Kranten en andere media hebben al aardig wat inkt en woorden verspild aan het gat in de federale begroting. Een papieren tekort van twee miljard, wat een spektakel. Dat er weinig redenen zijn om opgewonden te doen over de Belgische portemonnee weten we ook wel. Maar we hebben nog minder reden om onder de indruk te zijn van de vele analyses. Die roepen een soort storm over (in dit geval) Belgenland uit, zonder het te hebben over de oorzaken van de te trage afbouw van tekorten.

2016-10_01_Hoofdartikel (Medium)Een begroting is de facto niet veel meer dan een raming van inkomsten en uitgaven, een wegwijzer voor gezinnen, bedrijven, verenigingen en besturen. Maar een begroting is ook een vodje papier, want nood breekt wet. Valt er iets tegen, dan zoek je maar uit hoe je het gat in de portemonnee kan dichtnaaien.

De rel ging vooral over een minderinkomst van 1,4 miljard aan voorafbetalingen. Geen peulschil, maar daar waren verklaringen voor. Ondertussen hebben de ambtenaren de fout voor hun rekening genomen.

Kritiek

John Crombez (sp.a) en Kristof Calvo (Groen) moeten hebben gedacht dat ze zouden scoren met deze suggestieve vraag: “Waar is dat geld gebleven?” In progressieve kringen suggereerde men net niet dat Van Overtveldt aan de haal was gegaan met onze centen.

Voor hij straks mag gaan wandelen met de hond, liet de Heer Eric van Rompuy (CD&V), zich nog even opmerken met wat gekef over diezelfde verrekte N-VA’er, “een tout petit monsieur”. Als ook dit soort tackles behoort tot de nieuwe assertievere koers van voorzitter Wouter Beke, dan neemt CD&V risico’s.

Econoom Koen Schoors greep het begrotingsincident aan om – geeuw – zijn Belgiëgevoel nog even te etaleren. Zit de federale overheid in financiële nood? Geen probleem, Vlaanderen (natuurlijk – red.) en Wallonië (onwaarschijnlijk tot onmogelijk) moeten maar de putjes dempen. Het wordt immers tijd dat we de regionalisering terugschroeven en bevoegdheden opnieuw unitair maken (federaliseren).

Dat zijn maar drie voorbeelden van dramatisch theater en bijna ziekelijke communicatie.

Zouden die heren echt niet kunnen vermoeden dat die twee miljard wel zullen worden gevonden? Dat wat we in een begroting vastleggen een wegwijzer is, die uiteindelijk weinig efficiënt wordt als er zich onvoorziene omstandigheden voordoen?

Moesen

De Leuvense economieprofessor Wim Moesen is een verstandig man, en het is goed dat hij er op tijd en stond op wijst dat de bestuurders bij de les moeten blijven.

Volgens de naar hem genoemde Moesen-norm, moeten de overheidsuitgaven (tijdelijk) worden bevroren (de ‘nominale’ norm) of worden beperkt tot de inflatie (de ‘reële’ Moesennorm) om de publieke financiën te saneren en de economie te stimuleren. Het enige wat nog kan, is ergens snoeien om elders te kunnen groeien. Op die Moesen-norm baseerde de N-VA haar vorige verkiezingscampagne.

Dat is ongetwijfeld een interessant economisch perspectief, maar het wordt getorpedeerd door het terrorisme, door massieve migratie en de toestroom van asielzoekers in Europa, die voor een nieuwe werkelijkheid hebben gezorgd. Het zou Moesen en al wie hem ter hulp roept sieren dat even “in rekening” te nemen. Enkele jaren geleden was het moeilijk te voorspellen dat uitgaven voor defensie (Vandeput) en veiligheid (Jambon), maar ook voor het financieren van de migratie- en asielkosten het theoretische model in de gracht zouden rijden.

Didier Reynders liet dat al duidelijk verstaan in zijn sobere, maar wel nuchtere commentaar. Een structureel begrotingsevenwicht realiseren in 2018 zal niet eenvoudig zijn, met telkens nieuwe uitgaven op het vlak van veiligheid, asiel en migratie.

Eén miljard

Om welk bedrag gaat het? Hierover zijn politici opmerkelijk zwijgzaam. Zuhal Demir zei in De Morgen: “In België zitten we aan 1 miljard. Met dat geld kunnen we hier 35.000 mensen opvangen. Als we datzelfde bedrag in die kampen (ter plaatse) investeren, kunnen we daar een veelvoud van dat aantal op een menswaardige manier opvangen.”

Asiel en migratie zijn peperduur. Stop dus de “troostende” leugen die daaraan vaak wordt gekoppeld. De nieuwkomers zouden “goed zijn voor onze economie”, heette het niet zo lang gelden, ook in werkgeverskringen. Groter kan de leugen niet zijn.

Theo Francken liet de werkelijkheid even berekenen door Fedasil. Het aantal asielzoekers in de opvang die deze opvang moet verlaten omdat ze voldoende verdienen, is zeer klein. Het gaat om slechts een paar gevallen per jaar, aldus Fedasil. Slechts een miniem deel van de tienduizenden asielzoekers in ons land vindt werk. Sinds 2013 zijn er maar zo’n achthonderd asielzoekers die werken in ons land… “Slechts een kleine 40 procent van de erkende vluchtelingen is na vier jaar aan het werk”, zei zijn partijgenote Demir.

Wie de RVA- en VDAB-statistieken en de daaruit naar het leefloon verwezen werklozen kent, weet waarom dat zo is. Er lopen hier namelijk al veel langer behoorlijk wat mensen rond die leven van onze sociale ondersteuning (werkloosheidsvergoeding of leefloon). Die eerder overgekomen nieuwkomers zijn in die statistieken al een hele tijd oververtegenwoordigd.

Sociaal?

Het geld voor alle “onvoorziene” omstandigheden die een begroting kunnen en zullen doorkruisen, zal van ergens moeten komen. Daarnaast is er ook geld nodig om de uitgaven voor de taxshift te compenseren, moet er 500 miljoen extra naar de deelstaten, en moet er almaar meer geld naar de sociale zekerheid (werkloosheid, pensioenen, ziekte-uitkeringen).

In zijn commentaar hierover heeft professor Moesen wél gelijk: wie naar billijke sociaaleconomische recepten zoekt, mikt best op een gedeelde inspanning. Daartoe behoort ook een transparante vermogenswinstbelasting (op aandelen, huuropbrengsten, spaargelden). Die mag geen taboe zijn, evenmin als het zoeken naar een goed uitgebalanceerd evenwicht tussen het bestrijden van sociale en fiscale fraude.

Samengevat: ook wie veel heeft, zal mee de portemonnee moeten openen. Of het nu gaat om ondernemers, sportlui of rijke artiesten, waarvan Het Nieuwsblad vorige week interessante lijsten publiceerde, even met de uitgestoken hand ook in die richting kijken, waarom niet?

Als de N-VA naar de volgende verkiezingen wil gaan met een imago van geloofwaardigheid, moet die partij over die problematiek wellicht bijsturen. De zwakke plek wegmasseren waar ze nu kwalijk kan worden geraakt, door CD&V, maar misschien ook wel door Vlaams Belang.

Kamerlid Peter Dedecker (N-VA) zat vorige zondag echt met de mond vol tanden, toen hem in een debat in De Zevende Dag meerdere keren werd gevraagd of de N-VA één maatregel kon opnoemen die ook de beter bemiddelde bevolkingsgroepen aansprak om bij te dragen tot de financiële sanering. Dedecker draaide om de hete brij heen. Dat kan zijn partij niet blijven doen.

‘t Pallieterke