Twitteraar

Mijnheer de eerste tweetburger,

Gij hebt u dezer dagen laten opmerken door op Twitter een paar meninkjes te kwetteren in het kader van het historische referendum dat op 6 april in de Noordelijke Nederlanden heeft plaatsgevonden en waarbij men ja of neen heeft kunnen zeggen tegen een EU-associatieverdrag met Oekraïne. Niet geheel onverwacht, maar toch verrassend kwam daar een massief ‘neen’ uit de bus en werd het kiezersquorum nog goed gehaald ook. Jawel, een streep door de rekening van de ‘regenten’ uit Den Haag, maar ook een flinke dreun in de onderbuik van de EU-elite die dat niet gewoon is, en het zelfs niet echt leuk vindt dat het gewone volk ook eens zijn mening zegt.

Ook gij deedt uw duit in het zakje met het leveren van commentaar. Uw eerste tweet was meteen duidelijk: “‘Nee wint’ En nu dus wachten op kenners over rechts populisme, anti-Europa, enz. En dan: dit telt niet! #Nederland

Hiermee gaaft gij meteen een sneer naar de linkerzijde én de mediamakers – vaak zijn het weliswaar dezelfden – die de boel kapot zouden willen relativeren en marginaliseren om uiteindelijk voldoende redenen te hebben om de zaak verticaal te klasseren. Een volgende tweet liet ook niets aan de verbeelding over: “Europakenners moeten stoppen met kritiek van gewone mensen af te doen als dom, om daarna steevast te zeggen dat meer Europa de oplossing is.” Hiermee zegde gij al de hooggeleerde lieden die zich blind staren op de Europese Unie, die zij verafgoden, de wacht aan. En in een derde tweet gaaft gij een commentaar op David van Reybrouck die in een artikel de grond aanveegde met het organiseren van referenda omdat het gepeupel niet zou weten waarover het gaat: “Ook schrijver dezes vindt de mensen te dom om politiek te oordelen. Vrolijk terug dus naar de 19de eeuw.” Gij hebt de nagel drie keer trefzeker op de kop geslagen. Inhoudelijk heb ik daar zelfs helemaal niks aan toe te voegen.

Maar ik maak er wel enkele politieke bedenkingen bij. Gij geeft al tweetend op zijn minst de indruk dat gij een groot voorstander van referenda zijt, maar ik vind daar niet veel – om eerlijk te zijn: niets – van terug in uw parlementair werk. Ook in de standpunten van uw partij vind ik geen duidelijk pleidooi om ook in Vlaanderen of België referenda te organiseren. Er wordt wel met behoorlijk wat sympathie gesproken over de referenda in Wales, Schotland, Catalonië, Zwitserland en Nederland, maar ik ervaar dat vanuit uw hoek als ‘sympathiek, maar enkel geschikt voor buitenlands gebruik’. Zelfs uw partij zegt voorzichtig te willen zijn in dat soort beslissingsvormen, zeker na het debacle dat wij in 1950 meemaakten naar aanleiding van de Koningskwestie. Los daarvan beweren grondwetsspecialisten dat de Belgische grondwet het instellen van een referendum in de weg staat.

Om daaraan tegemoet te komen, werd er aan het einde van de vorige legislatuur een ‘Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet’ gestemd, waarin een voorstel van het Vlaams Belang om bindende referenda mogelijk te maken, precies op basis van de Grondwet, het niet haalde. Uw partij had dat voorstel wel gesteund omdat zij toen mee in de oppositie zat, maar verder heeft zij daar niks mee gedaan. Ook geen eigen concreet voorstel dus. Ook in het regeerakkoord van Charles Michel is daar niks van te bespeuren. En met mijn slecht karakter vraag ik mij af: als er aan het einde van deze legislatuur weer voorstellen zullen gedaan worden om de Grondwet te herzien, zult gij die van Barbara Pas opnieuw steunen? Of gaat gij als Kamervoorzitter-referendumsympathisant misschien zelf een voorstel indienen? Gelet op uw tweets, durf ik het hopen, maar ik wacht met een visadempje af. Eerst zien en dan geloven… Maar aangezien gij de gewone burgers niet te dom vindt om in een referendum te stemmen, hebt gij er alle reden toe om daar werk van te maken. Kunnen wij op u rekenen? Tweet, tweet! Tweet, tweet!

’t Pallieterke