Natuurlijk zijn peilingen “maar peilingen”, momentopnames. Natuurlijk zijn de verkiezingen nog veraf en kunnen nieuwe ontwikkelingen winst of verlies weer doen kantelen. Een crisissituatie kan wegebben. Maar ze kan ook blijven. De jongste voorjaarspeilingen bevestigen evenwel dat de N-VA in Vlaanderen en de PS in Wallonië aan bezinning toe zijn. Communautaire slapte en de onvoorziene migratie-, asiel- en terrorismecrisis kunnen de machtsverhoudingen in de Vlaamse en federale politiek keren. 

2016-15_05_Einde voorjaarspeilingen  (Medium)Wie de peilingen met aandacht volgt, over langere termijn, weet dat ze wel degelijk op een vrij correcte manier trends aanwijzen. Een vergelijking van vroegere peilingen met de daaropvolgende verkiezingsuitslagen toont aan dat ze niet perfect zijn, maar voor het vinden van grote fouten moeten we al een heel eind terug in de tijd.

Ter herinnering: er zijn drie grote polls. Dat zijn De VRT/De Standaard, VTM/Het Laatste Nieuws (samen met RTL en Le Soir) en RTBf/La Libre Belgique. Ze werken respectievelijk samen met de marktonderzoeksbureaus TNS, Ipsos en Dedicated. Vorig weekend werden de voorjaarspeilingen afgerond met die van RTBf/La Libre.

Analyses kunnen vertrekken vanuit een vergelijking met de jongste verkiezingen (1), met de vorige peiling van hetzelfde onderzoeksbureau (2) of met de peilingen van een concurrerend onderzoeksbureau (3).

  • (1) Vergelijk je met de verkiezingen van 2014 (1), dan is er maar één noemenswaardige verschuiving, groter dan drie procent. Groter dus dan de doorgaans gehanteerde foutenmarge van dit soort onderzoek. De N-VA zakt van 32,4 naar 25,6 procent (- 6,8 procent), Vlaams Belang stijgt van 5,8 naar 12,4 procent (+ 6,6 procent). Progressieve kranten worden euforisch van mogelijke winst voor Groen, maar die vooruitgang is statistisch irrelevant (+ 1,6 procent). Andere schommelingen zijn het vermelden niet waard.
  • (2) Een vergelijking met een peiling van RTBf/La Libre in december leert dat CD&V zich na een zwak resultaat in het najaar van 2015 opnieuw wat herpakt (+ 3,3) en een score neerzet die vergelijkbaar is met die van de verkiezingen van 2014.
    Vlaams Belang scoorde in december al 11,9 procent. De motor van de partij van Tom van Grieken is dus in het najaar terug aangeslagen. Van relevant statistische vooruitgang nà Nieuwjaar is in het voorjaar niet meteen sprake, maar binnen het VB zullen ze met de beste peiling sinds de verkiezingen van twee jaar geleden best tevreden zijn. Ze komen aardig in de buurt van de socialisten (14,4) en de liberalen (13,3) en laten Groen (10,2 procent) weer duidelijk achter zich.
  • (3) Staat het onderzoeksbureau Dedicated alleen met de hierboven aangegeven hoofdtendens? Ja en neen. De jongste peiling van VTM/HLN gaf in januari Vlaams Belang ook een flinke winst tegenover de verkiezingen (11,6 procent of +5,8 procent), maar die van VRT/DS van vorige maand hield het bij een bescheidener heropstanding van het VB (8,1 procent of +2,3 procent), en zag wat minder verlies voor de N-VA en wat meer winst voor Groen.

Pers

De kranten legden vooral de nadruk op het slechte resultaat van de N-VA. De Franstalige kranten het meest: “N-VA en chute libre” (La Libre), “N-VA boit la tasse” (Le Soir).

Ze gaan er ook van uit dat N-VA en Vlaams Belang communicerende vaten zijn. “Le Vlaams Belang siphonne les électeurs de la N-VA”, stelde Le Soir. Het Laatste Nieuws had het over “het terugkeren naar de heimat als gevolg van de terreur en de asielcrisis”. Volgens La Libre zou bij de aprilpeiling 40 procent van de ondervraagden die nu Vlaams Belang zouden stemmen hebben aangegeven dat ze in 2014 nog N-VA stemden.

