In België is het verboden om officieel naar de godsdienstbeoefening te vragen. Ook in enquêtes komt dit gegeven dus amper aan bod. Toch zijn er indicaties, al wordt daar niet breedvoerig over geschreven. De linkse socioloog Jan Hertogen publiceert in zijn nieuwsbrieven (BuG, Bericht uit het Gewisse) regelmatig statistieken over tal van sociologische thema’s, niet het minst over migratie en asiel. Vorige najaar deed hij een poging om ook iets zinnigs te kunnen vertellen over het aantal moslims in dit land. Die cijfers kwamen recentelijk weer onder de aandacht.

2016-14_05_Meer praktiserende moslims (Medium)In zijn BuG van 18 september gaf Hertogen cijfers over het aantal moslims in 2011, 2013 en 2015. Hij deed dat op basis van beschikbare en betrouwbare statistische gegevens over vreemdelingen en “nieuwe Belgen”, op basis van informatie en internationale bronnen over het percentage moslims in de herkomstlanden, van laïciseringspercentages, en zo meer.

Volgens Hertogen waren er, zonder rekening te houden met het wachtregister asiel, in dit land in september 781.887 moslims. In een percentage uitgedrukt gaat het om 7,0 procent van de bevolking. In de periode 2011-2015 is het aantal moslims met ruim 96.000 toegenomen. Met het aantal asielzoekers dat er sinds vorige zomer bijkwam, zitten we dus zeker een eind boven de 800.000.

Regionaal

Het zal niemand verbazen dat Hertogen uitkwam op grote regionale verschillen, maar dan vooral tussen Vlaanderen (329.749 of 5,1 procent moslims) en Wallonië (174.136 of 4,9 procent moslims) enerzijds en het Brussels Gewest (277.867 of 23,6 procent moslims) anderzijds.

Antwerpen is de Vlaamse provincie met de meeste moslims (7,5 procent of bijna een procent meer dan in 2011). Daarna volgen Limburg (6,3), Vlaams-Brabant (5,2) en Oost-Vlaanderen (5). West-Vlaanderen telt maar 2,1 procent moslims.

Gemeenten

Binnen de gewesten en provincies zijn de verschillen ook enorm. Voorop de Brusselse gemeenten met 45 procent moslims in Sint-Joost-ten-Node, op korte afstand gevolgd door Sint-Jans-Molenbeek en Schaarbeek. Binnen het Brussels Gewest zijn er ook vijf gemeenten met minder dan tien procent moslims.

In Wallonië wordt de top aangevoerd door Luik (17,7 procent), gevolgd door Charleroi (16,3) en Verviers (13,8)

In Vlaanderen is de oude mijngemeente Beringen koploper met 20,9 procent moslims, gevolgd door Heusden-Zolder (19,6), Antwerpen (18,8 procent of 2 procent meer dan vier jaar geleden), Vilvoorde (17,2) Maasmechelen (14,9), Mechelen (14,7), Gent (16,5). Boven tien procent scoren ook Houthalen-Helchteren, Zele, Ronse, Willebroek, Lokeren, Machelen en Boom. Oostende telt er 5,3 procent.

In Vlaanderen heeft 39 procent van de moslims een Marokkaanse achtergrond, 33 procent een Turkse.

Praktiserend?

Op 19 maart schreef De Standaard dat de islam de grootste religie van het land zou zijn geworden. Auteur Ruben Mooijman baseert zich op cijfers van Hertogen en van de Leuvense politicoloog Marc Hooghe.

De 800.000 moslims becijferen is één ding (zie kader); het aantal praktiserende moslims daaruit halen, is veel moeilijker. Hertogen komt uit op 400.000 praktiserende moslims. Hooghe becijferde in 2011 het aantal katholieken op vraag van de Belgische Bisschoppenconferentie. Hij kwam uit op ruim 315.000 actieve kerkbezoekers. Dat aantal daalt steevast, en zal vandaag bijgevolg nog wat lager liggen: minder dan 200.000.

