De Panama Papers staan symbool voor het verbergen van kapitaal. Hoe zit het in dat verband met de Coburgs? Leopold I wordt in 1831 koning der Belgen. Zijn motto is dat de toename van zijn persoonlijk vermogen moet samenlopen met de toename van de welvaart van België.

Tijdens zijn leven is de koning erin geslaagd voor 80 % aandeelhouder te worden van de Generale Maatschappij. Op het einde van zijn leven is hij tussen 200 en 300 miljoen euro waard. Daarvan bevindt 100 miljoen euro zich op een Franse rekening van de Rothschilds.

Zoon Leopold II zal een nog groter fortuin verwerven met Congo. Ook hij zal een deel van zijn vermogen in het buitenland verbergen. Zo richtte hij de Niederfullbachstichting in Duitsland op. Na het overlijden van Leopold II proberen zijn drie dochters de eigendommen van deze stichting te bemachtigen. Ze verliezen de rechtszaak tegen de Belgische staat.

Albert I, neef van Leopold II, houdt zich minder met financiële zaken bezig. Hij houdt meer van bergbeklimmen (en het beklimmen van rondborstige dames). Toch is ook hij een verwoed aandelenbelegger. Als er doden vallen bij een mijnramp, dan schrijft Le Peuple dat de koning bezorgder is over de waarde van zijn aandelen dan over het lot van de mijnwerkers. De hoofdredacteur wordt prompt in de gevangenis gegooid.

In 1934 is het aan Leopold III. Hij zal snel rijk(er) worden door te speculeren op devaluaties van het pond en de frank. Een Amerikaanse krant schat zijn aandelenpositie in de Generale Maatschappij in de jaren vijftig op 500 miljoen euro en in het boek “Vorstelijk vermogen” schreven we al dat Leopold een grote positie had in de groep Empain.

Leopolds broer Karel mag het na de oorlog even overnemen als regent. Hij zal onmiddellijk misbruik maken van zijn positie als hij bij de Gutt-operatie miljoenen verdient. Later zal hij zijn volledige vermogen aan de fiscus ontrekken via Anstalts in Liechtenstein. Dat begint al zeer onfris te ruiken.

Boudewijn zal de devaluatietruc van zijn vader in 1982 recycleren als hij 12 miljard frank naar de VS versast. En zes jaar later zal het koningshuis de resterende 4 procent aandelen in de Generale Maatschappij verkopen via een Zwitserse vennootschap.

Albert II heeft ook iets met Zwitserland. Wanneer ons land in Saoedi-Arabië enkele ziekenhuizen mag bouwen, wordt fluks op een Zwitserse rekening smeergeld betaald aan vier prominente Belgen. De naam van Albert valt in dit Eurosystem Hospitalier dossier. Later wordt Galatsi Royal Business in Panama opgericht. Het is een vehikel om te beleggen in Moneytron. Opnieuw wijst men naar Laken. Er is ook sprake van rekeningen in Luxemburg – Xenor, Yorta en Zorbas – en zelfs offshore schermvennootschappen in Liberia. Denk evenwel niet dat de naam Saksen-Coburg zal opduiken in de Panama Papers. Sinds Leopold I hebben de Coburgs immers met stromannen gewerkt. En die traditie houden ze nog steeds in ere.

Thierry Debels