Die vaststelling verbaast niet. Het Belang zat in 2014 echt wel op de bodem van de put. In Le Soir herinnert Frédéric Chardon eraan dat de partij in 2014 met amper 5 procent amper nog 3 van de 18 Kamerleden en 6 van de 32 Vlaams Parlementsleden overhield. Bovendien situeert het politieke debat zich sinds de lente van vorig jaar op het terrein waar Vlaams Belang dit het liefst heeft: migratie, asiel, criminaliteit en terreur…

Najaar

Toch zijn nogal wat analyses niet nauwkeurig. De comeback van Vlaams Belang situeert zich niet nu, maar in het najaar van 2015. Alle peilingen van het najaar – met uitzondering van die van VRT/DS – gaven al aan dat de partij van Tom van Grieken in dit tijdsgewricht 10 tot 12 procent waard was. De impact van de terreuraanslagen in Zaventem en Brussel lijkt dus miniem.

De Wever slaagt er voorlopig niet in die afwaartse glissando te stoppen, ook al stelt hij zich harder dan ooit op tegenover Vlaams Belang. Vorig najaar verweet hij in De Zevende Dag het Vlaams Belang in het vluchtelingendebat ‘ranzigheid en een onmenselijkheid die wij nooit zullen verdedigen’. Een prik in het hart van een partij die geen afscheid kan nemen van schadelijke extremisten. “Als u morgen een resolutie indient dat de zon schijnt, zal ik nog niet meestemmen. Alles wat u aanraakt, verandert in lood”, vervolgde De Wever. Dat laatste was dan weer een prik in het hart van een deel van zijn kiezers die – zwevend tussen VB en N-VA en inderdaad soms met dichtgeknepen neus – ook het cordon tegen een Vlaamse partij ranzig en onmenselijk vonden.

De volgende maanden worden dan ook cruciaal voor N-VA. Als die uitvloei doorgaat, gaat de N-VA dan zware tijden tegemoet? Ook dat is relatief, zolang het verlies vooral naar Vlaams Belang gaat en niet naar de traditionele partijen. Op een krimpend speelveld – het cordon is in deze een tweesnijdend zwaard – is verlies van de N-VA iets minder dramatisch.

Anja Pieters


Francofoon spiegelbeeld

Ook de ontwikkelingen in Wallonië zijn voor de Vlamingen interessant. Terwijl het verlies van de N-VA als grootste Vlaamse partij (centrumrechts) verschuift naar winst bij radicaal-rechts, verliest de PS als grootste linkse Waalse partij aan radicaal links.

De PS, in 2010 nog goed voor 37,6 procent van de stemmen, krasselt almaar verder achteruit. Bij de jongste verkiezingen, in 2014, bleef daar nog 32 procent van over. Volgens de recentste peiling van RTBf/La Libre bekoort de partij van Di Rupo in 2016 nog amper 24,4 procent van de kiezers.

Vooral de extreemlinkse PTB, de grote broer van PVDA, doet de PS pijn. De PTB was in 2010 nog een piepklein partijtje met 1,9 procent. Bij de laatste stembusgang in 2014 klokte de partij al af op 5,5 procent. Vandaag zou ze bij verkiezingen 10,4 procent van de stemmen halen.

Opmerkelijk regionaal verschil: de Vlaamse kameraden van de PVDA kunnen daar als minipartijtje alleen maar van dromen. Extreemlinks stelt in Vlaanderen niets voor, maar in Wallonië ondermijnen ze de macht van… de socialisten.

Vlaanderen naar rechts, Wallonië naar links… De politieke gespletenheid van dit land blijft erg groot. In Wallonië valt er zonder links nauwelijks te besturen, want PS + Ecolo + PTB (26,4+11,1+10,4 procent) zijn er samen goed voor bijna de helft van de stemmen. In Vlaanderen staat links met sp.a + Groen + PVDA (14,4 + 10 + 3,8) maar voor een goed kwart van de kiezers (28,4 procent).

Nog een verschil: radicaal-rechts stemt in Vlaanderen voor één partij (VB). In Wallonië is het versnipperd over meerdere partijen (Parti Populaire, La Droite en andere).

Brussel

Een paar woorden over Brussel. Ook daar doet de PS het niet goed. De partij blijft met 21,1 procent, een verlies van 4,5 procent, nipt groter dan de MR (20,2 procent), maar zouden de liberalen van Didier Reynders in de regionale verkiezingen dan weer wél over de PS van Onkelinx wippen. Dat opent perspectieven voor de MR (‘les bleus’) om voor het eerst sinds 2004 opnieuw de grootste Franstalige partij te worden, schrijft La Libre. Voorts te onthouden slecht nieuws: de Vlaamse partijen zijn in Brussel nog goed voor amper 12 procent van het Brusselse electoraat. Er was eens een hoofdstad…