Die raming mag dan al ruw zijn, maar wie het kerk- en moskeebezoek aanvaardt als criterium en niet blind leeft, ziet dat het kerkbezoek wegdeemsterde in de stad en fors verminderde op het platteland. Moskeeën zijn dan weer almaar meer en grotendeels in de steden te vinden.

Provocatie

Hertogen, nooit verlegen om een provocerende stelling, vindt dat die vaststelling maar eens moet leiden naar een verschuiving van de centen: “Het geld dat vrijkomt door de daling van de kosten voor de katholieke eredienst, had kunnen worden verschoven naar de islam. Maar dat gebeurt niet. We dreigen zo het vertrouwen van deze groep medeburgers te verliezen.”

Geen probleem

Voor Hertogen is die massale instroom van migranten, asielzoekers en moslims niet het minste probleem. “De evolutie is niet van aard om vlug een moslimmeerderheid te geven, in België, Vlaamse steden of Brussel”, sust hij. Zelfs in de meest doorgedreven extrapolaties zal Brussel de komende decennia maximaal 30 procent moslimaanwezigheid kennen. Ook moslims gaan dood als ze ouder worden”.

Het klopt dat ook de immigranten uit islamlanden verouderen, en dat ze uiteindelijk maar een minderheid vorm(d)en van de nieuwkomers. Maar dat dreigt met de huidige instroom van asielzoekers en economische migranten duidelijk anders te worden. De meesten komen uit het Midden-Oosten. Het aantal moslims zou tegen 2050 nog verdubbelen, lezen we in een opiniestuk van Hermes Sanctorum (Groen) in De Morgen.

De stelling van Hertogen is een perfecte doorslag van zijn politieke voorkeur, en die is extreemlinks. Hier ontbreekt de plaats voor beschouwingen over de enorme kloof tussen westerse democratie en de islamwereld. Dat gaat niet alleen over een verschil in taal en cultuur, in gewoonten en gebruiken, kortom, in identiteit, maar ook inzake waarden, opvattingen over gelijkheid, democratie, tolerantie, etc.

Wat Herman Brusselmans vorige week in Humo schreef, toont aan dat ook een deel van links zich zorgen maakt over de instroom van (radicale) nieuwkomers uit islamlanden: “Uiteraard willen wij van links zoveel mogelijk oosterlingen binnen onze grenzen, … en als er al eens een paar van hun jongeren oude vrouwtjes overvallen, drugs dealen, stelen en jatten, meisjes in korte rokjes uitschelden voor hoer en te veel gel in hun haar smeren, dan is dat alweer onze eigen schuld, want wij verzaken om deze jongeren goed onderwijs te geven, en wij buizen hen op school omdat ze maar een half woord Nederlands brabbelen, en wij geven hen niet genoeg de sociale opvang…”

Het politiek correcte denken loopt de jongste tijd op almaar zwakkere beentjes.

Anja Pieters


De teller en zijn methodiek

Jan Hertogen is socioloog, en oud-medewerker van het Sociologisch Onderzoeksinstituut van de KU Leuven. Hij telt tweejaarlijks het aantal moslims voor het Centre Interdisciplinaire d’Etudes de l’Islam dans le Monde Contemporain (Cismodoc) van de UCL in Louvain-la-Neuve.

Hertogen vertrekt vanuit bevolkingsgegevens (aantal inwoners van buitenlandse nationaliteit: vreemdelingen en Belg geworden nieuwkomers) en koppelt die aan moslimpercentages zoals die berekend werden in buitenlands onderzoek (Pew Research Center, en Bundesamt für Migration und Flüchtlinge)

Bij wijze van toelichting: als uit Duits onderzoek blijkt dat 83 procent van de in Duitsland verblijvende Marokkanen zich moslim noemt, dan kan je er bij benadering en tot zolang het tegendeel is bewezen van uitgaan dat dit cijfer ook voor de Marokkaanse moslims bij ons mag worden gehanteerd.

Heel wat moeilijker is het te achterhalen hoeveel moslims hun godsdienst actief beleven, bijvoorbeeld via regelmatig moskeebezoek. Volgens Hertogen is de helft van de moslims praktiserend.