig kilometer hoogte en instaan voor gegevensuitwisseling tussen satellieten en computers op de grond. Dat zou vooral het onderwijs in afgelegen gebieden in Afrika en Zuid-Amerika ten goede komen. De drones zouden permanent in de lucht kunnen blijven door aandrijving op zonne-energie.

Energie is één van de grote uitdagingen voor dronewetenschappers. Veel drones zijn na een halfuur in de lucht al vlug aan een batterijwissel toe. In de onderzoekswereld ligt het accent dan ook op de ontwikkeling van gebruiksvriendelijke drones met een laag energieverbruik. Miniaturisatie is aan de orde, omdat veel afhangt van het gewicht en de activiteit die de drone zal moeten verrichten.

Niet voor doetjes

In het nog beperkte dronewereldje reageert men met gemengde gevoelens op het ontwerp KB van Galant. Het KB werd al getoetst aan de Europese regelgeving en gaat nu door de draaimolen van commissies en naar de Raad van State. Wie echt met drones aan de slag wil, zal in elk geval aan heel wat eisen moeten voldoen. De opleiding van dronepiloten is strikt gereglementeerd en vergelijkbaar met die voor privépiloten. Een theoretische cursus dient gevolgd, met alle vakken die ook privépiloten onder de knie moeten krijgen. Het gaat om een pakket van elf vakken, zoals meteorologie, luchtvaartwetgeving en aerodynamica. Zoals bij privépiloten dient de kandidaat-dronepiloot op ieder vak minstens 75 procent te behalen om te slagen. Daarnaast moet hij/zij over dezelfde medische geschiktheid beschikken als piloten van lichte vliegtuigen. Er is uiteraard een praktische proef voorzien. Eens een certificaat van bevoegdheid behaald, dient iedere vlucht ingeschreven te worden in een logboek en volledig gedocumenteerd te zijn voor wat betreft de voorbereiding en de uitvoering ervan.

Alles heeft natuurlijk te maken met de veiligheid van het vliegverkeer. Behoudens uitzonderingen, die worden toegestaan door het Directoraat-Generaal van de Luchtvaart, zullen drones ook niet hoger mogen vliegen dan driehonderd voet (honderd meter) en dienen ze op ruime afstand te blijven van luchthavens, obstakels en specifieke gevaarlijke zones. Men mag er niet aan denken dat een onverlaat een drone in de motor van een landend passagiersvliegtuig stuurt. Ook de exploitanten van dronebedrijven zullen moeten voldoen aan heel wat administratieve en technische voorwaarden. Iedere drone voor commercieel gebruik zal technisch gekeurd en geregistreerd moeten worden zoals een vliegtuig. Minder commercieel aantrekkelijk is het feit dat autonome vluchten voor drones niet worden toegestaan. Dat betekent dat de piloot steeds visueel contact moet hebben met het toestel en moet kunnen ingrijpen. Er is voorlopig geen sprake van drones die, gestuurd door gps, pakjes zullen afleveren op vooraf ingestelde coördinaten, ook al is dit een toepassing waarvan vele distributiebedrijven dromen.

Veiligheid primeert

Het meest ontgoocheld in het ontwerp KB zijn de hobbyisten en particulieren die nu opgezadeld zitten met een drone van meer dan een kilogram. Wie daarmee wil vliegen zal een opleiding moeten volgen als dronepiloot. Men mag daarvoor al vlug rekenen op een prijskaartje van 5.000 euro, zonder de kostprijs van de drone. Trouwens, tot op heden zijn er in België nog geen erkende opleidingscentra.

De eigenaar van een drone van minder dan een kilogram, voor niet-professioneel gebruik, kan die dan weer enkel binnenshuis gebruiken of laten vliegen in de tuin of een niet-openbare ruimte tot op een hoogte van maximaal tien meter. Bovendien moet er te allen tijde rekening gehouden worden met de privacy. De zonnebadende buurvrouw observeren met een minicamera is uit den boze.

Met het ontwerp KB maakt minister Galant bijgevolg niet iedereen gelukkig. België is ten opzichte van andere landen al rijkelijk laat met wetgeving, maar wilde niet over één nacht ijs gaan. Het is duidelijk dat veiligheid van het luchtverkeer primeert, ook al schijnt men voorbij te gaan aan de commerciële realiteit. Men vreest dat potentiële exploitanten – en er zijn er nogal wat in de Kempen – benadeeld zullen zijn ten opzichte van concurrenten in de buurlanden. Het Belgisch ontwerp KB heeft inmiddels wel het voordeel dat het is aangepast aan de Europese regelgeving. Niet alle lidstaten zijn al zover. Op de tweede Drone Days, die op 5 en 6 maart plaatsvinden op de site Tour & Taxis te Brussel, zullen liefhebbers en geïnteresseerden in elk geval weten waarover gesproken.

RIRO