… zullen ze zich antifascist noemen. Dit is een gezegde van de grote Joods-Nederlandse historicus Jacques Presser (niet van Winston Churchill) die zijn vrouw Dé in Auschwitz verloor.

Een neus voor de echte fascisten

Vijftien jaar was ik toen mijn tante me twee Elsevier-pockets kocht: een goedkope versie van “Napoleon” van Jacques Presser. Ik heb de boeken gelezen en herlezen; ook al omdat geen enkele Nederlandse of Vlaamse historicus zo spannend over geschiedenis kon schrijven. Geen wonder dat hij ook goede detectives als “Moord in Meppel” schreef. Presser dook onder tijdens de oorlog en schreef zijn “Napoleon” terwijl hij aan een andere bloedige dictator dacht. Zijn jonge vrouw werd onvoorzichtig genoeg met een slecht vervalst paspoort opgepakt en gedeporteerd. Hij die beter dan wie ook wist wat in de vernietigingskampen gebeurde, heeft jaren gewacht en gehoopt op haar terugkeer. Tevergeefs natuurlijk, en hij heeft haar dood nooit verwerkt. Hij had een neus voor fascisme en nazisme ontwikkeld en rook de solfer toen mei 1968 ook in Nederland arriveerde. Hij zag hoe nieuw-links narcistisch zichzelf op een morele heuvel van menselijke superioriteit zette, hoe tegenstanders weg geschreeuwd werden, hoe discussies niet langer mogelijk waren, hoe alleen hun waarheid mocht verkondigd worden en andere meningen moesten kalt gestellt worden. Hij deed zijn uitspraak meer dan veertig jaar geleden maar ze is nog altijd correct en hij heeft gelukkig nooit de verstikkende intellectuele houdgreep gekend die Nederland en vandaag nog altijd Vlaanderen probeert te wurgen.

Het verdriet van Holland

In Vlaanderen hebben meer en meer mensen de buik vol van de opportunistische bende die nog altijd de media in handen heeft. Daar vind je ware opvolgers van de opportunisten die 83 jaar geleden Hitler en Goebbels deden opkijken toen ze drie maanden na de Machtsübernahme verbaasd merkten dat er geen koppen moesten rollen. Iedereen schreef netjes de politiekcorrecte leugens van die tijd neer. Iemand die aan de Presser-definitie beantwoordt, is de Vlaamse clown Tom Lanoye. Hij was in Nederland vooral bekend door wat inferieure romans en oervervelende toneelstukken gebaseerd op Shakespeare, Euripides enz. bij gebrek aan eigen inspiratie. Nu is hij vooral beroemd door een belachelijk artikel in NRC/Handelsblad. Titel: het verdriet van Holland. Hij eist daarin luidruchtig dat Nederland eindelijk een schutskring rond Geert Wilders zou instellen, want het wordt hoog tijd dat de Nederlandse politici en intellectuelen zich spiegelen aan het succesvolle Vlaamse Beispiel. Nederland kent natuurlijk niet de antecedenten van deze “groene democraat” die Sint-Niklaas met een Antwerps accent spreekt. Ooit loog hij (zelf homo) in Humo dat homo’s voor het Vlaams Belang stemmen omdat ze van sterke mannen houden. Over mohammedanen en hun homohaat zweeg hij. Mia Doornaert noemde hij minachtend een bijna gepensioneerde journaliste, want het jeunisme is een typisch fascistisch trekje.

Een falende intellectuele klasse

En toen viel Nederland zuur en boos van zijn stoel. Nederland vroeg zich af hoe deze oetlul die nonsens kon debiteren nadat Parijs, Zaventem en Brussel moorddadig getroffen zijn als een rechtstreeks gevolg van “Het verdriet van België”. De nog altijd bestaande schutskring rond het Vlaams Belang heeft ervoor gezorgd dat de reële problemen veroorzaakt door de ongecontroleerde instroom van honderdduizenden aanhangers van een criminele ideologie onder de mat geschoffeld werden. Nederlanders merkten op dat die schutskring inderdaad voortreffelijk werkte: maar dan wel ten voordele van salafisten en jihadisten. Typisch voor het fascisme was dat men anderen van misdaden beschuldigde die men zelf beging. Hitler schreeuwde voortdurend dat ie vrede wilde terwijl hij oorlog voorbereidde. De Vlaamse correcten vervloekten “de extreemrechtse antipolitiek” terwijl ze de belangen en de problemen van een groot deel van de Vlamingen onder de mat veegden; HET voorbeeld van antipolitiek. De bekende hoogleraar Afshin Elian, een Perzische vluchteling die het mohammedaans fascisme aan den lijve ondervond, besloot daarom in Elsevier dat het “cordon sanitaire een domme en antipolitieke uitvinding is”. En hij eindigde met: “Lanoye representeert het intellectuele en politieke onvermogen om met de realiteit om te gaan. Wat een drama: een falende staat en een falende intellectuele klasse.”

Willem de Prater