Norbert Hofer van de radicaal-rechtse FPÖ (anti-migratie, anti-islam en anti-Europa) won zondag met voorsprong de eerste ronde van de Oostenrijkse presidentsverkiezingen. De 45-jarige luchtvaarttechnicus kreeg goed 35 procent van de stemmen.

Omdat geen van de kandidaten minstens 50 procent van de stemmen behaalde, komt er op 22 mei een tweede ronde. Hofer neemt het daarin op tegen de 72-jarige economieprofessor Alexander van der Bellen, gesteund door de Groenen, die 21,3 procent behaalde.

De 69-jarige onafhankelijke juriste Irmgard Griss strandde op 19 procent. Kandidaten van de twee grote traditionele partijen (SPÖ en ÖVP, sociaaldemocraten en conservatieven) kwamen er niet aan te pas. Ze reageren als “haasjes in een schiettent op de kermis”, lezen we in De Volkskrant. Wat ze ook doen in zowat alle Europese landen. “Het begint op een patroon te lijken.”

Heldin?

Het kan daar op 22 mei nog spannend worden, als de kiezers van andere partijen doen wat de Fransen deden tegen Marine le Pen. Een spelletje allen tegen één.

Een president heeft in Oostenrijk relatief weinig macht, maar benoemt wel de kanselier en de ministers en mag het parlement ontbinden. Hofer beloofde dat hij als president prompt de kanselier en de regering zal ontslaan. Van der Bellen verzekerde dan weer dat hij als eerste burger nooit een FPÖ’er als bondskanselier zal beëdigen. In Oostenrijk zijn er (ten laatste) parlementsverkiezingen in 2018.

In De Tijd analyseert Bart Haeck het zo: als Oostenrijk politiek “niet stabiel blijf, heeft de EU echt een probleem”. Oostenrijk toont hoe snel zoiets tijdens een migratiecrisis kan gaan. Dat zagen we ook in het referendum in Nederland, bij de jongste verkiezingen in andere landen, niet het minst in Duitsland.

Merkel – die een omstreden deal sloot met de Turkse president Erdogan – is voor de Turken een heldin, niet voor de Duitsers. Het akkoord moet dodelijke overtochten naar Griekenland beperken, en Syrische asielzoekers vanuit Turkije naar overal in de EU overvliegen. Of dat zal lukken, valt nog te bezien. De exodus naar Europa (vooral naar Duitsland) kan bij het intreden van de zomer weer toenemen, langs andere kanalen. Bovendien daagt “vriend” Erdogan de Europese democratie uit, met arrestaties en uitwijzing van opposanten, en het mobiliseren van zijn vijfde colonne Turken in Europa tegen vrijpostige cabaretiers en ander ongewenst volk.

Dat zet Merkel onder druk. Haar partij kreeg bij regionale verkiezingen al een waarschuwing van de kiezers. De sterke positie van haar CDU komt met de Turkije-deal nog meer in het gedrang. Er volgen dit jaar nog deelstaatverkiezingen en volgend jaar kiezen de Duitsers een nieuwe kanselier.

Demonen

De Oostenrijkers aanvaarden niet langer dan hun regering Merkel volgt. Negentigduizend asielzoekers voor 8,5 miljoen inwoners, relatief het meest van alle EU-lidstaten opvangen, dat is veel. De Oostenrijkse bestuurders verslikten zich in de vluchtelingenstroom en beperkten nu de instroom (bovengrens).

“Het Oostenrijkse voorbeeld toont hoe weinig er nodig is om de politieke demonen van het verleden te ontketenen als het vluchtelingenbeleid niet onder controle is”, stelt Haeck. Volgens Haeck moet Europa zelf de grenzen beter bewaken, beschermen wie voor oorlog vlucht, en betere afspraken maken over hoe die lasten voor asiel worden verdeeld. Dat is maar de helft van het verhaal. Haeck blijft in zijn zakenkrant stil over de essentie: niet de oorlogsvluchtelingen zijn een probleem, wel de honderdduizenden economische migranten.

De Oostenrijkse verkiezingen waren “pikant als een indicator voor de luimen van het kiezersvolk”, lezen we nog in De Volkskrant. Zolang politici, opiniemakers en pers dat probleem negeren zal de Europese kiezer verkiezing na verkiezing de stemmen verleggen.

AP